Gethsémané

donderdag 9 april 2009

De Liturgie stuwt het jaar weer naar haar meest ingrijpende momenten toe. Vanavond begint het hoogheilig Triduum. Wij vieren vandaag de instelling van de Eucharistie, en daarna waken wij met de doodsbange Christus in de Hof van Gethsémané.

Gethsémané is mij altijd bijzonder dierbaar geweest. Misschien komt dat wel omdat ik nog nooit aan het kruis ben geslagen, maar al ontelbare keren bang ben geweest. Waar het lijden van Goede Vrijdag indruk maakt omdat het voor ons volslagen onvoorstelbaar is, roept de duisternis van de nacht in de Hof van Olijven juist een levendige herkenning op.

Zou Christus toen alleen bang zijn geweest voor het lijden dat Hem de volgende dag te wachten stond? Of zou het zweet Hem ook zijn uitgebroken omdat Hij wist hoeveel van het Bloed dat Hij voor ons zou vergieten door ons verspild zou worden?

Als dat laatste het geval is leven wij dus als het ware in zijn angstdroom, en maken wij daar deel van uit. Dat klinkt niet hoopvol, maar dat wordt anders als we bedenken dat Hij die nacht ondanks alles heeft doorgezet. ‘Vader, niet mijn wil geschiede, maar uw Wil.’

Hij vond ons duidelijk toch de moeite waard, hoeveel angst en onmacht wij Hem ook bereiden. Hij heeft zich als een ware Goede Herder in de doornen gestort waarin wij onszelf elke dag weer  verstrikken.

Dat bemoedigt mij telkens als ik weer eens met een schok tot de ontdekking kom dat ik de fout ben ingegaan.

Hij waagt zich in het oerwoud van mijn onheilige angsten en begeerten, zelfs daar waar ik zelf nauwelijks durf te komen.

Hij komt mij halen.

Reageren?