Geruis uit de Kluis

Eerste Zondagspreek: op wiens gezag?

Afgelopen zondag mocht ik mijn eerste zondagspreek houden in de Groninger kathedraal. Bij deze de tekst:

Deut. 18:15-20
1Kor.7:32-35
Mc.1:21-28

Mensen weten hoe langer hoe minder over religie, maar hebben er steeds onbeschaamder een mening over. We kennen het allemaal wel, het politiek correcte gezever op verjaardagspartijtjes.

  • Alle religies hebben evenveel wijsheid.
  • Protestant of katholiek: het maakt allemaal niks uit.
  • Je kunt ook wel geloven zonder de Kerk.

Ik ben dan altijd onmiddellijk geneigd om te zeggen: op wiens gezag? Wie zegt dat?

Net als de lezingen van vandaag. Die stellen de vraag: ‘Op wiens gezag?’

Wat is het toch met godsdienst? Als het om andere terreinen van het leven gaat eisen wij onverkort dat elke bewering wordt onderbouwd, het liefst met voetnoten. Als ik hier zou beweren dat je net zo goed benzine over je vanilleijs kunt gieten als bosbessensap, zou men mij voor gek verklaren, en terecht. Als ik beweer dat er op de heide in Odoorn leeuwen rondlopen die toeristen opvreten, zeggen jullie: ‘laat die dan eerst maar eens zien!’

Als het over religie gaat is het echter ineens een heel ander verhaal. Mensen die nog nooit een Koran in handen hebben gehad beweren met droge ogen dat de Islam de religie van de vrede is (of juist niet) en mensen die Jezus amper van een koelkast kunnen onderscheiden weten met net zulke droge ogen precies wat Hij wel of niet zou hebben goedgevonden.

Het klinkt meestal allemaal heel zoet en vredelievend, maar het is nergens op gebaseerd. Niet op studie. Niet op traditie. Niet op de ervaring van de gemeenschap. Helemaal nergens op. Drijfzand. Humbug.

Dit is waarom het boek Deuteronomium zo streng is tegen de valse profeten, mensen die over God spreken zonder dat het ergens op gebaseerd is. Valse profeten leren mensen te vertrouwen op een zelfgebakken God die niet bestaat, en bang te zijn voor een zelfgebakken God die niet bestaat. Tegelijk verduisteren ze de levende God die het bestaan schept en in stand houdt. Wie hen volgt gaat het schip in. En trouwens ook niet zomaar het schip in.

Want in tegenstelling tot wat de grachtengordel ons ongeveer dagelijks inpepert is je godsdienst van levensbelang. Godsdienst is zo ongeveer je meest wezenlijke taak in het leven na liefhebben en ademhalen. Daar kom je wel achter wanneer je met ouderdom, ziekte, dood of oorlog wordt geconfronteerd. En de meeste van die dingen kan niemand van ons ontlopen.

Als je dus straffe beweringen hoort doen over wie God is en wat Hij van je wil, wil je dus ook weten: op wiens gezag? Hoe betrouwbaar is dit?

Waarop moet gedegen kennis ten aanzien van God gebaseerd zijn? Op God zelf, zou je zeggen. Maar God is nogal bescheiden. Hoe kom ik erachter welke weg ik moet gaan? Naar wie moet ik luisteren?

‘Luister naar je hart, naar je eigen ervaring,’ roepen misschien de zwevers onder ons. ‘Maar,’ zegt dan een meisje van vijftien, ‘de jongen die vorige week nog mijn God en mijn alles was, vind ik deze week een puistenkop met een naar karakter.’

‘Luister naar je verstand,’ roepen de filosofen. Maar de God van de filosofen is een nogal abstracte, saaie figuur. Geen wonder ook eigenlijk: moet je een God willen aanbidden die klein genoeg is om in de anderhalve kilo grijze blubber te passen die je in je hoofd hebt?

‘De Bijbel is het enige antwoord,’ zegt het protestantisme. Dit was ook ongeveer de houding van de schriftgeleerden waar Jezus mee te maken kreeg. Maar de Bijbel is geen handleiding. Het is een kolossaal archief van al onze ervaringen met God, van onheuglijke tijden tot de eerste eeuw van onze jaartelling. Ook de vergissingen staan erin, en aan het begin van onze weg keken wij anders aan tegen wie God was dan aan het einde.

De God van Genesis is een andere dan die van Johannes. Daaruit volgt dat de Bijbel zichzelf voortdurend tegenspreekt. Ik ben er van overtuigd dat dat een geluk is. God heeft ons de Bijbel niet gegeven om Hem te vervangen. Hij is niet de God IKEA, die je naar huis stuurt met een plat pakket en een handleiding om de boel zelf verder in elkaar te schroeven. De Bijbel is één van de kostbaarste schatten van de Kerk, maar mag nooit verafgood worden, en nooit op eigen houtje met arrogantie worden geïnterpreteerd. De schriftgeleerden in de synagoge wisten alles van de Bijbel, maar konden het kwaad uit de bezetene niet verjagen. Jezus had daarvoor aan een enkel woord genoeg. Hij was immers niet als de schriftgeleerden, staat er, maar als iemand die gezag bezit. Dat is duidelijk niet hetzelfde…

Daarin zit ook gelijk de oplossing van ons probleem. Het antwoord is namelijk dat een mens er niet alleen voor hoeft te staan.

Vorige week lazen we al hoe Jezus zijn leerlingen riep en zo de Kerk stichtte. Op hun getuigenis, het getuigenis van de apostelen, mogen wij vertrouwen, en bij hun familie mogen wij horen.

De garantie daarvoor is de eenheid met hun opvolgers. Dat zijn ook maar mensen, die fouten maken, maar als geheel, als gemeenschap, kunnen zij niet falen. Op Petrus heeft de Heer zijn Kerk gebouwd, en tegelijk beloofd dat de poorten van de hel haar nooit zouden overweldigen.

Door de eenheid die wij op die manier vormen worden al onze ervaringen en inzichten gebundeld met die van de heiligen in de hemel. Samen vormen wij het Lichaam van Christus dat hemel en aarde omspant. Hij leeft in ons, want Hij schept ons elk moment van ons leven, en geeft ons zijn Woord en voedt ons met zijn eigen Lichaam en Bloed. Door Hem en met Hem en in Hem bezitten wij samen het gezag om de demonen van deze wereld te bevelen te verdwijnen. Als dat niet onmiddellijk lukt, komt dat omdat wij tegelijk maar onnozele mensen zijn, die onszelf tegenwerken. Toch wanhopen wij nooit, want langzamerhand komen wij, ook al is het niet altijd even elegant, steeds dichter bij ons doel: het Hart van de Heer die de Liefde zelf is, en voor wiens Licht en Warmte elke duisternis moet wijken. Op wiens gezag? Op zijn gezag. Amen

1 Comment on Eerste Zondagspreek: op wiens gezag?

  • Huub Adema says:
    7 februari 2015 at 21:06

    prachtige woorden. Zo maar rechtuit, genomen uit het leven, en voortgekomen uit het contact met God. Een mooie boodschap

    Beantwoorden

Leave a Reply

Your email address will not be published. Fields marked with * are required