Geruis uit de Kluis

Kerstpreek pater Hugo 2015: Ballen

Het ene jaar hebben we een mooiere kerstboom dan het andere. Soms ben je te laat bij de kerstbomenboer, of heb je even niet opgelet. Zoiets hadden we dit jaar, alleen konden de vrijwilligers die de boom hebben gezaagd er niks aan doen: ze hebben de hele dag als gekken gezocht, maar in het bos was er gewoon niet ééntje meer die helemaal naar de zin was. Dat kan een keer gebeuren. En toen viel hij bij het omhoogtakelen ook nog eens om, en brak er nog het één en ander af. Ook dat kan gebeuren. Shit happens.

Elk jaar helpt mijn moeder mij met het versieren van de kerk voor de kerstdagen. Toen ze dit jaar binnenkwam kreeg ze eerst een halve rolberoerte, en daarna de slappe lach. Zo zat als een Maleier, zo krom als een hoepel en zo scheef als de toren van Bedum (die boom dus, even voor de duidelijkheid, niet mijn moeder.)

‘Nou ja,’ zei ma, ‘we hebben een boom.’ En zo was dat. Want een kerstboom van dat formaat kunnen we bij de kerstbomenboer gewoon niet betalen, als die er trouwens al eentje heeft. Daarbij is een kerstboom een ding uit de natuur: hij groeit zoals hij groeit. Het heeft geen zin te proberen zo’n boom alsnog de vorm te geven die je graag wilt hebben. Je kunt er wel in gaan hakken en zagen, maar dan is hij binnen vijf minuten rijp voor het paasvuur. En al is het dan ook veertien graden buiten: pasen is het nog lang niet.

Als van zo’n boom iets wilt maken, dan zal je er iets van jezelf in moeten investeren, iets van je liefde, iets van je creativiteit. En dan beginnen we natuurlijk met lichtjes. Want al is het dan ook niet zo koud als het in december hoort te zijn: het is wel gewoon donker.

Kerstboomlichtjes zijn een raar ding. Als er één lichtje kapot is, blijft de rest ook donker. Kerstboomlichtjes zijn solidair met elkaar. Zo moet het in een dorpje als Warfhuizen eigenlijk ook zijn. We zouden het eigenlijk niet mogen accepteren als er – onder onze neus – mensen zitten te verkommeren en verslonzen omdat wij ze in de steek laten. Met kerstboomlichtjes is het bovendien zo dat je ze gelijkmatig moet verspreiden, anders is het geen gezicht. Dus niet alleen lichtjes op de mooie, groene takken, maar ook op de kale, bruine, en scheve. Niet alleen warmte investeren in die mensen die je toch al aardig vond, maar ook in die mensen die je mateloos irriteren. Of ze nou import of export zijn, schoon of vies, of ze nu te hard rijden of te langzaam, of ze nu veganist zijn of van biefstukken en bontkragen houden, of ze nu boer zijn of belastingambtenaar, of ze nu in God geloven of in FC Groningen of – zoals de meeste Nederlanders – vooral in hun eigen portemonnee. Aandacht en vriendelijkheid hebben ze allemaal nodig. Anders zitten alle lichtjes onder of boven, of links, of rechts, en staan we met onze kerstboom voor paal.

Zodra de lichtjes in de boom zitten, is het meest armetierige er al af. Geen reden meer om in janken uit te barsten. Maar het is natuurlijk ook nog niet klaar. Een kerstboom zonder ballen kan namelijk niet. Ballen worden nogal eens geassocieerd met een grote bek en een hoop lawaai. Echte ballen hebben echter niets met agressie te maken. Agressie kunnen we missen als kiespijn. De Russen komen voorlopig niet, al hebben we dan ook straks weer een prachtig opgeknapte luchtwachttoren om ze het hoofd te bieden. Moed heb je nodig om een ander het hoofd te bieden, maar er is nog veel meer moed nodig om jezelf het hoofd te bieden. Om een hard woord in te slikken. Er zelf korte metten mee te maken in plaats van er een ander mee op te zadelen. De moed om trouw te blijven aan een ideaal, een vereniging, je buren of gewoon aan je eigen gezin, ook als het niet gaat zoals je graag zou willen. Soms is er geen redden meer aan, we zijn allemaal maar mensen, maar je wilt toch in ieder kunnen zeggen dat je de ballen had om je best te doen. (Zeker als kerstboom zijnde).

De lichtjes en de ballen hangen erin, en als de boom perfect was geweest waren we nu klaar geweest. Helaas zijn geen van onze bomen perfect. Hier en daar is het bruin, en dood en armetierig en triestig. Gedeeltelijk kunnen we daar wat aan doen, maar gedeeltelijk moeten we het ermee doen. Maar we kunnen het wel dragelijk maken, door het een beetje te verstoppen. Niet om te vergeten dat het er is, dat zou dom zijn. Maar wel om te zorgen dat het ons niet verhindert ons kerstfeest te vieren. Daarvoor hebben we slingers. Slingers zijn melige dingen. Niet echt stijlvol, en meestal zou je er liever zonder kunnen, maar dat kan nu eenmaal niet. En ze lossen een hoop op als je kerstboom van die gebreken heeft waar je nu eenmaal echt niks aan kan doen. Slingers zijn voor een kerstboom wat zelfspot – en humor in het algemeen – zijn voor een mens. Want het kerstfeest is een serieus feest, maar als er niet gelachen zou mogen worden zou het helemáál geen feest zijn, of wel dan? Neem jezelf niet altijd zo serieus, en zeker niet ten koste van een ander. Durf te lachen.

En, wat heeft zo’n kerstboom nu met Jezus te maken? We zijn toch in de Kerk, niet bij de kerststukjesknutselwerkgroep? Toen God merkte dat wij een beetje scheef, lelijk en soms zelfs ronduit kwaadaardig waren, liet Hij ons niet in de steek. Dat was knap van Hem, want zo’n boom kan er niks aan doen, maar wij doen het vaak gewoon expres. Hij investeerde zichzelf in ons en werd kwetsbaar en klein geboren in een stal. Hij gaf zijn lichtjes niet alleen aan de lieverds, aan de mensen die van Hem hielden, maar ook aan de eikels, misdadigers en de minder spannende, meer doordeweekse mispunten zoals wij allemaal af en toe zijn. Toen wij Hem uiteindelijk aan het kruis sloegen begon Hij niet te vloeken en te schelden, maar bad Hij tot zijn Vader om ons te vergeven, want wij weten immers de helft van de tijd niet wat wij doen. Hij had de moed om ons trouw te blijven tot de dood, tot de dood aan het kruis, al was Hij de avond ervoor zó bang dat Hij bloed zweette in de hof van Olijven. Laten we nooit vergeten – hier bij het kribje, tussen de lichtjes en de ballen – wat dat tere Kindje voor ons deed. En laten we proberen om op deze wereld een beetje als een spiegeltje te zijn, dat zijn Licht weerkaatst in deze donkere, warme winter.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Fields marked with * are required