Geruis uit de Kluis

Een stad vol Jantjes en Hendrikken?

Een engel bracht mij, Johannes, in de geest op een zeer hoge berg en toonde mij de heilige stad, Jeruzalem, terwijl zij van God uit de hemel neerdaalde, stralend van de heerlijkheid Gods.’ Apokalyps 21, 10.

Als Jezus voor Pilatus staat vraagt die Hem of Hij Koning is. ‘Koning ben Ik,’ zegt Jezus, ‘maar mijn Rijk is niet van deze wereld. Jezus’ Rijk: de hemelse stad op de berg met de twaalf poorten, waarvan het Lam Gods zelf de tempel is.

Zoals zo vaak hangt de boodschap van Jezus weer eens van de schijnbare tegenstellingen aan elkaar. Dat maakt het vaak zo moeilijk er chocola van te maken, voor onszelf, en zeker als we op ons geloof worden aangesproken. Voor de joden een aanstoot, voor de heidenen belachelijk.

Waar is Jezus’ Rijk? Wanneer is Jezus’ Rijk? En wat moeten we doen om daar te komen, in het hemelse Jeruzalem?

Denk erom: Jezus zegt niet dat zijn Rijk niet op deze wereld is, of dat zijn Rijk iets is wat nog in de verre toekomst ligt. Weliswaar zegt Hij dat wij ons nog zullen verbazen als wij de Mensenzoon zullen zien komen op de wolken van de hemel, door engelen omringd, maar tegelijk zegt Hij: mijn Rijk: het is er al. Nu al ‘daalt de heilige Stad van God uit de hemel neer.’ ‘Als iemand Mij liefheeft zal hij mijn Woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen.’

Wie mag bestijgen de berg van de Heer, wie mag staan in zijn heilig Domein? Psalm 24, 3.

Als er zoiets wordt geroepen voelen jullie het al aankomen: een lijstje met morele regeltjes. We hebben het al zo vaak gehoord. Wie mag bestijgen de berg van de Heer? ‘Wie rein is van handen en zuiver van hart, die zijn ziel aan valsheid niet biedt.’ De brave Hendrikken en de engeltjes, die mogen naar het hemelse Jeruzalem. Dus: Jantjes, laat uw pruimen hangen en engeltjes poetst uw aureooltjes op: ‘de Koning der Glorie moet binnengaan.’

Nee.

Dit is precies de manier van het neerzetten van Gods rechtvaardigheid die de halve wereld braakneigingen bezorgt, en terecht. Iedereen die wel eens zijn best heeft gedaan weet het volgende: Je kunt er duizend keer voor kiezen een engeltje te zijn, maar dat betekent nog niet dat je geschubde staart en je gevorkte tong ook vanzelf van je afvallen. Van je haren ben je zo af, maar je streken plakken als pek en veren aan je ziel. Op eigen kracht zullen wij de twaalf poorten van het hemelse Jeruzalem nooit te zien krijgen, laat staan er doorheen trekken.

‘In die tijd zei Jezus tegen zijn leerlingen: “als iemand Mij liefheeft zal hij mijn Woord onderhouden. Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen naar hem toe komen en bij hem komen wonen. Wie mij niet liefheeft onderhoudt mijn woorden niet.’

‘Heer, wie kan dan nog worden gered?’ zullen de letterknechten dan roepen. Jezus zegt immers: ‘als iemand Mij liefheeft zal hij mijn Woord onderhouden,’ en ‘wie Mij niet liefheeft onderhoudt mijn woorden niet.’ Maar wat betekent dat ‘onderhouden?’ Betekent dat: ‘Ik geef jou een heel lijstje met regeltjes en die moet je nauwgezet precies zo opvolgen en als je er ook maar één keertje naastpiest…

…sluit ik je buiten als een dwaze maagd zonder olie,
als een gast zonder bruiloftskleren,
‘ga weg van Mij,
Ik ken u niet,
naar het dal van Gehenna met u,
wormen vuur en zwavel,
Vort,
kssst?’

Als dat zo zou zijn ga je je wel afvragen wat Jezus dan kwam doen. Zoiets was er namelijk al, en het heette de firma ‘Farizeeën en zonen’.

‘Als iemand Mij liefheeft zal hij mijn Woord onderhouden.’

‘Onderhouden’ is eigenlijk helemaal niet zo’n slechte vertaling van het werkwoord dat er in het Grieks staat, maar eigenlijk staat er een woord dat drie begrippen min of meer in zich verenigt:

  • bewaren,
  • behoeden,
  • beschouwen

‘Onderhouden’ is dan een prima woord zolang je het verstaat in de zin van ‘een tuin onderhouden,’ of nog beter ‘een relatie onderhouden.’ Ook zeggen we wel eens over iemand: ‘hij is een zeer onderhoudend persoon.’ Dat wil zeggen: als je met hem spreekt heeft hij al zijn aandacht bij wat je zegt, hij is tijdens een gesprek helemaal op jou gericht en kijkt niet op zijn horloge, hij is echt in je geïnteresseerd en wat hij zegt maakt je aan het lachen of brengt je nieuwe inzichten. Dat kan alleen als er, ook al is het maar één conversatie lang, een echte verbinding ontstaat tussen jou en hem.

‘Als iemand Mij liefheeft zal hij mijn Woord onderhouden.’

Dat is precies wat Jezus van ons vraagt. Hij wil dat wij, in deze betekenis, in onze relatie met Hem, onderhoudende personen zijn. Hij wil dat wij onze vriendschap met Hem onderhouden. Dat betekent dat wij naar Hem luisteren, tijd en aandacht geven en dan heel onze creativiteit, onze scheppingskracht, dat wat ons beeld van God maakt, gebruiken om iets te doen met zijn woorden. Hij wil dat wij zijn Woord, dat is, Hemzelf, als zaad in de tuin van onze ziel laten opkomen en tot wasdom laten komen.

Allereerst door het te beschouwen, erop te kauwen, ermee te leven, ermee bezig te zijn, er aandacht aan te schenken.

Vervolgens om dat woord, dat in de gebroken wereld die onze ziel is altijd gevaar loopt, te behoeden. Het niet uit te laten doven door angst, verbittering, verveling, moedeloosheid, onrust en begeerte.

Vervolgens door het te bewaren als een kostbare parel, het deel te laten worden van onze ziel, ermee te trouwen, het ons eigen te maken, net zo lang totdat we kunnen zeggen: ‘ik leef niet meer, Jezus is het die leeft in mij,’ en Wij zullen naar hem toe komen en bij hem komen wonen.

‘Ik leef niet meer, Jezus is het die leeft in mij,’ het is waar: de meesten van ons zullen zijn overleden voor we zover zijn. Maar als Hij ons komt stelen als een Dief in de nacht zullen we wel onderweg zijn, ermee bezig, wakker en druk aan het werk. Zoals het kindje dat de heilige Theresia van Lisieux beschrijft, het kindje dat de trap probeert op te klauteren, maar daar niet in slaagt: God zijn moeite belonen, hem optillen en bovenaan neerzetten. ‘De Helper, de Heilige Geest die de Vader in mijn Naam zal zenden, Hij zal u alles leren en u in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb.’

Hoe nu hiermee concreet te beginnen? Het hoeft niet lastig te zijn.

Allereerst: als Jezus een feest organiseert op komen dagen. Er zijn geen smoezen geldig om niet naar de Mis te gaan, behalve verlamde benen of veertig graden koorts. Jezus had ook geen zin om zich voor ons aan het kruis te laten slaan, maar Hij was er trouw toen Hij er moest zijn.

Twee: geduld hebben met God betekent soms ook geduld hebben met je eigen zwakheden. Bid om ervan bevrijd te worden, maar geef niet op als dat niet binnen vijf minuten klaar is. Hulp zal komen, en anders vergeving en ontferming, maar niet als je de moed opgeeft, jezelf de bodem begint in te trappen of het allemaal wel gelooft.

Ten derde: de stad Gods heeft meer dan één inwoner. Zelfs God zelf is een gemeenschap van Vader, Zoon en Geest. Hij is niet in zijn Eentje zalig, en niemand wordt in zijn eentje zalig. Spreek over het geloof met andere katholieken, deel je zorgen en je dankbaarheid. Zoals je samen eet, zit zo ook samen aan de tafel van Gods woord. Besmet elkaar met liefde en dankbaarheid, en help elkaar als het donker wordt.

Jantjes en Hendrikken hoeven wij niet te worden om als engeltjes te worden. Als wij Gods Woord, onze relatie met de Heer, maar onderhouden.

Amen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Fields marked with * are required