Geruis uit de Kluis

Ditjes en datjes

De Goede Week was dit jaar, dankzij de corona, extra druk. Probeer maar eens ingewikkelde plechtigheden te plannen waarbij maar drie assistenten zijn toegestaan, en waarbij iedereen ook nog eens anderhalve meter uit elkaar moet blijven (op een kabouterformaat priesterkoor). Toch is het, volgens mij, aardig gelukt. Een ander probleem was de halve televisiestudio die ermee gemoeid was. Ik ben de hele week in de weer geweest met snoeren en pluggen. Gelukkig heb ik een broer met een geluidsstudio. Die was evengoed te laat te hulp geroepen om de geluidsproblemen tijdens de paaswake te voorkomen. Ik heb mijn best gedaan: het houdt een keer op.

Het is hartverwarmend om te zien hoe iedereen betrokken blijft, ook in deze tijden. De uitzendingen worden door veel meer mensen bekeken dan er gewoonlijk in de kapel zitten. We hebben duidelijk ook nogal wat fans in de rest van het land. Wellicht is dat te danken aan de combinatie van een traditionele liturgie met een verder zéér ontspannen manier van katholiek zijn. Dat schijnt zeldzaam te zijn (hoewel er volgens mij geen andere vorm van katholiek zijn bestaat dan zéér ontspannen, maar dat terzijde).

Om eerlijk te zijn lig ik nu even op mijn gat in de zon op het kerkhof (mijn tuin) boeken te lezen. Ook ik kan geen vuurtje stoken als ik niet eerst hout sprokkel. Daarvoor ben ik weer eens naar Rusland afgedwaald, zoals ik wel vaker doe. Ik lees het leven van de heilige Nektarius van Optina, van wie in onze kapel relikwieën worden bewaard. Hij was de laatste van de beroemde geestelijke vaders daar. Op de valreep van zijn leven werd hij door de communisten uit zijn geliefde klooster verjaagd. Hij stierf in een boerenhuishouden dat vanuit de bewoonde wereld nauwelijks te bereiken was.

Hij reageerde in eerste instantie helemaal niet zoals je van een doorsnee heilige zou verwachten. Hij had het er moeilijk mee. Hij was depressief en moest opgebeurd worden. Uiteindelijk stierf hij vredig en gelukkig, maar het kwam hem niet aanwaaien.

Niet-doorsnee heiligen zijn voor mij doorgaans behulpzamere leidslieden dan van die wandelende suikerplaatjes die zelfs tijdens het levend-gevild worden nog alleluia zingen. Niet dat ik daar geen bewondering voor heb. Ik weet alleen niet waar ik moet beginnen als ik daar voor mijn eigen leven wat nuttigs uit wil halen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Fields marked with * are required