Gebedstijden en liturgische kalender vanaf 1 Maart 2010
dinsdag 9 maart 2010
Dit schema blijft bovenaan staan. Hieronder wordt het weblog van broeder Hugo verder bijgehouden.
DAGELIJKS OFFICIE
- 6.00 Vigilie aan het eind van de nacht en Lauden
- 16.00 - 17.30 Sacramentsuitstelling, waaronder om 17.00 de Rozenkrans
- 19.00 Vigilie aan het begin van de nacht en Completen
- ± 21.30 einde van het vigilie en sluiting van de kerk
Belangrijk! Wie een van beide vigilies wil bijwonen wordt verzocht uiterlijk tien minuten voor aanvang aanwezig te zijn en altijd aan te bellen, ook als de kerk al open is (bel buiten rechts naast de hoofdingang van de kerk.) De broeder heeft dan de gelegenheid u een vertaling te geven en u uit te leggen hoe u die moet gebruiken. Gelieve er aan te denken dat zo’n vigilie meer dan twee uur duurt, geheel in het Latijn wordt gebeden en voor driekwart bestaat uit psalmreciet. De Psalmen worden gereciteerd op één melodie door één monnik die u het grootste deel van de plechtigheid niet kunt zien zitten. Als u nog geen ervaring hebt met het monastieke koorgebed is het beter eerst eens naar een abdij te gaan.
LITURGISCHE KALENDER
LEGENDA:
- TEKST IN ROOD IN HOOFDLETTERS GEEFT EEN HOOGFEEST AAN
- Tekst in rood zonder meer geeft een feest aan
- TEKST IN BLAUW IN HOOFDLETTERS GEEFT EEN VOOR DEZE KLUIS ZEER BELANGRIJK FEEST AAN (GEVIERD ALS HOOGFEEST)
- Tekst in blauw zonder meer geeft een in deze kluis speciaal gevierd feest aan
- Feesten die niet op de normale Romeinse kalender staan, worden alleen in het Sacramentslof en tijdens de litanieën gevierd, behalve de feesten die in blauw zijn opgevoerd (Groninger heiligen, kluizenaarsfeesten en patroonsfeesten.)
- De tekst ‘Reliekverering‘ geeft aan dat er van de betreffende heilige een reliek in de kapel aanwezig is. In zo’n geval is er na de aanbidding een korte lezing van het leven van die heilige en gelegenheid het reliek te vereren.
MAART
- Dinsdag 9 Maart: H. Francesca Romana
- Woensdag 10 Maart: H. Humbelinus
- Donderdag 11 Maart: H. Sophronius van Jeruzalem
- Vrijdag 12 Maart: H. Simeon de nieuwe Theoloog
- Zaterdag 13 Maart: H. Euphrasia van Constantinopel
- Zondag 14 Maart: 4e Zondag van de Vasten LAETARE
- Maandag 15 Maart: H. Clemens Maria Hofbauer Reliekverering
- Dinsdag 16 Maart: H. Christodulus Thaumaturgus
- Woensdag 17 Maart: H. Patrick
- Donderdag 18 Maart: H. Cyrillus van Jeruzalem
- Vrijdag 19 Maart: H. JOZEF
- Zaterdag 20 Maart: H. Wulfram van Medemblik
- Zondag 21 Maart: 5e Zondag van de Vasten
- Maandag 22 Maart: H. Basilius van Ancyra
- Dinsdag 23 Maart: H. Turibius van Mogrovejo
- Woensdag 24 Maart: H. Catharina van Zweden
- Donderdag 25 Maart: ONZE LIEVE VROUWE BOODSCHAP
- Vrijdag 26 Maart: H. LUDGERUS Patroon van de Warfhuister Kluiskapel
- Zaterdag 27 Maart: H. Johannes de Ziener
- Zondag 28 Maart: PALMZONDAG
- Maandag 29 Maart: MAANDAG IN DE GOEDE WEEK
- Dinsdag 30 Maart: DINSDAG IN DE GOEDE WEEK
- Woensdag 31 Maart: WOENSDAG IN DE GOEDE WEEK
APRIL
- Donderdag 1 April: WITTE DONDERDAG
- Vrijdag 2 April: GOEDE VRIJDAG
- Zaterdag 3 April: STILLE ZATERDAG
- Zondag 4 April: PASEN
- Maandag 5 April: MAANDAG IN HET PAASOCTAAF
- Dinsdag 6 April: DINSDAG IN HET PAASOCTAAF
- Woensdag 7 April: WOENSDAG IN HET PAASOCTAAF
- Donderdag 8 April: DONDERDAG IN HET PAASOCTAAF
- Vrijdag 9 April: VRIJDAG IN HET PAASOCTAAF
- Zaterdag 10 April: ZATERDAG IN HET PAASOCTAAF
- Zondag 11 April: BELOKEN PASEN
- Maandag 12 April: H. DODO VAN HASKE (Verplaatst van 30 Maart)
- Dinsdag 13 April: H. Martinus I
- Woensdag 14 April: H. Fronto en gez.
- Donderdag 15 April: H. Paternus van Llandabarn
- Vrijdag 16 April: H. Benedictus Jozef Labre Reliekverering
- Zaterdag 17 April: H. Johannes III Ozdoen
- Zondag 18 April: 3e Zondag van Pasen
- Maandag 19 April: H. Geroldus
- Dinsdag 20 April: H. Agnes van Montepulciano
- Woensdag 21 April: H. Anselmus
- Donderdag 22 April: H. Theodorus van Sykeon
- Vrijdag 23 April: H. Joris
- Zaterdag 24 April: H. Fidelis van Sigmaringen
- Zondag 25 April: 4e Zondag van Pasen
- Maandag 26 April: Onze Lieve Vrouw van Goede Raad
- Dinsdag 27 April: H. Petrus Canisius Reliekverering
- Woensdag 28 April: H. Louis Grignion de Montfort
- Donderdag 29 April: H. Catharina van Siëna Reliekverering
- Vrijdag 30 April: H. Robertus van Molesmes
MEI
- Zaterdag 1 Mei: H. Jozef, arbeider
- Zondag 2 Mei: 5e Zondag van Pasen
- Maandag 3 Mei: H.H. Philippus en Jakobus/Kruisvinding
- Dinsdag 4 Mei: H. Gotthard/Dodenherdenking
- Woensdag 5 Mei: H. Hilarius van Arles/Bevrijdingsdag
- Donderdag 6 Mei: H. Barbarus
- Vrijdag 7 Mei: H. Domitianus van Maastricht
- Zaterdag 8 Mei: - Warfhuister broederschapsbedevaart
14.00: Heilige Mis in de Sint Bonifatiuskerk in Wehe-den Hoorn - 15.00 Processie naar Onze Lieve Vrouw van Warfhuizen (2 Km.) - ± 15.40 Mariahulde en Sacramentslof in de kluiskapel
- Zondag 9 Mei: 6e Zondag van Pasen
- Maandag 10 Mei: H. Isidora, dwazin om Christus
- Dinsdag 11 Mei: H. Mamertus van Viënne
- Woensdag 12 Mei: H. Nereüs en Achilleüs/ H. Pancratius
- Donderdag 13 Mei: H. Servatius
- Vrijdag 14 Mei: H. Matthias
- Zaterdag 15 Mei: H. Pachomius/ H. Dymphna van Geel
- Zondag 16 Mei: 7e Zondag van Pasen
- Maandag 17 Mei: H. Paschalis Baylon
- Dinsdag 18 Mei: H. Johannes I
- Woensdag 19 Mei: H. Dunstan van Canterbury
- Donderdag 20 Mei: H. Bernardinus van Siëna
- Vrijdag 21 Mei: H. Hospitius
- Zaterdag 22 Mei: H. Rita van Cascia
- Zondag 23 Mei: HOOGFEEST VAN PINKSTEREN
- Maandag 24 Mei: O.L.V. Hulp der Christenen
- Dinsdag 25 Mei: H. Beda Venerabilis/ H. Maria Magdalena de Pazzi
- Woensdag 26 Mei: H. Philippus Neri
- Donderdag 27 Mei: H. Augustinus van Canterbury
- Vrijdag 28 Mei: H. Theodulus Stylites
- Zaterdag 29 Mei: H. Theodosia van Constantinopel
- Zondag 30 Mei: HOOGFEEST VAN DE H. DRIEVULDIGHEID
- Maandag 31 Mei: O.L.V. Visitatie
Ontwerpwerk: Flyer voor de broederschapsbedevaart
dinsdag 9 maart 2010

Door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld…
dinsdag 2 maart 2010

Met het huidige priestertekort is het ondoenlijk om voor één kluizenaar ’s Zondags Mis te laten lezen. Zodoende kerk ik in de Groninger kathedraal. Dat is geen straf, want de gemeenschap van de Groninger kathedraal is waarschijnlijk de meest bloeiende parochie in Nederland. Al die dingen die je in de gemiddelde parochiekerk mist zijn er simpelweg aanwezig, en van al die dingen waaraan je je in de gemiddelde parochiekerk doodergert hebben ze in Groningen nog nooit gehoord.
Helemaal geweldig dus.
Maar dan het volgende. Omdat ik beide aanstellingen heb (voor oudgedienden: de lagere wijdingen,) vroeg de plebaan mij ongeveer een jaar geleden om in het vervolg mee Communie uit te reiken. Je zou denken dat je een dergelijke arbeid veilig aan kluizenaars toe zou moeten kunnen vertrouwen: veel pastoraal vernuft is er immers niet voor vereist.
Nu is het echter zo dat er ook mensen in de rij staan met hun armen gekruist voor de borst. Het gaat dan om kinderen die nog niet de eerste Communie hebben gedaan of om volwassenen die bezig zijn katholiek te worden (en dus ook nog geen eerste Communie hebben gedaan.) Het is de bedoeling dat je die een kruisje op het voorhoofd geeft en zegt: ‘God zegene u.’
Zo stond er op een zekere Zondag een jongedame bij mij in de rij. Zij was een jaar of zeven, schat ik zo. Het hoofdje trots geheven, blakend van zelfbewustzijn, lange golvende rode lokken. Ze hield haar handen parmantig gevouwen voor de borst, zodat het duidelijk was dat ze een kruisje moest hebben. Zo gezegd zo gedaan, niks aan de hand. Ik was alleen zo stom om mij, vertederd als ik was, iets onvergeeflijks uit de mond te laten rollen. Ik tekende haar het kruisje op het voorhoofd en zei: (ik durf het van schaamte nauwelijks op te schrijven…)
- ‘God zegene jou, kleine meid!’
Haar hoofd werd eerst blauwpaars en toen krijtwit. Ik voelde een onbestemde dreiging in de lucht hangen, en plotseling viel het mij op dat ze nogal scherpe, lange nagels had. Ook bracht haar nogal fin-de-siècle-achtige jurkje mij ineens eerder de ‘Bride of Dracula’ dan de ‘Sound of Music’ voor de geest. Ze sperde haar mond wijd open van verontwaardiging (nee, geen puntige snijtanden, gelukkig) en krijste met een stemgeluid als een fileermes:
- IK BEN GEEN KLEINE MEID
Dit galmde (in mijn beleving dan) nog minuten na in de neogotische gewelven boven onze hoofden: ‘MEID………EI……….EI……….ei………..ei.……’
Enfin, men vermijdt bloedstollende belevenissen door levenservaring, en men verkrijgt levenservaring door bloedstollende belevenissen, zal ik maar zeggen…
Van de Broederschap: Bedevaart dit jaar op 8 Mei!
maandag 1 maart 2010

Op zaterdag 8 Mei is er weer een bedevaart naar Onze Lieve Vrouwe van Warfhuizen. Om 14.00 is de bedevaartmis in de kerk van de heilige Bonifatius in Wehe-den Hoorn. Daarna trekken we, om ongeveer 15.00, in processie naar Warfhuizen (2 km,) waar in de kluiskapel het sacramentslof met Mariahulde wordt gevierd. Na afloop zal er koffie met cake zijn in het dorpshuis van Warfhuizen.
De celebrant is deze keer plebaan R. Wagenaar, pastoor van de Groninger kathedraal.
Sinds 2003 trekken van heinde en verre mensen, individueel en in besloten groepen, naar de ‘Bedroefde Moeder van Warfhuizen.’ Sinds enkele jaren is er ook deze ‘open’ bedevaart, om iedereen de gelegenheid te geven om in groepsverband en in een feestelijke sfeer naar Warfhuizen te pelgrimeren.
De kosten van deelname zijn 5 Euro
Voor hen die slecht ter been zijn en geen processies kunnen lopen is er vervoer mogelijk van Wehe-den Hoorn naar de kluis van Warfhuizen.
Aanmelden bij Johanna Weersing: (050) 542 71 58
Twee keer kijken…
dinsdag 23 februari 2010

Nederlanders staan er om bekend dat ze overal een oordeel over klaar hebben, ook de Nederlandse katholieken. Dat is jammer.
Een bekend boek over de grondhouding van de kluizenaar heet ‘Sich Gott aussetzen und standhalten.’ Vrij vertaald betekent dat ‘Zich tonen aan God en volhouden.’ Het is geschreven door de Duitse zuster Maria Anna Leenen, een zeer beschaafde en verfijnde kluizenares. Omdat ik persoonlijk meer een lompe Nederlandse boeren-gooi-en-smijt-kluizenaar ben heb ik het zelf meestal over met lege handen in je blootje voor God staan en zorgen dat je niks verzint om je mee te bedekken. Daarmee bedoel ik geen naakte oerwoudrituelen. Daarmee bedoel ik dat je je geestelijk overgeeft aan de Heer met al het goed en kwaad waarvan je je bewust bent, zonder jezelf te verdedigen of goed te praten.
Kluizenaar zijn vergt daardoor wel eens de nodige moed, en een zekere tolerantie voor gênante toestanden. Die moed is alleen op te brengen wanneer er in onze relatie met de goede God voldoende eerbied en vertrouwen is.
Eerbied: Ik heb de wil om mijn ziel naakt aan God te tonen omdat ik daar heil van verwacht, omdat ik God als Bron van alle vreugde en heelheid erken. Ik weet dat ik mijn schaamte niet voor niets overwin. Vertrouwen: Ik weet mij veilig bij God.
Andersom eerbiedigt God mijn vrijheid en beloont mijn naaktheid - mijn eerlijkheid naar Hem - door die te bedekken met vaderlijke liefde, vergeving en genezing.
Wat hierboven staat geldt weliswaar bij uitstek voor kluizenaars, monniken en slotnonnen, maar, met een andere intensiteit, ook voor katholieke slagers en slagerinnen, accountants, secretaressen en tandartsen. Want zonder een zekere kinderlijke openheid naar God stort elk gebed ter aarde.
Heeft dit alles nog een weerspiegeling in de omgang met de medemens? Zegt Christus immers niet: ‘Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad?’ (Joh.15:12)
Ik denk het wel. In het licht van het voorgaande zou ik dan ook de conclusie willen trekken dat de omgang van katholieken onderling zou moeten uitblinken in eerbied en vertrouwen.
Eerbied: Een ander woord voor eerbied is respect, van het Latijnse respicere, wat omkijken betekent, of acht slaan op, of, vrij vertaald, twee keer kijken. Dat doen we bijvoorbeeld door elkaar als unieke mensen te beschouwen, en elkaar niet rücksichtslos bij stromingen en ‘ismen’ in te delen.
Vertrouwen: Bij ons zou iedereen zich veilig genoeg moeten voelen om met zijn eigen talenten iets bij te dragen aan de majestueuze kathedraal die Katholieke Kerk heet, zonder bij de eerste fout van de steiger te worden gekieperd.
Openheid: Over ons zou men moeten zeggen: ‘Die katholieken, Ziet, hoe zij elkander beminnen‘
Iemand die van de oude Mis houdt is daarom nog geen Lefèbvriaan, en iemand die aarzelt over bijvoorbeeld de seksuele moraal is daarom nog geen aartslinkse acht-mei-ketter.
Het is een onbeleefde gewoonte niet naar elkaar te kijken wanneer je een toost uitbrengt. Het is een zonde om elkaar niet te zien wanneer je samen het Lichaam van Christus deelt…
For Matthew Alderman
donderdag 4 februari 2010
+
Warfhuizen, St. John Bosco AD 2010
Dear Matthew,
A long time ago I promised to send you a report on the restoration and redecoration of the chapel and hermitage in Warfhuizen. Because of various reasons this took a while, but I now have ample time to expansively write to you about this process.
In 2001 the old village church in the small village of Warfhuizen, in the northern tip of the Netherlands, was returned to Catholic worship, with the purpose of establishing a hermitage and chapel there. At that time it was virtually a ruin. The roof was threatening to collapse, the clock to fall down, there was no real floor left in the building: it was a spooky place.
The small church originally dates from the thirteenth century, but that doesn’t really show anymore. In the middle of the nineteenth century it had gotten far too small for the village, and the decision was made for a reconstruction which was basically a total rebuilding in a totally different style, specifically for Protestant services.
At that time such buildings were often funded by the state, on the condition that the drawings were okayed - and often even made - by Rijkswaterstaat, the government institution which was originally intended to build dikes and sluices and create new polders. So a unique design developed, which in the Netherlands is often called the ‘waterstaat’ style. It is usually a very basic form of neoclassicism: they wanted to spend as little money as possible, of course. To give you an idea, I include here a picture of the church’s exterior:

Next to refurbishing the building it also had to be redecorated. A hermitage had to be constructed in the last bay, but it especially needed a true Catholic interior. That became a very strange job in itself
The situation in 2001
With all that follows, you must remember well that there was no Benedict XVI yet, and that there was no indication of a possible ‘New Liturgical Movement’. Anything that even smelled too much of tradition, was very much suspect, and the entire project could easily have failed if outsiders had gotten the idea that it was a traditionalist initiative..
So we always strove for ’sacrality’ instead of ‘traditional sacrality’. The joke being, of course, that when the reconstruction was complete, the entire attitude had changed. But by then I had myself a brick people’s altar and a minimalistic ciborium magnum. Subsequentely a devotion and pilgrimage to the Virgin Mary developed, which demanded a totally different atmosphere, and the volunteers began to ‘baroque’ my sharp and modern design. It now looks as if history has had its way with it. And that’s essentially what happened, albeit in ten years instead of a thousand.
Starting point
To give you an idea of the situation that we started with I give you a list and some images.
- A ‘waterstaat’ style church, partly on thirteenth century foundations. Orientation reversed. Organ loft and entrance in the old sanctuary.
- Church completely empty, apart from the organ loft and entrance. Two blocks of pews with elements from the 17th, 18th, 19th and 20th centuries, all to be totally overhauled. In the 1960s the organ (including the pipes!) and the pulpit had been painted bright white, the ceiling sky blue and the moldings vanilla yellow. The steps and soundboard had gone into the fire.
- Tower rebuilt in the middle of the nineteenth century, possibly after the design of its medieval predecessor. Clock from the thirteenth century (Oldest but one in the Netherlands.)
- All this on the verge of collapse and the rest was just bad.



First stage
During the first stage the building was totally emptied, apart from the organ loft. The organ was emptied, the casing wrapped up. Then the roof was largely replaced, the walls regrouted, etc. By that time the blueprints were just about done.
Blueprints
The hermitage was drawn by an architect from the city of Groningen, Mr. Oving. He had the idea that I should make the design of the church’s interior myself. He would then make usable construction blueprints based on my design.
A classicistic church needs a classicistic interior, but the political situation in the Church made that impossible without wrecking the founding of the hermitage. That is why I was inspired mostly by early medieval churches with a raised sanctuary, a ciborium magnum and clearly demarcated liturgical spaces.
I have drawn a lot, but except for the definitive blueprints, I have almost nothing left of my ’simple scratchings’. I really regret that now. Keep your simple scratchings! Of those I still have, I include one here. They are not very beautiful, but they will do.

The blueprints then. I assume you’ll easily read them, so I’ll just include one here.

To be able to ‘taste’ the final result, we had a model made.

You’ll see that the design was loosely based on early Roman churches from Italy, with a raised sanctuary and crypt underneath. (Of course the model was ‘rough.’ The square openings to the crypt where ment to be built as arches.) The ciborium magnum and the people’s altar would be made from piecework brick, and would be placed atop the altar steps (a total disaster in light of the reform of the reform but, as I mentioned before: here was no sign of that yet. If you told us what would happen in the next ten years, we’d have considered you mad.)
We intended to adapt further decoration to this design, with statues from the ‘Petites soeurs de Bethléhem’ in a Roman styling. The block of pews turned out to include two seventeenth-century pews used by wealthy local families. Those would be restored to their original state, and the Protestant pulpit would also return with reconstructed sound board and steps (to function as ambo.)
The so-called ‘Bossche school’ was also of some influence, especially the church in Odiliapeel, designed by architect De Jong.

This style, developed by Benedictine architect dom Hans van der Laan, is know for its modern simplicity, as well as its sacrality. “If it can’t be traditional, then as holy as possible,’ just about was our motto.
During construction we constantly had to be attentive, since no one had any practical experience in decorating Catholic churches. That is why there were regular last-minute changes, and some enormous mistakes, as these things go. From that time we have the funny little front of the altar with the round window underneath. In hindsight, you don’t really understand why you ever did that.
Anyway, I’ll just include some photos of the progress of construction, to give you an idea.



Pilgrimage, Benedict XVI, Baroque: everything changes
When the church and hermitage were finished, I moved in and continued my religious life in a building that was ‘finished’, and anything but ‘finished’. Choir stalls arrived that seemed to have escaped from some 1970s German trailer, so that had to change. There were no chasubles, no vessels, nothing. You get the idea.
Then a statue of Mary arrived that turned all my original ideas on their heads. A Spanish mother of sorrow in a vivid emotional Baroque, like they carry through the streets of Seville in Holy Week. And lifesize, to boot!
The logical result was that the simple interior was totally overshadowed by that one statue. As soon as it was placed, faithful began to flock to Warfhuizen (an extremely remote village!) especially for the statue. Removing it was out of the question. I suddenly had a small pilgrimage site on my doorstep.

There were a number of able golden-handed volunteers, including the widow of a Russian Orthodox priest, who had golden hands. In the mean time the first signs of a relaxation of the attitude towards tradition began to dawn. And so the decision was made to make the entire church baroque. I did initially fear a kitschy effect, but I dared to take the jump with these people.
I’ll let the photos speak for themselves:





Dear Matthew, I have reached the end of my story. I have a church with a very strange history, but with which I, and many others, are very happy. In hindsight I consider it a sign of the divine providence’s sense of humour. With my ignorance, church politics, protestant domination, monument care and the lack of funds in the way, the Lord has managed to give us a sanctuary where many can get close to Him.
I hope that this little report has entertained you. If you have any questions, you know how to reach me. Please let me know how things are going with your own construction project.
Wishing you God’s richest blessing,
Brother Hugo

Nou ja…
vrijdag 8 januari 2010

Uit een nieuwsbericht:
Liturgiam authenticam
In 2001 gaf de Romeinse instructie ‘Liturgiam authenticam’ de opdracht voor een complete herziening van de bestaande vertalingen in de wereldkerk. Met het oog daarop werd op 4 juni 2009 de Bisschoppelijke Commissie voor de Vertaling van Liturgische Teksten in de Nederlandse Taal opgericht. Nederland en Vlaanderen werken hierin samen.
Ben ik de enige die hier de slappe lach van krijgt, of komt dat misschien door mijn kluizenaarsnaïveteit? Enfin, haastige spoed is zelden goed, zullen we maar zeggen.
Kerststal Warfhuizen 2009
zaterdag 26 december 2009

Het keizerlijk geschenk
donderdag 24 december 2009

Dit verhaal heb ik geschreven toen ik een jaar of achttien was, en student aan het seminarie in Den Bosch. Als ik tegenwoordig terugkijk vind ik mijn schrijfsels van toen meestal nogal plechtstatig en pompeus, maar toen ik deze vorige week tegenkwam vond ik hem bij herlezing gewoon heel aardig en voldoende kersterig voor deze periode van het jaar. Zodoende, bij deze:
Het keizerlijk geschenk
Het was al schemerdonker in de kerk toen hij binnenkwam, en niet veel mensen zullen hem hebben opgemerkt toen hij over de glanzend geboende tegelvloer naar het beeld van de kleine heilige Theresia schuifelde. Hij moet een jaar of acht geweest zijn, en duidelijk van boerenkomaf, te zien aan zijn bruine jasje waar grote ronde zandvlekken inzaten. Met twee grote groene ogen gluurde hij voorzichtig om zich heen voor hij slinks een biechtstoel inschoot, de tweede van voren, die niet wordt gebruikt.
Hij had uren op een hard houten knielbankje gezeten toen hij de koster hoorde afsluiten. Nadat hij zijn galmende stap had horen wegebben in de kloostergang schoof hij het zware gordijn van de biechtstoel opzij en stapte, trillend over zijn hele lichaam, de kerk in. Op zijn tenen stak hij het grote lege gebouw over, dat steeds groter werd naarmate hij het midden naderde. Daar leek de glanzende vloer wel een zee en het gewelf boven hem zo hoog als het heelal. Voor hem, achter een stang waaraan vijf godslampen hingen, doemde de gulden zee op die zijn eindbestemming was: het altaar van het Kindje Jezus van Praag. De rode vlammetjes in de godslampen leken hem te waarschuwen niet verder te gaan, hij was niet waardig een zo heilige plaats te betreden. Hun licht weerkaatste rozig flakkerend tegen het glazen kastje van waaruit het kleine wassen kindje vriendelijk naar beneden keek. ‘Ik moet verder,’ zei hij met een verontwaardigd gezicht tegen de dreigende lichtjes. ‘Ik heb het mijn zusje beloofd en hij (hij wees naar het Jezuskindje) vindt het vast ook goed, want wat je belooft moet je ook doen.’ Toen schoot hem een verhaal te binnen dat zijn moeder hem eens had verteld. ‘Goed dan,’ zei hij, ‘Ik zal me aan de regels houden.’ Snel maakte hij zijn veters los, trok zijn schoenen uit en verstopte ze in de voorste bank.
Hij had nu geen tijd meer te verliezen, want als hij betrapt zou worden zou er geen kans meer zijn de opdracht uit te voeren. Voorzichtig duwde hij het deurtje van de communiebank open en haalde iets van papier onder zijn jasje vandaan, dat hij op het zwarte marmeren altaar legde. Hij zette zijn beide handen op de rand en nam een flinke sprong. Even gleed hij uit, en als hij toen gevallen was, had dat een hels kabaal gegeven. Gelukkig kon hij zich nog net op tijd vastgrijpen aan een vergulde krul op het tabernakeldeurtje. Hij bukte zich om het papier op te pakken en richtte zich in zijn volle lengte op, staande op het altaar. Trillend deed hij het schuifje van de glazen kast omhoog. Het deurtje zwaaide vanzelf open.
‘Ik zal je eruit moeten halen,’ fluisterde hij tegen Jezus, ‘anders lukt het me niet.’ Teder legde hij zijn vingers om het sokkeltje waar het kleine wassen kindje op was gemonteerd. Toen hij het stevig vasthad haalde hij het naar zich toe en keek ernstig in de blauwe wassen oogjes van het beeldje. ‘Het is natuurlijk oneerbiedig, maar het moet gebeurd zijn voor de koster komt.’ Hij ging op het altaar zitten met het kindje op schoot en ontdeed het vliegensvlug van zijn goudbrokaten kleertjes. Toen alles klaar was, en het beeldje weer op zijn plaats stond, voelde hij de paniek opkomen. Hij maakte snel het deurtje weer dicht en sprong naar beneden.
Toen hij het glad geboende marmer raakte klonk er een doffe bons. Hij draaide zich nog een kort moment om en bekeek het resultaat van zijn missie. Daar stond het Kindeke Jezus van Praag, tronend te midden van zijn vergulde stralenkransen, gekroond met zijn grote gouden kroon en omhangen met een mantel van het fijnste zilverpapier van vijftig cent. In het licht van de godslampen leek het veranderd in een majestueuze roze vlam, de vlam van het brandend braambos. De gouden letters ‘IHS’ die erop geplakt zaten waren het resultaat van dagenlang knippen, en ze blonken de aanschouwer heilig en onaantastbaar tegemoet. ‘Mijn zus is de beste knipster in de wereld,’ bedacht hij, ‘en ze kan tevreden zijn.’
Zelf tevreden over zijn welgeslaagde waagstuk trok hij zijn schoenen aan en verstopte zich opnieuw. De brokaten kleertjes die hij van het beeldje had afgehaald legde hij in de handen van de kleine heilige Theresia. ‘Bewaar ze goed, die kan hij door de week nog wel eens aan.’
Toen de koster de lege kerk binnenkwam kreeg de arme man haast een rolberoerte van schrik. Daar stond het Kindje Jezus van Praag, tronend te midden van zijn vergulde stralenkransen, gekroond met zijn grote gouden kroon en gestoken in voddig zilverpapier van nog geen vijfenzeventig cent, waarop slordig geknipte, mottige gouden letters waren geplakt. En het was ongetwijfeld prachtig. Hij wist dat hij gek geworden moest zijn, maar het was zonder twijfel het mooiste wat hij ooit had gezien. De rode weerschijn deed hem denken aan het vuur van de Heilige Geest, en de zoete naam Jezus schitterde als een door engelen aan de hemel geschreven teken, omwonden met een doornenkroon van glinsterende smaragden. De koster wist dat de zusters zouden schreeuwen, dat de paters zich dood zouden lachen en dat de hele stad nog jaren zou praten over de kerstnachtmis met de papieren kleertjes. Toch kon hij et niet over zijn hart verkrijgen om kapot te maken wat God zelf zo gewild scheen te hebben. Hij nam de brokaten kleren uit de handen van de heilige kleine Theresia en gooide ze in de sacristie in een kast.
In Praag gaat de legende dat keizerin Maria Theresia in de kerstnacht van 1743 hoogstpersoonlijk, zonder dat iemand het wist, op het altaar is geklommen en het Kindje Jezus het mooiste gewaadje heeft aangetrokken dat het ooit heeft gedragen. Waar het gebleven is weet niemand, maar het schijnt dat destijds de hele stad ernaar is komen kijken.
Alleen u, ik en de koster weten hoe het werkelijk zit.
Zoals gebruikelijk een beeldverslag van de kerstversiering
woensdag 23 december 2009

Onze Lieve Vrouwe van Warfhuizen in kerstdracht

Het interieur met de grote kerstboom en de guirlande aan het clausuurhek

En buiten is het nog steeds prachtig…