Geruis uit de Kluis

Vignet II: Hyacinten

In tijden als deze hecht ik eraan dat er bloemen in huis staan, vasten of niet. Een tic die ik van mijn moeder heb geërfd, denk ik. Dat werd eventjes een probleem, want op de markt mochten deze week alleen nog etenswaren verkocht worden, en vazen met broccoli… Mwah. Gelukkig had Matthew, een van onze vrijwilligers, in november net een bed aangelegd met voorjaarsbloemen, die nu enthousiast opkwamen. De roze hyacinten waren op dat moment het mooist, dus ik heb er twee uit de tuin gehaald en naast het beeld van de Goede Herder op mijn werktafel gezet. Ze waren een lust voor het oog en verspreidden een sterke geur, die mij een lekker voorjaarsgevoel bezorgde. Eentje was hoog en groot en uitbundig, de andere wat korter en bescheidener.

Vanmorgen kwam ik de kamer in en zag het volgende: de hyacint met de korte steel stond nog vrolijk te pronken, maar de langere was door zijn steel gezakt. “Zo gaat het met mensen ook,” dacht ik onmiddellijk. Als we verwend worden gaat het ons schijnbaar voor de wind en schieten we snel en schijnbaar gezond de lucht in. Kijk naar Europa en Amerika na de tweede wereldoorlog: Geen oorlog, geen pest en geen honger. Onze stelen zijn hoog gegroeid en onze bloemen zwaar. Rampen en gevaren deden zich altijd voor op andere plaatsen en troffen altijd andere mensen. Stiekem keken wij ook wel een beetje neer op die andere mensen, en vonden die andere plaatsen een soort van rimboe waar alleen de avonturiers onder ons zich waagden.

We hebben boven onze stand geleefd. Zoals de verwende hyacint met de veel te lange steel en de veel te zware bloementros dreigt het ons al snel te veel te worden nu we ineens in een andere werkelijkheid zijn overgeplant. Sommigen van ons kunnen gewoon niet accepteren dat onze samenleving, die altijd zo veilig was, zo aan de geschiedenis voorbij, nu blootstaat aan een reële bedreiging. Ze bagatelliseren het probleem en zeggen dat we paniek schoppen over een normaal griepje.

Anderen raken juist volkomen in paniek, slaan aan het hamsteren, duiken achter de vensterbank en vervloeken iedereen die ook maar in de buurt komt.

Het meest gelaten en sterk zijn de mensen uit mijn kring die voor de epidemie al eenvoudig leefden, op tijd opstonden, geen kapsones hadden en ook niet uit waren op lawaaierig succes en maatschappelijk aanzien. Zij zijn hyacinten met korte stelen en lichte bloemen. Enfin, zij redden zich wel.

Wat nu te doen met de trotse hyacint? Weggooien? Bloem eraf en terug de tuin in, lesje geleerd, net goed? Ik bedacht dat dat ook anders kon. Hij staat weer fier rechtop, tegen de Goede Herder aan.

Mocht er iemand onder mijn gehoor zijn die ook merkt dat zijn zekerheden op een te slappe steel stonden: de Goede Herder heeft nog plaats.  

Leave a Reply

Your email address will not be published. Fields marked with * are required