Sed diabolus…
woensdag 26 november 2008
Een van de vrijwilligers print regelmatig artikelen voor mij uit van een paar van mijn favoriete blogs. De laatste week is vooral Boele Ytsma (mijn favoriete dominee) nogal actief geweest met een aantal artikelen over de Kerk. Protestanten hebben doorgaans niks met de Kerk, en hebben er doorgaans ook geen benul van, maar Boele heeft zich er bovenop gestort. Hij zegt heel herkenbare dingen, en legt herhaaldelijk de vinger op allerlei zere plekken, al haalt hij er ook wat vreemde dingen bij die mij een beetje overbodig lijken in dit verband (chakra’s bijvoorbeeld vind ik maar uiterst dubieuze beesten. Ze bijten nogal eens in je vingers als je ze probeert te aaien. Enfin.)
Ik citeer hier even een stukje: (het hele artikel vind je hier.)
Velen pleiten er daarom voor dat de kerk zich ‘spiritueler’ toont. Er zou meer mystiek moeten komen: kaarsen, wierook, oude liturgie en symboliek. Zelfs evangelicalen, die traditioneel afkerig zijn voor ‘die Roomse praktijken’, zoeken nu soms mee naar symboliek en liturgie. De kerk kan putten uit rijke en oude bronnen, zij het dat protestantse christenen veel van die rijkdom zijn vergeten. Zelfs binnen de Rooms-katholieke kerk klinkt de roep naar de oude Tridentijnse liturgie met het ondoorgrondelijke maar zo prachtig-melodieuze Latijn. Begrijpelijk, want het is aantrekkelijk in haar mystieke vreemdheid, het brengt een ongenaakbare spirituele wereld nabij. En inderdaad, zo meldt ook Charles Schwietert in zijn boek De marketing van God, kerken waar die oude liturgie terugkeert zijn aantrekkelijk.
Het verlangen naar deze mystieke spiritualiteit herken ik, maar ik deins er eerlijk gezegd ook wat voor terug. Begrijp me goed, ik houd van mooie liturgie, rijke symboliek en verzorgde kerken en kerkdiensten. Uit dat alles spreekt aandacht, verlangen en liefde. En ik zou willen dat protestantse kerken hun gebouwen wat meer inrichten als een ‘heiligdom’ waar je vanzelf stil wordt en waar God je nabij komen kan. Daarvoor zouden we in de leer kunnen bij onze Rooms-katholieke, Anglicaanse en Oosters-orthodoxe broeders en zusters.
Maar toch voel ik aarzeling, aarzeling die voortkomt uit de ambivalentie die ik in de bijbel meen tegen te komen. Zowel de oude profeten uit het Oude Testament als Jezus stonden zeer kritisch tegenover de tempeldienst met al haar symboliek en mystiek. Je kunt met goed recht zeggen dat ze vooral waarschuwden tegen misbruik en deformatie van het ritueel, maar dat is dan kennelijk ook zeer hardnekkig. Het grootste gevaar is dat deze vorm van religie wegdrijft van het echte leven en op zichzelf komt te staan. Daarom klonk steeds het appèl om te leven als rechtvaardigen en om te zien naar de zwervers en daklozen. Wie de spirituele lectuur van vandaag goed beschouwt herkent dat gevaar ook nu nog: spiritualiteit staat veelal in dienst van mijn eigen welbevinden, mijn goede gevoel, mijn ‘happinez…’
Boele past hier een typisch protestantse manoeuvre toe, namelijk een of/of redenering.
- Of Schrift, of Traditie
- Of God, of de heiligen
- Of daden, of Genade
Of Liturgie of Caritas, lijkt Boele daar bijna aan toe te voegen (al weet ik zeker dat hij het niet zo spits bedoelt, maar toch.)
Over een of twee puntjes uit het bovenstaande zou ik graag een paar opmerkingen willen maken.
‘Zowel de oude profeten uit het Oude Testament als Jezus stonden zeer kritisch tegenover de tempeldienst met al haar symboliek en mystiek,’ zegt Boele.
Daar geloof ik niks van. Ik geloof geen moment dat de Heer ‘kritisch’ stond ten opzichte van de tempelliturgie an sich. Hij zei niet ‘Hoe halen jullie het in je hoofd om te denken dat mijn Vader in een stenen huis op deze aarde wil wonen.’ Hij zei: ‘Gij hebt van het huis van mijn Vader een rovershol gemaakt.’ Hij wond zich met andere woorden juist op over de ontheiliging van de tempel, of, zo je wilt met een lelijk modern woord, de demystificatie ervan door de commercie op het tempelplein.
Jezus erkende met nadruk de heiligheid van de tempel. Zo ongeveer het eerste wat wij over Hem vernemen nadat Hij uit de luiers is gaat al gelijk precies daarover. ‘Wist gij dan niet, dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’
Is niet heel de essentie van Jezus’ leven en offerdood dat Hij de band tussen hemel en aarde, waar deze tempelliturgie een uitdrukking van was, door zijn dood en verrijzenis herstelde en vervolmaakte?
Door het hele Evangelie heen zijn er verwijzingen naar die werkelijkheid. Dat begint al met Johannes de doper die Jezus het Lam Gods noemt, waar ook de verheerlijking van Jezus op de berg Thabor naar verwijst. Daar onderhoudt Hij zich met Mozes en Elia, representanten van de Joodse openbaring, het Woord Gods en de dienst in de tempel. En dan staat er: Zijn kleed werd glanzend en zo wit als geen volder ter wereld maken kan. (Matth.9:3) Een ‘wollige’ beschrijving van de gebeurtenis om plastisch vooruit te wijzen naar Jezus als het Lam Gods, het zuivere offerlam. Offeraar en offerande, zo bidden wij in de litanie van het Allerheiligst Sacrament.
Wat in de tempeldienst symbolisch was werd in Christus concreet, wat een zinnebeeld was werd door zijn handelen tastbare werkelijkheid. Het voorhang van de tempel scheurde toen Jezus met heel zijn hart kon zeggen ‘Het is volbracht.’ (Joh.19:30)
Hij zei niet ‘Het is afgeschaft,’ Hij zei: ‘Het is volbracht.’
Praktisch heel de Hebreënbrief gaat erover.
Dan het volgende punt:
Als je hout gekapt hebt, moet daarna het vuurtje worden gestookt. Als er gegeten is, moet er worden gewerkt. Als er Liturgie gevierd is, moet dat ook in het dagelijks leven merkbaar worden in het handelen, anders moet je over de knie bij sint Jacob, die ons streng en duidelijk zegt:
- ‘Wat baat het een mens te beweren dat hij geloof heeft, als hij geen daden kan laten zien?’ 2:14
- Zo is ook het geloof, op zichzelf genomen, zonder zich in daden te uiten, dood. 2:17
- Misschien zal iemand zeggen: ‘Gij hebt de daad en ik het geloof.’ Dan antwoord ik: ‘Bewijs me eerst dat ge geloof hebt, als ge geen daden kunt tonen; dan zal ik u uit mijn daden mijn geloof bewijzen.’ 2:18
- Het is duidelijk dat een mens wordt gerechtvaardigd door daen, en niet alleen door geloof. 2:24
- Zoals het lichaam dood is zonder de ziel, zo is het geloof dood zonder de daad. 2:26
Het is met andere woorden geen of/of kwestie, maar een en/en situatie, of liever nog een oorzaak/gevolg, bron/water, zijdewonde/water en bloed toestand.
‘Het grootste gevaar is dat deze vorm van religie wegdrijft van het echte leven en op zichzelf komt te staan,’ zegt Boele.
Ik zie regelmatig gebeuren wat Boele hier beschrijft. Alleen zegt dat volgens mij niet zozeer iets over de aard van de Liturgie zelf, maar eerder over de kwaliteit van de beleving daarvan. Je kan immers elke week naar de Mis gaan, maar dat wil nog niet zeggen dat je ook elke week in de Mis bent.
Liturgie kan worden misbruikt om te zwelgen in gevoelerigheid, om je aan een soort ’spirituele’ zelfbevrediging over te geven. Dat gebeurt ook de hele tijd, door allerlei mensen, je zult het mij niet horen ontkennen.** Dat dat een probleem is hoef je mij ook niet uit te leggen. Toch is dat eerder een bewijs van de waarde van de Liturgie dan een ontkenning ervan. Immers, zoals sint Gregorius de grote ergens in de zesde eeuw al zei: ‘Corruptio optimi pessima,’ oftewel juist het bederf van het allerbeste geeft de meeste troep.
Dat de sacramentele aanwezigheid van God kan worden misbruikt is juist het zekerste bewijs dat zij werkelijk in het hier en nu, in de gewonde schepping, in het ‘echte leven’ is binnengetreden. Immers, om met de heilige Hildegard te spreken:
Sed diabolus in invidia sua istud irrisit,
qua nullum opus Dei
intactum dimisit.
Maar de duivel, in zijn jaloersheid, lachte juist daarom, omdat hij geen van Gods werken onaangeraakt had gelaten.
(Hildegard van Bingen - Symphonia harmoniae caelestium revelationum - In matutinis Laudibus)
* ‘Mystiek’ heeft niets te maken met kaarsen, wierook, ‘oude liturgie’ (in de betekenis van een serie handelingen uit de traditie) en symboliek. Als je wilt weten wat het wel is raad ik ‘Laat heb ik je liefgehad’ van Boris Todoroff aan en voor de echte doorzetters ‘Kort begrip der ascetische en mystieke theologie’ van A. Tanquerey.
**Het is ironisch dat juist de meest pregnante vorm van deze spirituele zelfbevrediging niet plaatsvindt in een hoog liturgische kerk, maar bij de evangelicalen, die van erg liturgische neigingen toch niet beschuldigd kunnen worden.


Reageren?