Geruis uit de Kluis

Kluizenaarsquarantainetips: proloog

Voor we daadwerkelijk praktisch aan de gang gaan met het huiselijk maken van de afzondering nog even het volgende:

Een kluizenaar is iemand die uit eigen vrije wil – gedreven door overweldigende nieuwsgierigheid naar het absolute – de eenzaamheid inkruipt. Dat is heel wat anders dan iemand die door een dreigende infectieziekte in quarantaine gedwongen wordt.

De kluizenaar duikt de stilte en afzondering in omdat hij vermoedt dat daar de ruimte gevonden kan worden om God te ontmoeten. Zijn isolement is van meet af aan bedoeld om creatief te zijn.

Iemand die door dreiging en dood achter de voordeur gejaagd wordt begint op een totaal andere manier aan zijn afzondering. er wordt een heel andere toon gezet. Hij is geen opgewonden ontdekkingsreiziger maar een nerveuze vluchteling. Toch geloof ik dat de natuur van de mens nu eenmaal zo in elkaar zit dat beide wegen elkaar uiteindelijk altijd zullen kruisen.

Waar de kluizenaar in de “hemel” die hij zich heeft verkozen eerst zijn demonen moet trotseren zou de coronavluchteling nog wel eens engelen kunnen treffen waar hij alleen maar miserie had verwacht.

De kluizenaar begint immers wel met grote plannen en goede moed aan zijn verblijf in de leegte. Voordat hij echter ook maar iets op het spoor komt dat op een godsontmoeting lijkt komt hij zichzelf tegen, meerdere keren achter elkaar. Zoals de heilige Johannes de doper (de allereerste ‘christelijke’ kluizenaar) al zei: “Maak een weg voor de Heer, maak zijn paden recht.” Daarmee bedoelde hij niet dat hij een asfalteermachine wilde huren om tussen Nazareth naar Judea de reisomstandigheden te verbeteren. Hij bedoelde ermee dat God nooit meer ruimte pakt dan jij Hem geeft. Hij is een bescheiden gast, geen tiran. Dat klinkt lieflijk, maar er zit een keerzijde aan. Het betekent namelijk automatisch dat alle obstakels die je Hem in de weg legt, Hem ook ogenblikkelijk als het ware “verbergen.” Vaak werp je die barrières op zonder dat je het zelfs maar in de gaten hebt. Daarom is het opruimen ervan ook zo lastig. Probeer maar eens een pikdonkere kamer op te ruimen: je ziet de rommel niet en je ziet de kamer niet.

Nog even voor de “heidenen” onder ons: het woord “God” staat niet voor een magisch onzichtbaar mannetje waar je al of niet tegen kunt ouwehoeren. Het staat voor de Grond van Zijn, Leven, Blijdschap en Vrede, en dus ook voor de Grond van het leven, zijn, blijdschap en vrede van elke afzonderlijke persoon. Als God voor de kluizenaar verborgen is, is zijn cel de hel. Voor de arme agnostische tandarts of kapper die door het coronavirus achter de geraniums wordt gedwongen is de situatie misschien niet religieus, maar toch heel vergelijkbaar: wat te doen om te voorkomen dat het achter de geraniums een hel wordt?

Het antwoord op dit dilemma is eigenlijk nogal voor de hand liggend. Het gaat niet gepaard met mystieke extasen of zelfkastijding of naakt uitgevoerde rituelen bij volle maan op een kerkhof. Het antwoord is drieledig en je hebt het al duizend keer gehoord:

Rust, reinheid en regelmaat. De beruchte drie “erren.”

We zullen ze in omgekeerde volgorde behandelen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Fields marked with * are required