Geruis uit de Kluis

Allerheiligen 2013

Op verzoek alsnog de preek van broeder Hugo op het feest van Allerheiligen, 1 November 2013.

Sinds het einde van de zestiende eeuw is er in Nederland weinig religieus genie meer.

In het algemeen zijn we zelfs weinig tolerant jegens mensen die zich helemaal storten op het Absolute. Alle soorten obsessies vinden we normaal, of het nu een passie voor fierljeppen of kerstmannenpoppetjes verzamelen is. Zolang God er maar niet bij komt kijken.

We mogen door alles ons leven laten bepalen, behalve door wat allesbepalend is. Zelfs mensen die naar de Kerk gaan vinden iemand die heel zijn zinnen zet op de grote vragen van het leven en zijn relatie met God al snel een aansteller, een ‘kwezel,’ zoals we dat zo lelijk noemen. Eén rozenkrans teveel en je komt nooit meer van dat stempel af. Je hoort dan bij dát soort mensen. Bij de kwezels.

Vandaag gaat het om dat soort mensen. Als Nederlanders het feest van vandaag een naam hadden moeten geven, hadden ze het “Allerkwezels” genoemd.

Dit is niet altijd zo geweest. In de hoofdstroom van de theologie (de zgn. ‘dogmatiek’) lijkt het weliswaar of ons kikkerlandje nooit erg veel te melden heeft gehad, maar in de contemplatieve theologie – zeg maar de theologie over de relatie tussen God en de mens – kwam ongeveer de helft van de grote namen van Nederlandse bodem. Hun theologie was niet alleen gebaseerd op speculatie, op logisch nadenken over theologische problemen, maar ook op hun eigen ervaring. Contemplatieve – men zegt ook wel ‘mystieke’ – theologie is de enige tak van theologie die experimenteel is, die – met andere woorden – mede op ervaring is gebaseerd. En de Nederlanders waren daar goed in. Ja, werkelijk. Nee, ik houd u echt niet voor het lapje.

En wat zeggen die contemplatieve theologen over heiligheid en heiligen? Ze zeggen in feite dat je het woordje ‘heilig’ als synoniem zou moeten zien van het woordje ‘persoon-zijn’ of zelfs mens-zijn. Wie niet heilig is, is geen persoon. Wie niet heilig is, is geen mens.

Dat lijkt niet bemoedigend. Zoals we hier bij elkaar zitten zijn we best aardige mensen, maar we geven nu ook weer geen licht in het donker. Zijn we nu niet onszelf? Geen mens? Geen persoon?

Een aantal contemplatieve theologen leggen dat ongeveer als volgt uit:

Wij zijn geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God. Alleen op die manier, lijkend op en bezield door de liefde zelf, zijn wij wie we zijn.

Onze ziel weerspiegelt Gods éénheid en zijn Drie-eenheid. Het geheugen lijkt op de Vader en wordt bezield door de Vader. Op dezelfde manier heeft ons verstand een relatie met de Zoon, en onze wil met de Heilige Geest.

Nu zijn we altijd beeld van God gebleven, maar de gelijkenis – en dus ook de relatie – is voor een deel verloren gegaan, door de zonde en de duisternis. Het kwaad.

Dat klinkt tegenstrijdig en onlogisch, maar dat is het niet. Denk aan een heiligenbeeld – laten we zeggen een gezellige gipsen Antonius met een Kindje Jezus en blozende bolle wangetjes en een glimmende kale kop. Nu pak ik dat beeld, en sla er een paar keer hard mee tegen de verwarming. Vervolgens ga ik er een keer of wat met de schuurmachien tegen te keer en smeer ik er ook nog een dikke laag paarse verf overheen.

Het is nog steeds een Antoniusbeeld. Of het nog als zodanig te herkennen is, is een ander verhaal.

Extreem voorbeeld? Helemaal niet! Dat is nu precies wat duisternis en kwaad, leugen, pijn, bedrog, jaloezie, woede, verwaandheid, vraatzucht, nieuwsgierigheid en trots in ons leven met ons doen.

Als wij zijn geschapen naar het beeld van God, maar zijn gelijkenis gedeeltelijk hebben verloren, dan is het onze taak om in ons leven die gelijkenis zo veel mogelijk te herstellen, om zoveel mogelijk onszelf te worden. Op eigen kracht kunnen wij dat niet, maar gelukkig komt God ons daarin tegemoet. Ten eerste door ons voortdurend in het bestaan en in het leven te houden. Onze existentie, ons leven is niet ons eigen bezit. We ontvangen het voortdurend uit God.

Ten tweede is Hij mens geworden in Christus, die zich helemaal in ons leven en mens-zijn uitstort. In het gebed en de Sacramenten mogen wij Hem dichter naderen dan onszelf.

De heiligen die wij vandaag vieren zijn simpelweg de gelovigen die ons daarin zijn voorgegaan, onze familie, onze context. Zij hebben God in deze wereld al eerder handen en voeten gegeven, zijn zijn beeld en gelijkenis geweest. Nu leven ze niet meer alleen bij Hem, maar nemen bovendien volmaakt deel aan de liefdesband die er is tussen de Personen van de Drieëenheid. Ze leven met God in een gemeenschap die hechter en heftiger is dan alles wat wij ons kunnen voorstellen.

God leeft in ons eigen hart, ook als Hij van ons niet altijd de gelegenheid krijgt dat te tonen. Wij zijn er om voor Hem een hemel te zijn om in te wonen, ook als wij Hem vaak een hel bereiden. Als wij Hem niet kunnen bereiken, omdat onze eigen obstakels dat soms onmogelijk maken, willen de heiligen helpen door hun gebed en nabijheid. Daarom is het zo wezenlijk voor een christen om een band op te bouwen met een paar van hen. Allereerst met Maria, natuurlijk, maar ook – en dat gebeurt tegenwoordig echt te weinig – met een paar van die andere. Wie precies? Lees eens een boek met heiligenlevens en kies er een paar uit. Jaloers worden ze niet in de hemel, dus het is niet nodig ze alle 30.000 (of zo) evenveel aandacht te geven.

Waarom alleen ploeteren als wij niet alleen elkaar gegeven zijn, maar ook nog eens een zolder vol vrienden en wijze raadgevers, de heiligen, in ons eigen hart met ons meedragen?

1 Comment on Allerheiligen 2013

  • Sylvia says:
    15 januari 2014 at 09:21

    Het verhaal bij Allerheiligen. Prachtig. Ondanks de moeilijke periode waar ik momenteel in zit, probeer ik mijzelf te vinden. En hierin vol te houden.
    Dat is door de eisen van de wereld niet altijd makkelijk. Stilte hierin is soms moeilijk te vinden.

    Beantwoorden

Leave a Reply

Your email address will not be published. Fields marked with * are required