broeder Hugo's Posts

Bedevaartseizoen 2020

Bedevaartseizoen 2020

Nu wij ons door de uitbraak van het coronavirus genoodzaakt zien om alle processies en feestelijkheden – waaronder de altaarwijding – af te gelasten willen wij toch even onderstrepen dat Onze Lieve Vrouwe van de Besloten Tuin in 2020 wel degelijk een bedevaartseizoen krijgt! Jullie zijn allemaal van harte welkom bij de bedroefde moeder, zoals elk jaar. Alleen: niet allemaal tegelijk.

Wat we gaan doen is het volgende. Pater Hugo zal de genadekapel het hele bedevaartseizoen – dus tot en met 15 september – extra mooi versieren. Die is vervolgens gewoon open, van 06:00 tot ongeveer 19:30, maar voorlopig niet tijdens de Eucharistievieringen (door de week van 08:30 tot 09:30, in het weekend van 11:00 tot 12:00). Daarbuiten kan iedereen gewoon komen bidden en kaarsjes branden en zakdoeken ruilen en om gebed komen vragen. Daarbij bewaren we braaf anderhalve meter afstand, zoals het hoort. Dat betekent dus ook dat het zou kunnen dat je even moet wachten als er toevallig veel van jullie tegelijk zijn. Omdat Warfhuizen heel anders tikt dan bijvoorbeeld Kevelaer is die kans trouwens niet zo groot.

De Missen kunnen meegevierd worden via de livestream

Ditjes en datjes

Ditjes en datjes

De Goede Week was dit jaar, dankzij de corona, extra druk. Probeer maar eens ingewikkelde plechtigheden te plannen waarbij maar drie assistenten zijn toegestaan, en waarbij iedereen ook nog eens anderhalve meter uit elkaar moet blijven (op een kabouterformaat priesterkoor). Toch is het, volgens mij, aardig gelukt. Een ander probleem was de halve televisiestudio die ermee gemoeid was. Ik ben de hele week in de weer geweest met snoeren en pluggen. Gelukkig heb ik een broer met een geluidsstudio. Die was evengoed te laat te hulp geroepen om de geluidsproblemen tijdens de paaswake te voorkomen. Ik heb mijn best gedaan: het houdt een keer op.

Het is hartverwarmend om te zien hoe iedereen betrokken blijft, ook in deze tijden. De uitzendingen worden door veel meer mensen bekeken dan er gewoonlijk in de kapel zitten. We hebben duidelijk ook nogal wat fans in de rest van het land. Wellicht is dat te danken aan de combinatie van een traditionele liturgie met een verder zéér ontspannen manier van katholiek zijn. Dat schijnt zeldzaam te zijn (hoewel er volgens mij geen andere vorm van katholiek zijn bestaat dan zéér ontspannen, maar dat terzijde).

Om eerlijk te zijn lig ik nu even op mijn gat in de zon op het kerkhof (mijn tuin) boeken te lezen. Ook ik kan geen vuurtje stoken als ik niet eerst hout sprokkel. Daarvoor ben ik weer eens naar Rusland afgedwaald, zoals ik wel vaker doe. Ik lees het leven van de heilige Nektarius van Optina, van wie in onze kapel relikwieën worden bewaard. Hij was de laatste van de beroemde geestelijke vaders daar. Op de valreep van zijn leven werd hij door de communisten uit zijn geliefde klooster verjaagd. Hij stierf in een boerenhuishouden dat vanuit de bewoonde wereld nauwelijks te bereiken was.

Hij reageerde in eerste instantie helemaal niet zoals je van een doorsnee heilige zou verwachten. Hij had het er moeilijk mee. Hij was depressief en moest opgebeurd worden. Uiteindelijk stierf hij vredig en gelukkig, maar het kwam hem niet aanwaaien.

Niet-doorsnee heiligen zijn voor mij doorgaans behulpzamere leidslieden dan van die wandelende suikerplaatjes die zelfs tijdens het levend-gevild worden nog alleluia zingen. Niet dat ik daar geen bewondering voor heb. Ik weet alleen niet waar ik moet beginnen als ik daar voor mijn eigen leven wat nuttigs uit wil halen.

Sinte Electronica

Sinte Electronica

Vandaag heb ik niet veel tijd gehad om te schrijven, omdat ik in plaats daarvan gedwongen was sinte Elektricia en sinte Elektronica tot medewerking te bewegen. Beide dames zijn van het eigenwijze slag, dus dat vergde enig gedoe.

De aanleiding is natuurlijk de uitzending van de Liturgie, die zal starten op Palmzondag om 11.00. Het hele programma van de Goede Week is al te vinden op kerkdienstgemist.nl.

Als je wilt meekijken is het wel zaak de vertalingen van tevoren te downloaden. Dat kan zowel vanuit de beschrijving van de betreffende plechtigheid op kerkdienstgemist.nl als vanaf beslotentuin.nl/liturgie. Je hebt een basismissaaltje nodig en het bestandje met de wisselende teksten van de dag. Het lijkt ingewikkeld, maar dat is het niet. Veel succes.

kluizenaarsquarantainetip 3: Rust…

kluizenaarsquarantainetip 3: Rust…

…of liever nog dan rust: stilte. Nogal wat mensen zijn daar helemaal niet meer aan gewend en zelfs een beetje bang voor geworden. Ze kruipen ’s morgens uit hun nest en drukken als eerste de radio aan. Niet dat ze daar werkelijk naar luisteren: vaak staat hij zelfs niet eens hard genoeg om echt naar te luisteren. Hij staat net hard genoeg om de stilte te verdrijven.

Dat is jammer, want de stilte is een magisch muziekje dat de goede God heeft bedacht om ons een makkelijke ingang te bieden tot onszelf en daarmee tot Hemzelf. Probeer maar eens echt naar de stilte te luisteren in plaats van die alleen maar geduldig te verdragen. Actief te luisteren naar de stilte. Na een tijdje ontstaat er een soort van ruimte waarin er van alles te ontdekken valt.

Misschien dat sommigen er inderdaad eerst even aan moeten wennen. Eerlijk gezegd heb ik geen idee wat er gebeurt met mensen die jarenlang voor de stilte op de vlucht zijn geweest en er dan in één keer – plons! – induiken. Misschien moeten er dan eerst inderdaad de nodige innerlijke griezels worden getrotseerd. Toch denk ik dat het dan nog steeds de moeite waard is de stilte te leren kennen en verkennen. Een leven zonder stilte is zoiets als een leven zonder blauwe zomerluchten, de geur van regen, de prik van vrieslucht of het geluid van sneeuw onder je schoenen. Eeuwig zonde!

Als je dan toch achter de voordeur wordt gejaagd zou je kunnen overwegen eens nader kennis te maken met de stilte. Ook al omdat het buiten de deur zo’n stuk stiller is. Het is de hele week zondagochtend om acht uur, zo stil buiten. Deze hele crisis geeft veel om over te treuren, maar dat hoort daar niet bij, wat mij betreft.

Kluizenaarsquarantainetip 2: Reinheid

Kluizenaarsquarantainetip 2: Reinheid

Blijf in je cel en je cel zal je alles leren.

Opruimen, bijvoorbeeld. Van nature ben ik iemand die veel rotzooi om zich heen verzamelt en slechts bij golven poetsdrang heeft. Dit heeft mij de eerste jaren van mijn kluizenaarsleven nogal eens de boel verziekt. Ik was daar echt niet uitzonderlijk in. Ik was een knul van vijfentwintig, dat veranderde niet op wonderbaarlijke wijze door een zwarte soepjurk aan te trekken. Net zo goed gaat een mysterieus griepvirus jou niet plotseling in Mien Dobbelsteen veranderen. Zoals rondslingerende minuten, uren en seconden een verblijf in afzondering echter serieus verzwaren, zo is het zeker ook met rondslingerende dingen.

Er bestaan mensen die in een soort storthoop volmaakt gelukkig zijn omdat de storthoop maar schijnbaar is. De bewoner weet precies waar alles is en pas als hij gaat opruimen raakt hij gedesoriënteerd. Ga er maar vanuit dat jij zo niet werkelijk in elkaar zit, wat je jezelf ook (al jarenlang) wijsmaakt. Mensen die in een dergelijke situatie echt gedijen bestaan, maar ze zijn zo zeldzaam als Mariaverschijningen in Japan.

Bovendien zitten we nu met die corona-ellende. Vluchten kan niet meer! Chaos in je tent betekent chaos in je kop. Volgens mij is dat aardig wat mensen ook al onmiddellijk na het begin van de uitbraak opgevallen. Niet voor niks is er een run op de bouwmarkten geweest: wie gaat opruimen krijgt automatisch ook ideeën over wat beter kan worden heringericht.

Het is nergens voor nodig je huis om te batterijen tot een klinische meubelvitrine waarin alleen gedesinfecteerde playmobilpoppetjes kunnen floreren. Zolang je je sereen blijft voelen als je om je heen kijkt is het goed. Ben je de hele tijd onrustig en kom je nergens toe dan kan het zijn dat je je tijd beter moet indelen, maar het zou ook kunnen dat je in een zwijnenstal woont. Opruimen gaat altijd sneller dan je denkt en bijna iedereen wordt er uiteindelijk gelukkiger van.

Schoon is ook fijn. De manier om dat vol te houden is niet alles in één keer te poetsen, maar ruimte voor ruimte. Aan de andere kant vergt het ook discipline om al je schoonmaakhandel steeds weer opnieuw tevoorschijn te halen en weer op te ruimen. Het kan dan ook een tactiek zijn om hetzelfde soort werk in één keer (keuken en badkamer, bijvoorbeeld) of dezelfde soort ruimtes in één keer (schuur en bijkeuken) te doen.

Ik combineer bijvoorbeeld koperpoetsen met kaarsvetkrabben in de kerk, omdat ik daarbij gedeeltelijk dezelfde spullen nodig heb. Witte linnen koorhemden wassen en strijken combineert daarentegen beroerd met koperpoets, verfbranders, ragebollen en kattenpiesneutraliseerspray (inderdaad, zoiets bestaat en is in de loop der jaren voor mijn psychische gezondheid uiterst essentieel gebleken).

Nu nog een propere onderbroek aan en je bent klaar, vetlap!

Vignet II: Hyacinten

Vignet II: Hyacinten

In tijden als deze hecht ik eraan dat er bloemen in huis staan, vasten of niet. Een tic die ik van mijn moeder heb geërfd, denk ik. Dat werd eventjes een probleem, want op de markt mochten deze week alleen nog etenswaren verkocht worden, en vazen met broccoli… Mwah. Gelukkig had Matthew, een van onze vrijwilligers, in november net een bed aangelegd met voorjaarsbloemen, die nu enthousiast opkwamen. De roze hyacinten waren op dat moment het mooist, dus ik heb er twee uit de tuin gehaald en naast het beeld van de Goede Herder op mijn werktafel gezet. Ze waren een lust voor het oog en verspreidden een sterke geur, die mij een lekker voorjaarsgevoel bezorgde. Eentje was hoog en groot en uitbundig, de andere wat korter en bescheidener.

Vanmorgen kwam ik de kamer in en zag het volgende: de hyacint met de korte steel stond nog vrolijk te pronken, maar de langere was door zijn steel gezakt. “Zo gaat het met mensen ook,” dacht ik onmiddellijk. Als we verwend worden gaat het ons schijnbaar voor de wind en schieten we snel en schijnbaar gezond de lucht in. Kijk naar Europa en Amerika na de tweede wereldoorlog: Geen oorlog, geen pest en geen honger. Onze stelen zijn hoog gegroeid en onze bloemen zwaar. Rampen en gevaren deden zich altijd voor op andere plaatsen en troffen altijd andere mensen. Stiekem keken wij ook wel een beetje neer op die andere mensen, en vonden die andere plaatsen een soort van rimboe waar alleen de avonturiers onder ons zich waagden.

We hebben boven onze stand geleefd. Zoals de verwende hyacint met de veel te lange steel en de veel te zware bloementros dreigt het ons al snel te veel te worden nu we ineens in een andere werkelijkheid zijn overgeplant. Sommigen van ons kunnen gewoon niet accepteren dat onze samenleving, die altijd zo veilig was, zo aan de geschiedenis voorbij, nu blootstaat aan een reële bedreiging. Ze bagatelliseren het probleem en zeggen dat we paniek schoppen over een normaal griepje.

Anderen raken juist volkomen in paniek, slaan aan het hamsteren, duiken achter de vensterbank en vervloeken iedereen die ook maar in de buurt komt.

Het meest gelaten en sterk zijn de mensen uit mijn kring die voor de epidemie al eenvoudig leefden, op tijd opstonden, geen kapsones hadden en ook niet uit waren op lawaaierig succes en maatschappelijk aanzien. Zij zijn hyacinten met korte stelen en lichte bloemen. Enfin, zij redden zich wel.

Wat nu te doen met de trotse hyacint? Weggooien? Bloem eraf en terug de tuin in, lesje geleerd, net goed? Ik bedacht dat dat ook anders kon. Hij staat weer fier rechtop, tegen de Goede Herder aan.

Mocht er iemand onder mijn gehoor zijn die ook merkt dat zijn zekerheden op een te slappe steel stonden: de Goede Herder heeft nog plaats.  

Kluizenaarsquarantainetip 1: Regelmaat

Kluizenaarsquarantainetip 1: Regelmaat

De heilige Mozes van de Scetis (een woestijnvader uit de vierde eeuw) zei: Blijf in je cel, en je cel zal je alles leren. Hij zei er niet bij dat de cel nogal een kreng van een lerares kan zijn.

Het eerste probleem dat zich voordoet als je plotseling het isolement betreedt is dat de tijd wegvalt. Je normale werkzaamheden zijn er niet meer, alle prikkels vallen weg en er is niemand om je te controleren. Misschien zie je door een raampje nog wel dat buiten de zon op- en ondergaat, maar de lengte van de uren lijkt ineens te fluctueren als de waterstraal van een kraan waarvan de druk hapert.

Het gevaar doet zich ogenblikkelijk voor dat de moderne mens – die zoete herinneringen koestert aan luie weekends die tot diep in de middag in kamerjas worden doorgebracht – om te gaan rondrommelen, lamballen en reuteleteuten. Precies doen waar je zin in hebt (wat iets heel anders is als doen wat je wilt, waarover later misschien meer).

Dat mag (als je geen monnik bent) best eens een keer, maar niet te vaak. Er is namelijk niets zo benauwend als grenzeloosheid, en een leven zonder ritme levert razendsnel een soort agressieve verveling op die monniken akedia noemen. Die leidt tot chronische rusteloosheid (tien keer je mail checken, van alle netflix-series de eerste drie minuten kijken, je vrienden (en vage kennissen) vervelen met onnodige appjes, in huis drie klusjes beginnen maar niets afmaken, laat staan dat je nog een boek zou kunnen lezen). In de meest extreme gevallen kan dit leiden tot een toestand die monniken akathisia noemen, het totale onvermogen tot enige vorm van rust. Je moet dan worden platgespoten en opgenomen om te voorkomen dat je jezelf wat aandoet. Enfin, gelukkig is dat uiterst zeldzaam.

Ook als er geen sprake is van akathisia verschuift de onrust van pregnante verveling op den duur altijd in de richting van het troosten van de onderbuik. Er ontstaat dan een verslavende fixatie op de onheilige Drie-eenheid “VZN” (eten, drank en sex). Dat klinkt wel lekker maar dat is het niet. Als je even nadenkt snap je zelf ook wel dat dat geen maanden vol te houden is. Het is niet de bedoeling dat je na de quarantaine moddervet, drankverslaafd en, eeh… uitgeleuterd bent.

Probeer dus in de stilte zoveel mogelijk een normaal ritme vast te houden. Dat hoeft niet precies hetzelfde te zijn als toen je nog “losliep,” zolang het maar redelijk consequent wordt vastgehouden. Monniken hebben daarvoor een stelsel van getijdengebeden ontwikkeld, dat de dag als het ware van een “skelet” voorziet. Als je niet religieus bent zou je iets kunnen ontwerpen dat daar op lijkt, bijvoorbeeld vijf keer per dag een kwartiertje de tuin in of het balkon op om te luisteren naar de stilte. Vijf keer per dag in alle rust een gedicht lezen (waar tegenwoordig bijna geen mens meer geduld genoeg voor heeft. Misschien lukt het in de corona-leegte wel). Eet op gezette tijden en maak eens werk van het koken. Enfin, ik hoef je ook niet alles voor te kauwen.

Tot slot, het allerbelangrijkste: KOM OP TIJD JE NEST UIT!

Kluizenaarsquarantainetips: proloog

Kluizenaarsquarantainetips: proloog

Voor we daadwerkelijk praktisch aan de gang gaan met het huiselijk maken van de afzondering nog even het volgende:

Een kluizenaar is iemand die uit eigen vrije wil – gedreven door overweldigende nieuwsgierigheid naar het absolute – de eenzaamheid inkruipt. Dat is heel wat anders dan iemand die door een dreigende infectieziekte in quarantaine gedwongen wordt.

De kluizenaar duikt de stilte en afzondering in omdat hij vermoedt dat daar de ruimte gevonden kan worden om God te ontmoeten. Zijn isolement is van meet af aan bedoeld om creatief te zijn.

Iemand die door dreiging en dood achter de voordeur gejaagd wordt begint op een totaal andere manier aan zijn afzondering. er wordt een heel andere toon gezet. Hij is geen opgewonden ontdekkingsreiziger maar een nerveuze vluchteling. Toch geloof ik dat de natuur van de mens nu eenmaal zo in elkaar zit dat beide wegen elkaar uiteindelijk altijd zullen kruisen.

Waar de kluizenaar in de “hemel” die hij zich heeft verkozen eerst zijn demonen moet trotseren zou de coronavluchteling nog wel eens engelen kunnen treffen waar hij alleen maar miserie had verwacht.

De kluizenaar begint immers wel met grote plannen en goede moed aan zijn verblijf in de leegte. Voordat hij echter ook maar iets op het spoor komt dat op een godsontmoeting lijkt komt hij zichzelf tegen, meerdere keren achter elkaar. Zoals de heilige Johannes de doper (de allereerste ‘christelijke’ kluizenaar) al zei: “Maak een weg voor de Heer, maak zijn paden recht.” Daarmee bedoelde hij niet dat hij een asfalteermachine wilde huren om tussen Nazareth naar Judea de reisomstandigheden te verbeteren. Hij bedoelde ermee dat God nooit meer ruimte pakt dan jij Hem geeft. Hij is een bescheiden gast, geen tiran. Dat klinkt lieflijk, maar er zit een keerzijde aan. Het betekent namelijk automatisch dat alle obstakels die je Hem in de weg legt, Hem ook ogenblikkelijk als het ware “verbergen.” Vaak werp je die barrières op zonder dat je het zelfs maar in de gaten hebt. Daarom is het opruimen ervan ook zo lastig. Probeer maar eens een pikdonkere kamer op te ruimen: je ziet de rommel niet en je ziet de kamer niet.

Nog even voor de “heidenen” onder ons: het woord “God” staat niet voor een magisch onzichtbaar mannetje waar je al of niet tegen kunt ouwehoeren. Het staat voor de Grond van Zijn, Leven, Blijdschap en Vrede, en dus ook voor de Grond van het leven, zijn, blijdschap en vrede van elke afzonderlijke persoon. Als God voor de kluizenaar verborgen is, is zijn cel de hel. Voor de arme agnostische tandarts of kapper die door het coronavirus achter de geraniums wordt gedwongen is de situatie misschien niet religieus, maar toch heel vergelijkbaar: wat te doen om te voorkomen dat het achter de geraniums een hel wordt?

Het antwoord op dit dilemma is eigenlijk nogal voor de hand liggend. Het gaat niet gepaard met mystieke extasen of zelfkastijding of naakt uitgevoerde rituelen bij volle maan op een kerkhof. Het antwoord is drieledig en je hebt het al duizend keer gehoord:

Rust, reinheid en regelmaat. De beruchte drie “erren.”

We zullen ze in omgekeerde volgorde behandelen.

Even over God

Even over God

Zoals beloofd zal ik het in dit blog over een praktische boeg gooien, maar zelfs dan moeten we het eerst nog even hebben over mijn taalgebruik.

Ik ben een christelijke kluizenaar, dus ik gebruik soms het woord “God.” Ten eerste: een christelijke kluizenaar is nog geen christelijke snob. Als ik het over “God” heb bedoel ik Iemand die geseculariseerde mensen (“agnosten”) meestal ook bedoelen als ze het hebben over “het absolute,” “de Oorsprong,” enzovoort. Je zal je erover verbazen hoeveel agnosten religieuze ervaringen hebben, en er in die termen over spreken. Ik zeg niet dat er geen verschillen zijn. Ik zeg zelfs niet dat er geen verschillen in kwaliteit zijn tussen verschillende tradities, laat staan tussen tradities en vluchtige modes. Ik geloof alleen ook dat de menselijke ervaring van de werkelijkheid zo universeel is dat we in tijden als deze allerlei scheidslijnen best even kunnen laten voor wat ze zijn. Nog belangrijker: Ik hoop dat jullie in de gaten hebben dat ik, als ik “God” zeg, geen chagrijnig oud mannetje op een wolk bedoel, zo Eentje die alles in de gaten houdt en je altijd veroordeelt. Of Eentje die juist voor Sinterklaas speelt in ruil voor lofgezangen. Beiden zijn door drammerige atheïsten bedacht om ze goedkoop af te kunnen schieten. Er schijnen in de wereld van het evangelicalisme mensen te bestaan die in dergelijke goden geloven, maar ik kan me er niks bij voorstellen.

Als ik “God” zeg moet je denken in de richting van “meest uiteindelijke Werkelijkheid,” “Wezensgrond” etc. Weliswaar klopt het dat God voor mij Persoon is (zelfs meer dan wie ook), maar vergeet in vredesnaam alle poppetjes die op een menselijke manier dingen bekokstoven.

Ik geef hier de tekst van een oude KN-Column van mij ter illustratie van wat ik bedoel. Ik hoop dat het daarna duidelijk is:

Het christendom is geen godsdienst van het boek, zoals veel mensen denken. Wie op de knieën gaat voor een pak papier met een koeienvelletje eromheen maakt zich schuldig aan afgodendienst of zelfs fetisjisme (ik bedoel hier het aanbidden van onbezielde objecten, niet dat andere). Dat we wél een godsdienst van het Woord hebben wordt bovendien óók nog vaak verkeerd begrepen. Met dat Woord wordt namelijk Jezus zelf bedoeld, niet de geschreven of gedrukte neerslag van zijn woorden, hoe belangrijk die ook zijn. Woorden zijn ongelooflijk machtig, maar ook ongelooflijk beperkt. Ook als iedereen zich bij “fiets” een metalen ding met trappers en wielen voorstelt wil dat nog niet zeggen dat dat woord ook bij iedereen hetzelfde beeld oproept. De een denkt aan een klassieke opoefiets, de ander aan een racefiets. Ook de gevoelens en associaties die een woord oproept zijn voor iedereen weer anders. Voor mijn broer staat een racefiets bijvoorbeeld voor vrijheid, gezondheid en levensgeluk. Voor mij staat een racefiets voor boetedoening, gekreun en kans op botbreuken. Ik heb eens een – zeer intelligente en toch tamelijk domme – pastoor horen zeggen dat hij alles spic en span voor elkaar had omdat bij hem in de Mis alleen de goedgekeurde teksten uit het Missaal en de GVL (“gezangen voor Liturgie”) werden gebruikt. Dat die woorden krachteloos en stervend ronddreven in een poel van kindertekeningen, sanseveria’s en de verklankte wanhoop van Oosterhuis had hij totaal niet in de gaten. “Dit is mijn Lichaam” krijgt toch een iets andere lading als het wordt uitgesproken tussen twee concelebrerende misdienettes die zich in grijze overgordijnen opzichtig dood staan te vervelen (met hun armen op het altaar). Context is alles, maar zoveel zielen, zoveel contexten. Daarom grijns ik altijd vals als seminaristen van de Pius- of Petrusbroeders mij met een stalen gezicht verkondigen dat ze ongeveer alles kunnen verklaren aan de hand van de Summa Theologiæ. Enfin, seminaristen horen overmoedig te zijn. Hoe dan ook, je hoort lang niet altijd wat je denkt te horen als er woorden in het spel zijn. Mensen die trots het Credo zingen hebben soms geen enkele verbinding met de inhoud ervan. Andersom kan ook. Ik had van de week een gesprekje aan het hek met een nogal deftige Eindhovense mevrouw die naar Warfhuizen was gekomen om een zakdoek met Maria te ruilen voor haar zieke dochter. Toch beweerde ze met droge ogen dat ze afvallig (haar eigen woord) en ongelovig was. “Als ik hier kom ervaar ik dat er achter dat hek iets aanwezig is – geen idee wat precies – maar ik kan er wel mee praten en dat is dan goed zo,” was het verhaal. Niet zulke beste woorden, theologisch. Afgrijselijk zelfs, als ik heel eerlijk ben. Maar welke werkelijkheid verbergt zich erin?

Vignet I: Liudgerdag 2020

Vignet I: Liudgerdag 2020

Ik heb net de lauden gebeden, het ochtendgebed van de Kerk dat bij uitstek dankbaar en vrolijk is: lof aan God om alles wat Hij maar blijft geven. Vandaag was het nog feestelijker omdat het de feestdag van Warfhuizen is: onze patroon, de heilige Liudger, wordt vandaag gevierd. De situatie is onwezenlijk. Ik sta in een beeldschoon kerkje een beeldschone liturgie te vieren terwijl van buiten de zon beeldschone kleuren op de muren verft en de vogeltjes beeldschoon meekwinkeleren. Als ik naar buiten kijk zie ik een strakblauwe hemel en alles ruikt naar de hyacinten die vlak onder het raam ijdel staan te wezen. In de huidige omstandigheden kan ik niet anders dan denken aan datzelfde Liudgerfeest vierhonderdzesendertig jaar geleden. In Warfhuizen was toen een eenheid van het Spaanse leger gevestigd. Daarom vielen de Friezen binnen en staken het dorp in brand. Heel anders dan nu, en toch duidelijk vergelijkbaar genoeg om eraan herinnerd te worden: we worden, hoe dan ook, belegerd. Gelukkig is de vijand deze keer niet de medemens. Niets is immers zo wrang als menselijke haat en nijd. Aan de andere kant kun je Friezen tenminste zien aankomen. Het beest waar we nu tegen vechten is ongrijpbaar en onzichtbaar. Het is een soort spook van de natuur. Daarom vond ik het fijn die feestlauden te bidden. Die bezingen de Zon die over ons opkomt en de griezels van de nacht laat verdampen. Dat zal deze keer niet met één zonsopkomst gebeurd zijn, maar het is al aan de gang en zal onstuitbaar op een dag klaar zijn. Ook dit gaat weer voorbij.