Nina onbeHagen

donderdag 4 december 2008

Ik weet nog hoe bang ik was voor de Vara-haan. Ik was een jaar of twee, denk ik. Altijd als dat beest op de tv kwam vluchtte ik naar mijn kamer. Jaren nog heb ik er nachtmerries van gehad.

Verder was ik vuurbenauwd voor vampiers en Nina Hagen.

Ik moest daar even weer aan denken toen ik een cd beluisterde waarop Ellen ten Damme het nummer ‘Natur träne’ vertolkte (oorspronkelijk van Hagen.) Het nummer drijft de spot met een van de meest fundamentele gevoelens van het menselijk leven, het overweldigd worden door de schoonheid van de natuur. In het bijzonder maakt het de Duitse romantische liedercultuur belachelijk. Nu is dat op zich allemaal niet zo ernstig. Je moet ook niet overal een probleem van maken.

Toch wil ik dit nummer even als voorbeeld nemen van de mentaliteit van een bepaalde generatie waar we als Kerk veel last van hebben. Ik heb er al vaak over geschreven: de babyboomers en de eerste generatie daarna. Hun lawaaiierige revolutie heeft de oude orde ondersteboven gegooid, zoals revoluties plegen te doen. Dat hoeft geen ramp te zijn, en is van tijd tot tijd zelfs nodig.

Maar in dit geval is er natuurlijk duidelijk meer kapot gegaan dan de gevestigde orde. Op de een of andere manier is alles wat heilig is vogelvrij verklaard. Men is in een soort collectieve puberale staat blijven hangen die de eigen autonomie boven alles plaatst, het ik tot God bombardeert en daar al het andere aan relateert, inclusief het heilige. De puberteit is zelf tot gevestigde orde geworden.

Met het heilige bedoel ik in dit stukje even niet alleen het expliciet religieuze, maar alles wat teer, kwetsbaar en kostbaar is. Alles wat verder gaat dan het plat materiële wordt het slachtoffer van kwalificaties als ’sentimenteel’ ‘kitscherig’ of ‘zwak.’

Dat gaat op voor de verhoudingen tussen mensen onderling, zoals de seksualiteit. Een jong iemand die zichzelf wil bewaren voor een echte liefde wordt daar niet om geprezen, maar als naïef, truttig of dromerig weggezet. En op die onzekere leeftijd wil je juist sterk en onafhankelijk overkomen. Zodoende wordt er een enorme druk op jonge mensen gelegd om een bepaald gedrag te cultiveren dat ten koste gaat van hun meest fundamentele gevoelens. En iedereen die zegt dat ze dat helemaal niet hoeven is een puritein.

Maar het gaat verder. Ook in de cultuur wordt alles waar geen venijn inzit meedogenloos als edelkitsch afgedaan, alles wat ook maar een beetje lyrisch van ontroering spreekt als sentimenteel. En dat zou niet zo erg zijn als ’sentimenteel’ dan maar gedoogd zou worden. Maar dat wordt het niet, er wordt met het geduchte wapen van de bijtende spot op geschoten.

Erger nog is het probleem dat elke creatieve uiting ‘origineel’ moet zijn. Er bestaan geen ’scholen’ meer waarin een groep mensen in min of meer gelijke vormen werken, van elkaar leren en zelfs generaties lang voortbouwen aan hetzelfde gevoel, en het ook steeds verder vervolmaken. Dit onafhankelijk moeten zijn, origineel moeten zijn, legt zo’n druk op mensen dat de meesten er vanaf zien om überhaupt hun creativiteit te ontplooien. Je kunt maar beter helemaal geen muziek meer maken, een verhaal schrijven, schilderen of zelfs maar punniken als je daar niet de allerbeste in bent: je maakt je daar kwetsbaar mee, en kwetsbaar betekent in deze tijd automatisch dat je ook afgeschoten wordt.

Zo verdwijnt alles wat teer en weerloos is naar de moordkuil van het eigen hart, waar het op den duur inderdaad ook echt verdwijnt, en alleen nog een grijze hardheid achterlaat.

Voor de Kerk is deze hele ontwikkeling rampzalig. Onze boodschap is immers dat juist het kwetsbare kostbaar is, dat de mens pas tot zijn recht komt in een groter verband en dat wie zich aan zijn leven vastklampt het zal verliezen, maar wie zijn leven geeft het juist zal vinden. De Kerk leert dat je je persoonlijke vrijheid hebt gekregen om je talenten met vallen en opstaan te ontplooien maar ook om een omgeving te creëren waarin je naaste dat ook kan. Veilig.

En dat er dus ook bepaalde dingen zijn waar je met je vette klauwen vanaf blijft.

De varahaan, daar ben ik niet meer bang voor. Ook niet voor vampiers. Ik heb een regenton vol wijwater en wel zesentwintig kruizen. Daarbij eet ik elke dag knoflook, dus die lusten mij toch niet.

Maar Nina Hagen, ja, die vind ik nog steeds een beetje eng. Vooral als ik bedenk wat dat arme meiske met zo’n stem óók had kunnen worden…

2 reacties - Ook reageren?

  1. Wees niet bang zei:

    Dégénération?

  2. L zei:

    Ergerlijke blog maar dat tot daar aan toe, ieder zijn mening ….
    Maar waarom op het einde, ‘Vooral als ik bedenk wat dat arme meiske met zo’n stem óók had kunnen worden…’

    Dit is wat Nina Hagen gewild heeft!

Reageren?