Geruis uit de Kluis

De gunstige tijd…

Zet geen sjachrijnig gezicht op, als je gaat vasten, zegt de Heer. De laatste jaren vraag ik me steeds vaker af waarom je dat überhaupt zou moeten doen. De vasten zijn geen tijd om met gebogen hoofd te ondergaan. Meer en meer krijg ik het vermoeden dat deze veertig dagen juist uitnodigen om het leven met meer tederheid tegemoet te treden.

Ja, dit is een tijd om onze smerigheid in de ogen te kijken.

Ja, dit is een tijd om onze gemakzucht te bevechten.

Ja, dit is een tijd om – desnoods met een beetje geweld – onze vaak zo kleverige misselijke gewoontes van onze ziel te trekken.

Maar het resultaat van al die inspanning zou juist moeten zijn dat we al die dingen dan ook – minstens voor een stukje – achter ons mogen laten. Niet omdat we ons ervan af hebben gevochten. Dat lukt bijna nooit. Juist op het moment dat we tot het besef komen dat we daar zelf niet toe in staat zijn, juist op het moment dat we moeten erkennen dat we zwak en krakkemikkig zijn, juist dan kan ons de genade overvallen. We hoeven niet meer te ontkennen, te verbergen, goed te praten, allemaal dingen die doodvermoeiend zijn, net als de zonde zelf.

De grond van de zaak is immers niet dat we niet mogen kwaadspreken, liegen, zeuren en hoereren. De grond van de zaak is dat we al die dingen niet hoeven. Niemand vindt ze namelijk eigenlijk echt van harte leuk of gelooft werkelijk dat hij er gelukkiger van wordt. Zonde is slavenwerk.

Maakt dat het hele gebeuren gemakkelijk, een tripje in het park? Nee: het vergt wel degelijk moed om onze verrotting aan de Dokter te tonen en Hem zodanig te leren vertrouwen dat we Hem onze zere plekken aan laten raken.

Maar dan is er ook een nieuw begin. Vasten doen we niet voor niets in de lente!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Fields marked with * are required