Geruis uit de Kluis

Patrones tegen heidense wijsgeren…

Nog een stukje dat was blijven hangen, en dat deze week voor mij weer eens relevant werd… Daarom bij deze alsnog:

Ik heb twee werkruimten, eentje voor het verven, en eentje voor het schrijven en studeren.

Die voor het verven mag lekker vies worden. Gesmeer met eieren en ruwe pigmenten, overal olieranden, overal beenderlijm met krijt: dat is zoals broeder Hugo werkt. Er zitten vlekken in de tafel die centimeters diep in het hout zijn getrokken. Ze herinneren mij aan een paar van mijn meest geliefde schilderwerkjes die nu elders hangen, en waarvan ik alleen nog foto’s heb.

De schrijfruimte boven is een heel ander verhaal. Op een glazen plaat staan een computer, een printer en een lezenaartje voor de studieboeken. Ook liggen er de nodige moleskine notitieboeken met een vulpen. Dat is namelijk nog steeds mijn hoofdgereedschap voor het schrijven (niet voor het vertalen, maar wel voor eigen teksten.) Deze werkruimte is veel schoner en klinischer dan die in de kelder.

Toch hangen er wel de nodige schilderijen en oleografieën. Tegen de zijwand van de ruimte hangen een Onze Lieve Heer en Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart. Het zijn de afbeeldingen die je in elke Beierse boerderij ergens in de slaapkamer of de huiskamer ziet hangen. Een beetje zoet, maar wel gezellig. Tegengif tegen de strakke kou van al die verelektriekte spullen, zullen we maar zeggen. Boven de computer hangt de heilige Catharina van Alexandrië. Natuurlijk vraag ik voor ik ga schrijven de hulp van de Heilige Geest (‘Spiritus Sancti gratia, illumine sensus et corda nostra,’) maar in deze tijd is ook de hulp van Katrientje niet te versmaden.

Haar levensverhaal volgt grotendeels de vaste patronen van heiligenlegenden uit de eerste tijd van de Kerk. Zij was een jongedame van adellijke afkomst (natuurlijk) van onvergelijkelijke schoonheid (vanzelf) en van een ongekende eruditie (dat hoor je bij martelaressen wat minder vaak. Meestal zijn ze wel erg verstandig, maar niet zo geleerd.)

We hebben het hier over iemand uit de derde eeuw, onder de heerschappij van de snode keizer Maxentius. Die vervolgde de christenen met onheilige ijver, en slachtte hen af met een vreemde perverse creativiteit. Onthoofden en ophangen vond hij maar saai. Daarom liet hij mensen levend villen, borsten afhakken, ledemaat voor ledemaat ‘snoeien’  en ga zo maar verder.

Volgens de legende vatte deze fijne man een grote bewondering op voor Catharina, en wilde hij met haar trouwen. Dat weigerde zij echter pertinent, omdat zij haar maagdelijkheid aan de Heer had geschonken (en ook omdat ze de keizer niet zo’n lekker karakter vond, neem ik aan.) Daarop stuurde hij vijftig heidense wijsgeren op haar af om haar tot rede te brengen. Natuurlijk bekeerde Catharina in plaats daarvan de heidense wijsgeren.

De keizer, in woede ontstoken, liet de wijsgeren levend verbranden en Catharina op een groot rad met scherpe punten vastbinden. Dat brak echter in duizend stukken. Ten einde raad liet hij haar dan maar onthoofden. (De Romeinen hadden ondertussen geleerd dat dat de enige remedie tegen onverwoestbare christelijke martelaren was. Als je ze probeert te verbranden vlieg je zelf in brand, als je ze met een molensteen om de nek in de plomp gooit komen ze met steen en al bovendrijven, als je ze van de Tarpeïsche rots smijt stuiteren ze vrolijk door de straat en als je ze probeert te grillen op een rooster geven ze gortdroog aan wanneer ze aan één kant gaar zijn, en dat ze moeten worden omgedraaid.)

Het onthoofden werkte inderdaad, en haar ziel steeg ten hemel, waar ze verheerlijkt werd als een van Gods lieve heiligen.

Omdat haar rad nogal eens voor een molenrad werd aangezien is ze de patrones van de molenaars, maar voor ons is ze natuurlijk vooral interessant vanwege haar patronaat van hen die gekweld worden door heidense wijsgeren (een zeer actueel probleem.)

Ik las deze week dat wetenschappers in Amerika onmiddellijk worden ontslagen als ze de hypothese van een intelligente macht achter het ontstaan van het heelal zelfs maar durven noemen. En dat terwijl er – of er moet iets gepasseerd zijn dat aan mij voorbij is gegaan – er nog steeds geen snippertje bewijs tegen het bestaan van zo’n macht gevonden is (net zo min als bewijs ervoor.)

Dit toont maar weer eens aan dat de wetenschap altijd het gevaar in zich draagt een godsdienst op zichzelf te worden, compleet met een eigen clerus, dogmatiek en idiote ongeschreven mores. Een godsdienst die het bovendien ontbreekt aan enige zelfspot. Wij katholieken kunnen heerlijk schuddebuiken over de vreemde kronkels in onze traditie (zie de Catharinalegende hierboven.)

Probeer een professor zichzelf maar eens uit te laten lachen. Dat kon je bij verschillende hooggeleerde heren en dames nog wel eens tegenvallen.

Moeten we niet eens wat voorzichtiger worden in het zo maar vertrouwen op allerlei wetenschappelijke disciplines? Bij wis- en (tot op zekere hoogte) natuurkunde gaat het allemaal nog wel, maar bij vagere disciplines zou enige voorzichtigheid toch zo langzamerhand wel op zijn plaats zijn.

Neem nu bijvoorbeeld de psychologie en de psychiatrie. In de huidige vorm zijn ze misschien honderdvijftig jaar oud. Vergeleken met de Kerk echt peutertjes nog. Toch verwijzen we als het zo te pas komt rücksichtslos mensen door naar een psycholoog of een psychiater. Ondertussen beschouwt een groot deel van deze mensen religie als een vorm van ‘regressief’ gedrag, en draagt dat ook actief uit in de behandelingen die ze toepassen. Ze doen daar niet eens geheimzinnig over. Ze gaan er prat op.

Als we mensen willen blootstellen aan een traject dat ze losmaakt van de Realiteit kunnen we net zo goed doorverwijzen naar het wachttorengenootschap van de Jehova’s getuigen. Als we dat niet doen, waarom dan wel naar dit soort kortzichtige ‘wetenschappers?’

Ik zeg niet dat we de kennis die op deze terreinen door de academische wereld is opgebouwd niet dankbaar moeten gebruiken, maar wel dat we zeer zorgvuldig moeten zijn in het uitkiezen van de mensen uit die wereld die we inschakelen.

We leven in een wereld die een technische bloei doormaakt dankzij de wetenschap. Dat heeft haar in onze hoofden een haast onbeperkt krediet gegeven. Maar lees eens een handboek psychologie uit 1900. Hoeveel van wat daarin staat wordt op dit moment nog serieus genomen? Nog maar vijfendertig jaar geleden hebben de dames en heren psychologen hele kloostercongregaties verwoest met zogenaamde sensitivity-trainingen waar alle kloosterlingen verplicht aan moesten deelnemen. Dat is een voorbeeld van een techniek die toen als top of the bill werd beschouwd, en nu volslagen achterhaald is. Maar het kwaad is wel geschied. Bloeiende gemeenschappen vielen uit elkaar, en lieten een spoor van uitgetreden en meestal ongelukkige zusters achter. Zij die wel in het klooster bleven waren soms onderling enorm verdeeld, en gingen een zure oude dag tegemoet, los van hun idealen in een soort veredeld bejaardentehuis. Alles dankzij de wetenschappelijke vooruitgang.

We moeten ons wel realiseren: met de helft van wat nu als state of the art wordt beschouwd, zal ongetwijfeld hetzelfde gebeuren: over vijftig jaar vragen wij ons af wat ons in godsnaam heeft bezield om dergelijke idioterie te praktiseren…

Laten we als christenen de wetenschap serieus nemen, maar er wel voor zorgen, vooral op het gebieden die te maken hebben met de menselijke persoon, onze onafhankelijkheid ten opzichte van haar te bewaren. Zij kan namelijk een vreselijk takkenwijf zijn. En als zij eenmaal de broek aanheeft helpen er alleen de heiligen nog maar aan…

1 reactie

  • leona bleukx

    1

    mooi stukje om te lezen kom hier af en toe eens kijken en wat lezen. het begint hier mijn prive online kerkje te worden haha ! vreemd op welke plaatsen je soms uitkomt in je dagelijkse leven. groetjes leona .

Reageren

Met * gemarkeerde velden zijn verplicht