Geruis uit de Kluis

Kerstoverweging broeder Hugo 2014

Wij christenen van de oude Kerk, de Grieken zowel als de Latijnen noemen Maria, de moeder van God, ook wel de morgenster.

Als je niet hebt kunnen slapen, koorts had of nare dromen; als je zwetend hebt liggen draaien en de godganse nacht door het huis hebt lopen spoken; als je de avond tevoren een feestje had en je slaapkamer wilde maar niet ophouden met draaien en je eindigde met je hoofd in de WC, als zorgen en angsten je al die donkere uren hebben liggen klieren, dan is daar ineens aan de oostelijke horizon die ene hele heldere ster. Niet alleen troost de aanblik daarvan al alleen door haar schoonheid, maar bovendien weet je dat die ster altijd direct gevolgd wordt door de zon, de ochtend, de bevrijding. In sommige van de hier aangehaalde gevallen gaat die gepaard met koppijn, maar zelfs dan is dat altijd nog minder erg dan een misselijke nacht.

Maria wijst de Weg, is de bron die het Leven baart, zij is de oorzaak van onze Blijdschap, de poort van de Hemel, de morgenster. Als zij zich vertoont is de verlossing nabij.

Christus moeten wij navolgen, maar dat kunnen wij eigenlijk niet fatsoenlijk. Wij zijn van nature geen goden, maar arme, zwakke mensen. Wij kunnen niet Christus zijn zoals Christus Christus was. Maar misschien kunnen wij wel Christus voortbrengen zoals Maria dat deed. Maria was immers ook maar een mens zoals wij het zijn. Eigenlijk zijn wij allemaal geroepen om Maria’s te zijn. En hoe dan?

Toen de engel aan Maria verscheen om haar de geboorte van Jezus aan te kondigen zei zij: ‘Mij geschiede naar uw woord.’ Zij stribbelde niet tegen, wierp geen tegenwerpingen op, natuurlijk was zij bang, maar – zo jong als ze was – toch ook moedig genoeg om zich over te geven. Want soms is het moediger om je over te geven dan om je te verzetten. Wanneer in ons het idee opkomt om eens een ander te helpen, iets van onszelf weg te geven, eens een handje toe te steken, laten we ons zo vaak tegenhouden door een bang stemmetje dat in ons roept ‘jamaar!’ ‘Jamaar!’

Stel je voor dat Maria tegen Gabriël had gezegd: ‘scheer je weg, enge man, of ik bel de politie!’ of zelfs alleen maar ‘jamaar!’ dan waren wij allen hier aanwezig ongelooflijk de klos geweest.

Sinds in de jaren zestig onze westerse wereld haar ziel heeft losgelaten, is verzet per definitie beter dan overgave. We moeten overal een kritische mening over hebben, ook over zaken waar we helemaal geen verstand van hebben. We moeten niet alleen onszelf, maar ook onze medemens, voortdurend beoordelen en met rapportcijfers beplakken. Daarbij geldt een ijzeren politieke correctheid die zegt dat alles wat je gezond verstand zegt per definitie verkeerd is. Als je daarin niet gelooft ben je achterlijk en heb je geen recht op je eigen mening. Deze vreemde wetten dreigen ons langzamerhand immuun te maken voor elke vorm van ontroering. Ontroering vraagt namelijk om overgave en die is onmogelijk als je overal gelijk een oordeel over klaar hebt.

Toen de herders het pasgeboren Kind verheerlijkten, bewaarde Maria al deze dingen in haar hart, en bleef erover nadenken. Naarmate Jezus ouder werd, begon het haar duidelijker te worden dat zijn leven zeker niet alleen maar over rozen zou gaan. Toch raakte zij niet in paniek, maar bewaarde alles in haar hart. Kijk maar naar het genadebeeld van Onze Lieve Vrouw hier in Warfhuizen: haar hart steekt vol zwaarden, maar het is ook omkranst met rozen. Alles wordt erin bewaard. Het heeft aandacht. Het neemt de tijd. Het is geduldig. Zo kon zij de moed opbrengen om uiteindelijk onder het kruis te blijven staan waaraan haar Kind te sterven hing. Daar schonk Hij haar aan de wereld. “Moeder, daar is je zoon,” zei Hij tegen haar, “Moeder, daar zijn je kinderen.” Haar doorstoken hart is een beeld van al onze harten. We kunnen het voor die zwaarden niet behoeden, maar als we er goed op passen zullen wij – mede door die wonden – wijze oude mensen worden, mensen die zijn als kinderen, met een meer en meer open blik, met meer en meer geduld en verdraagzaamheid, met meer en meer verwondering over vooral kleine dingen die jongere mensen niet waarderen omdat ze teveel haast hebben, te snel oordelen en voortdurend overal kritisch over moeten zijn.

Als we oud en nieuw bewaren in ons hart, de moed hebben om niet gelijk te oordelen maar halt te houden voor het mysterie van elkaar, als we de moed hebben de Liefde in ons te laten nestelen zullen wij allen voor elkaar moeders van God worden. Als dan iemand wanhopig zijn toevlucht tot ons komt nemen, zullen wij niet met lege handen staan, maar een stralend Kind van troost, bemoediging, opluchting en nieuw leven kunnen schenken. En net zoals Maria kunnen wij dan zeggen: “Doe maar wat Hij je zeggen zal.” Amen.

2 Comments on Kerstoverweging broeder Hugo 2014

Leave a Reply

Your email address will not be published. Fields marked with * are required