Geruis uit de Kluis

Overweging bij het feest van Sinte Lucia 2013

In deze donkerste tijd van het jaar schenkt het kerkelijke jaar ons het feest van de heilige Lucia. Vooral de Zweden hebben gemaakt dat dat feest voor ons een lieflijke associatie heeft: een jong meisje, gekroond met kaarsen, brengt het licht onder de gelovigen en gaat rond met warmte: vroeger in grote huishoudens zoals kastelen een beker warme gekruide wijn.

Dat doet ons licht vergeten dat het levensverhaal van de heilige Lucia allesbehalve lieflijk is. Sterker nog: in onze ogen is het een typisch voorbeeld van antieke smakeloosheid.

Volgens de legende leefde Sint Lucia in de tijd van de christenvervolgingen door keizer Diocletianus (regeerde 284-305). Ze was de dochter van een Romeins burger in Syracuse, die haar vader op jonge leeftijd had verloren. Haar moeder, Eutychia, leed al vier jaar aan dysenterie. Beide vrouwen brachten een nacht biddend bij de tombe van de christelijke heilige Sint Agatha door, de beschermheilige van Catania. Aan het einde van de nacht verscheen de heilige voor Lucia in een visioen. De heilige voorspelde Lucia daarin dat zij de glorie van Syracuse zou worden, zoals Agatha dat van Catania was. Ook was haar moeder terstond op wonderbaarlijke wijze genezen.

Eutychia regelde een heidense echtgenoot voor haar dochter, maar Lucia haalde haar moeder over het huwelijk niet door te laten gaan de bruidsschat als aalmoezen onder de armen te verdelen. Lucia had echter Christus als bruidegom gekozen en wilde eeuwig maagd blijven. De beoogde echtgenoot kwam op de hoogte van het uitdelen van de bruidsschat. Hij gaf Lucia daarop als christen aan bij de magistraat Paschasius. Deze verzocht haar een offer aan de keizer te brengen, wat ze weigerde. Daarop werd ze veroordeeld tot tewerkstelling in een bordeel, maar op wonderbaarlijke wijze bleken de wachters haar niet te kunnen afvoeren, ook nadat men een ossenspan had ingezet. Later probeert men haar levend de verbranden, maar ook van de brandstapel leek zij geen last te hebben. Daarop werd ze met zwaardsteken om het leven gebracht. De fatale wond zou zijn toegebracht door met een zwaard door haar hals te steken.

Een andere legende verhaalt hoe Lucia haar ogen verloor. Eén versie van dit verhaal is dat een heidense minnaar naar haar hand dong. Hij maakte haar een compliment over haar mooie ogen, waarna ze haar ogen uitstak en hem deze toezond op een schaal, met de boodschap haar verder met rust te laten.

Wat wil nu eigenlijk de boodschap zijn van dit verhaal?

Wanneer wij bijzonder van iemand houden noemen we zo iemand wel een ‘oogappel,’ of vroeger ‘het licht van mijn ogen.’ Ogen zijn de poorten van één van onze belangrijkste zintuigen. Die zintuigen bepalen hoe we de wereld zien, en hoe we ons leven ervaren. Niet voor niets zeggen we wel, als iemand gedeprimeerd is: ‘Hij ziet het leven door een donkere bril.’ Aan de andere kant zeggen we dan weer voor iemand die blind is voor het kwaad in de wereld: ‘Die heeft een roze bril op.’

De ogen nemen niet alleen het licht waar, maar stralen ook onze eigen persoonlijkheid naar buiten toe. ‘Pretlichtjes’ of juist een ‘donkere blik,’ verraden van alles over ons gemoed.

Daarnaast zijn de ogen al sinds onheuglijke tijden de poorten van het verlangen. Dan hebben we het over een ‘hongerige blik.’ De beoogde bruidegom van Lucia bekijkt haar met een hongerige blik. Hij wil haar niet beminnen, maar bezitten.

Zonder dat we dat in de gaten hebben, leven we allemaal wel eens met een hongerige blik. Deze drang om dingen niet alleen te genieten maar ook te bezitten is zelfs de basis onder onze huidige wereldeconomie. De reclame spiegelt ons dingen voor, en is erop gemaakt om in ons een ‘hongerige blik’ op te wekken, het gevoel dat ons iets ontbreekt, en dat er ook iets aan ons ontbreekt. Er wordt in ons een vacuum gecreëerd dat opgevuld moet worden, niet om ons beter te voelen, maar om ons ons weer ‘gewoon,’ weer onszelf te laten voelen. Deze zucht heeft niets te maken met het genieten van wat ons gegeven is, laat staan met dankbaarheid of echte vreugde. Het is een voortdurende bron van jaloezie en leidt tot chronische ontevredenheid: als de ene impuls is bevredigd dient de volgende zich alweer aan.

Lucia’s beoogde bruidegom bemint haar oppervlakkig: hij heeft het niet over haar, maar om haar ‘mooie ogen.’ Zij heeft haar hart echter al aan die andere Bruidegom, de Liefde zelf, verpand, die haar bemint om wie zij ten diepste is, en die niets van haar vraagt maar juist vooral wil geven in plaats van hebben. Hij is die Bruidegom die ook in elk van ons met een zachte stem uitnodigt en nooit dwingt. Als wij warme en liefdevolle mensen zijn is het zijn licht dat uit onze ogen naar buiten schijnt. Wij bezitten immers in dit leven niets, en hoe minder wij menen te bezitten, hoe rijker wij zijn. Hoe minder wij menen te bezitten, hoe meer vrede wij wij kennen.

Wij zijn immers niet eens van onszelf: Hij is het die ons ieder moment van ons leven dat leven schenkt.

Lucia gaf haar ogen, laten wij ook onze ogen geven. Laten we dat doen door niet met een hongerige blik, maar met een open blik elkaar aan te zien. Elkaar in het juiste licht zien, namelijk het licht van Christus, die niet is gekomen om te nemen, maar om zich voor ons prijs te geven, niet om te oordelen maar om te redden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Fields marked with * are required