Geruis uit de Kluis

Deze taal stuit ons tegen de borst.

Deze tekst zal sommige trouwe fans van mijn blog bekend voorkomen. Dit was precies wat ik vandaag tijdens mijn preek wilde zeggen. Ik dacht dus ‘dikke neus,’ en bakte een preek van oud brood. Beviel me best goed.

Joz. 24:1-2a, 15-17, 18b, Ef. 5:21-32, Joh. 6:60-69

Alle goden van het verleden tot nu toe waren redelijk rationele zakenpartners. Nog niet zo lang geleden hadden we er een heel stel. Die waren soms chagrijnig, maar wel consequent. Ze huldigden het principe do ut des, oftewel ‘jij geeft Mij wat, dan geef ik jou wat.’ In die zin waren het erg Hollandse goden (ze kwamen waarschijnlijk uit Purmerend of zo). Ik offer Jou een geit, en Jij zorgt dat ik de rest van mijn geiten met een goede winst verkoop. Deze goden vonden het niet erg als je af en toe ook bij één van de anderen kocht, zolang die maar niet in dezelfde branche zat. Als goede zakenlui waren het ook geen zedenmeesters. Het interesseerde ze gewoon niet zoveel wat je verder uitvrat, en ook niet hoe het verder met je ging. Ook in die zin waren het net Hollanders.

En dan ineens is er een God die zich niet gedraagt als een zakenpartner, maar als een minnaar voor zijn volk. Hij geeft zichzelf totaal, maar vraagt er ook alles voor terug. Hij geeft zich letterlijk met huid en haar, maar wil ons ook met huid en haar. Hij deinst er zelfs niet voor terug om zich helemaal van zijn majesteit te ontdoen, zichzelf helemaal leeg te scheppen om één van ons te worden, één vlees met ons te worden, zelfs.

Nou: prachtig toch? Wat willen we nog meer?

Met Jezus zijn er echter twee problemen:

Ten eerste zijn onooglijkheid. Wij mensen willen op het winnende team wedden. Wij willen een beetje glans en glamour. Wij hebben, met andere woorden ‘geen andere koning dan de keizer,’ namelijk de winnaars, het glanzende en het succesvolle. Wij willen cool zijn.

Waarom toch, God, die mottige timmerman die zich inlaat met sloebers, hoeren en belastingambtenaren en zich in een orgie van machteloosheid en smerigheid aan een kruis laat timmeren? ‘ziehier uw koning!’ Huh!?
Waarom geen ridder in een wit met gouden harnas die – rijdend op een gevleugeld ros – draken lek prikt?

Het tweede probleem is echter veel groter. Er is in de hele mensengeschiedenis nog nooit zo’n volslagen idiote morele leer verkondigd als die van Jezus. Wat Jezus van ons vraagt is niet alleen volslagen ondoenlijk, maar je moet je ook de vraag stellen of je het wel moet willen.

Deze taal stuit ons tegen de borst.

Jezus’ leer vloekt met ons gevoel voor eigenwaarde, onze overlevingsinstincten, ons gevoel voor rechtvaardigheid en ons gevoel voor logica.

Deze taal stuit ons tegen de borst.

‘Jullie hebben gehoord dat er gezegd werd: ‘Een oog voor een oog, een tand voor een tand.’ Maar Ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren. Als iemand een proces tegen je wil voeren en je onderkleed van je wil afnemen, sta hem dan ook je bovenkleed af.’

Een versleten tekst die we al duizend keer hebben gehoord? Lees hem maar eens tien keer over en kijk wat er nou echt staat, en je zult zien dat wat hier van je gevraagd wordt niet vanzelfsprekend, maar volslagen krankzinnig is.

Deze taal stuit ons tegen de borst.

“Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: ‘Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.’ Maar Ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel.”

Jezus drijft de spot met alles wat wij belangrijk en behaaglijk vinden.

Deze taal stuit ons tegen de borst.

De laatste halve eeuw hebben de “intelligentsia” hun uiterste best gedaan dit alles onschadelijk te maken door het neer te zetten als een geitenwollensokkenverhaal. De werkelijkheid is natuurlijk dat echt doen wat Jezus vraagt een fantastische heldenmoed vergt die nog niet één op de miljoen gegeven is.

Het Nijntje-gehalte van Jezus is nul.

Aan de andere kant wil dat niet zeggen dat we nu automatisch kunnen overstappen op “Jezus, de stoere en slimme held.” Als het iedereen zou lukken te doen wat Jezus vraagt zouden we in de hemel op aarde leven – tenminste gedurende de vijf minuten dat we nog niet zouden zijn bezet door vreemde mogendheden die zich aan Jezus niet storen.

Wat moeten we nu aan met deze lastige God van ons?

Laten we, om te beginnen, eens erkennen dat Gods bedoelingen ons ver boven de pet gaan. Onze logica kan zijn overwegingen niet bevatten. Daarom lijkt alles gekte wat Hij zegt en doet. ‘Gods wegen zijn mysterieus.’ Het is een platgetreden cliché. Iedereen roept het, niemand leeft er werkelijk naar. Laten we het nu eens niet alleen maar roepen, maar het ook eens serieus nemen. Sint-Paulus schreef het al: ‘Want de idioterie van God is wijzer dan de mensen en de zwakheid van God is sterker dan de mensen.’

Wat is hiervan nu het directe gevolg?
Christenen zijn altijd in gebreke, zelfs als ze in de ogen van een normale menselijke ethiek (‘fatsoen moet je doen’) volmaakte rechtvaardigen zijn.

Niets doen als ons kwaad wordt aangedaan? Zelfs de Kerk legt ons uit dat we soms niet anders kunnen dan terugschieten. Dat we bovendien verplicht zijn iets te doen als het recht wordt verkracht, ook als dat van ons geweld vereist. Dus halen we uit, als het moet.

…toch zullen we ons er nooit comfortabel bij voelen, omdat de schorre stem van onze kapotgeslagen God blijft jeuken in onze oren.

Niet alles weggeven? Dat is volmaakt te verdedigen, sterker nog, het wel doen zou voor de meesten van ons immoreel zijn (met de verantwoordelijkheid voor anderen die wij hebben).

…toch zullen we ons nooit comfortabel voelen bij protserige rijkdom, omdat de zeurende stem van onze straatarme God blijft jeuken in onze oren.

Eén van de dogma’s van het huidige politiek-correcte establishment is van een zekere meneer Feuerbach. Hij zei: “Niet God heeft de mens geschapen naar zijn evenbeeld, maar de mens heeft God geschapen naar zijn [gewenste] evenbeeld.”

Welke God?
In ieder geval niet die van ons! Die is niet gewenst. Hij is niet cool. Hij is veeleisend. Hij is dan ook niet reëel, Hij is de realiteit zelf. En Hij houdt van ons.

Naar wie zouden wij anders gaan?

1 Comment on Deze taal stuit ons tegen de borst.

  • Anne says:
    10 augustus 2016 at 15:17

    Heel ontroerend, pater Hugo!!
    Dank u wel..

    Beantwoorden

Leave a Reply

Your email address will not be published. Fields marked with * are required