Geruis uit de Kluis

Kerstoverweging van broeder Hugo 2013

We leven in een babbelzieke tijd. Voortdurend worden wij van alles op de hoogte gebracht. Dat wordt ook wel eens een beetje veel van het goede. Daar klaagden de mensen twintig jaar geleden al over. ‘Weer een hond met twee staarten geboren. Het is komkommertijd,’ zeiden we dan. Sinds de uitvinding van het internet worden we ongeveer verzopen in de komkommers, en bedelven we ook anderen onder de komkommers. Kijk maar eens op je Facebook-pagina. ‘Vandaag heb ik een snotneus,’ meldt zich iemand. ‘Ik had een knoop in mijn veters, die ik er maar niet uitkreeg,’ zegt een ander. ‘Alweer aan het werk,’ ‘eindelijk weekend,’ ‘gootsteen verstopt,’ ‘kat aan de schijterij,’ ‘tuinkabouter omgewaaid,’ en natuurlijk: ‘lekker weertje vandaag,’ of, nog vaker: ‘snertweer.’ We wonen per slot van rekening in Nederland.

Het lijkt wel alsof sinds de eeuwwisseling ineens alles belangrijk genoeg is om gepubliceerd te worden. Aan de andere kant merken we ook heel goed dat wanneer alles belangrijk is, eigenlijk niets nog belangrijk is. Informatie lijdt aan inflatie, zouden we kunnen zeggen. Inflatie is eigenlijk Latijn, en betekent letterlijk opgeblazen. Duizend opgeblazen boodschappen worden samen één grote boodschap, maar dan in de figuurlijke zin van het woord. Het stinkt en je wordt er een beetje weeig van in je maag. Wat een bagger, allemaal. Wat een verspilde aandacht.

En je aandacht, dat ben jijzelf. Elke minuut dat jouw aandacht, jouw bewustzijn, zich met bagger bezighoudt, is het zelf ook bagger. Je ziet bagger. Je ruikt bagger. Je proeft bagger. Je bent bagger. ‘Je bent wat je eet,’ zegt het voedingscentrum. Dat zal wel zo zijn, maar in het hier en nu ben je toch vooral wat je ziet, leest, hoort, ruikt, proeft en voelt.

Op dit moment zit je in de kerstzangdienst in Warfhuizen, en ben je dus dennenboom, kerk, orgel, familie, lichtjes, Kindje Jezus, kerstlied, leuterende man in zwarte soepjurk, dorp, Maria, kaarsen. Zometeen, ik waarschuw maar alvast, ben je ‘Kijk uit, Dieuwer Mulder met collectezak.’ Daarna ben je warme chocolademelk. Je bent waar je je aandacht bij hebt. En jouw aandacht, daar moet je zuinig mee zijn, want je hebt er maar een beperkte hoeveelheid van. Een jaar of tachtig op zijn hoogst, de meesten van ons minder.

Tegenwoordig hebben de meesten van ons moeite met God. Zelfs de meest gelovige kerkgangers en meest doorgewinterde bidzielen kunnen Hem maar moeilijk omschrijven, ook al ervaren ze Hem, (of Haar, of zo,) iedere dag. ‘Dinges-van Dingetje,’ zoiets wordt het nogal eens.

Gelukkig heeft God zijn eigen Facebook-pagina. De Bijbel, noemen we dat. Die staat echter vooral vol met opmerkingen van anderen óver God. Daarbij is de pagina zo’n tweeduizend jaar geleden voor verdere bewerking gesloten, zodat de taal die erop gebezigd wordt wel eens wat onbegrijpelijk is geworden. ‘Je haar is als een kudde geiten,’ staat er bijvoorbeeld ergens op. Ik zou het niet aanraden als openingszin, beste heren hier aanwezig.

Berichten, in Facebooktaal ‘statussen,’ van God zelf, zijn op de pagina maar zeldzaam. In ieder geval zul je Hem (of Haar of Jeweetwel) niet zien schrijven: ‘zere teen vandaag,’ of ‘alweer een engel die zijn richtingaanwijzer niet kan vinden.’ Dat soort berichten vindt Hij onze aandacht gewoon niet waard.

‘Ik ben er voor jou,’ staat er wel ergens prominent op, en ‘wees niet bang,’ zelfs verschillende keren.

En nog vaker zegt Hij niks, maar is Hij er gewoon. Voor jou.

Deze nacht, de op één na belangrijkste van het jaar, is het feest dat we vieren dat Hij er, zomaar ineens gewoon is, en wel juist daar waar we Hem het minst verwachten. Een onderdrukt volk, arme mensen, nergens welkom, een stal, tussen de beesten, en daar is Hij. Hij, het Kindje in de kribbe, is de verwondering, de onverwachte zachtmoedigheid, de hulp die je niet aan ziet komen, de opluchting, de verzoening.

Wij zijn naar zijn beeld en gelijkenis geschapen, staat er helemaal vooraan op zijn Facebook-pagina. Dat wil niet zeggen dat de goede God een neus en oren heeft, en naar de wc moet. Dat wil wel zeggen dat de goede God ten diepste Aandacht is. Liefdevolle Aandacht. ‘Ik ben er.’ Ik ben niet aan het bellen, ik ben niet aan het twitteren, ik ben niet aan het werk en ik moet niet naar mijn volgende afspraak. Ik kijk niet met één oog naar het voetbal terwijl je tegen me praat, en ik denk niet aan hamlappen terwijl jij me iets probeert uit te leggen. Ik ben er, voor jou.

In deze nacht wordt Hij een Kind, één brok aandacht. Het ruikt alles, proeft alles, smaakt alles, hoort alles. Het is één en al openheid en kwetsbaarheid. Het ziet jou, ruikt jou, proeft jou en smaakt jou, en verlangt naar jou.

Je bent datgene waar je aandacht op gericht is, hadden we net vastgesteld. Welnu: het Kindje Jezus is jou.

 

 

 

2 Comments on Kerstoverweging van broeder Hugo 2013

  • atze van wieren says:
    8 januari 2014 at 12:56

    Op 8 januari 2014 lees ik dat er nog ‘geen reacties’ zijn op de Kersttoespraak 2013 van broeder Hugo. Dat verbaast mij hogelijk en onderstreept de inhoud van zijn verhaal, namelijk dat we door middel van de sociale media tegenwoordig aandacht voor alles hebben en daardoor juist geen aandacht.
    Kluizenaar Hugo’s toespraak verdient volle aandacht. Het is vroomheid zonder opsmuk, met diepgang, en niet onbelangrijk, met humor.
    Ik hoop dat zijn woorden, gedachten en overwegingen, hier bij ons in het Hoge Noorden, lang zullen resoneren. Broeder Hugo moet blijven, we hebben hem nodig.

    Beantwoorden

    • leona says:
      27 november 2014 at 03:02

      Het is waar het is een groot circus ik wou bijna op vind ik leuk drukken maar vergat dat ik niet op facebook zit.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Fields marked with * are required