Rozenkrans onder de aanbidding 2

woensdag 1 juli 2009

Enige tijd geleden schreef ik naar aanleiding van het bidden van de rozenkrans onder de aanbidding van het Allerheiligste dit stukje. Ik heb toen al aangekondigd dat ik van plan was erop terug te komen. Verschillende mensen zijn door mijn opmerkingen van toen aan het denken gezet. Hun opmerkingen wil ik hier graag met jullie delen, naast enkele gedachten die bij mijzelf zijn opgekomen.

Allereerst ben ik naar aanleiding van mijn gevoelsmatige weerstand tegen het rozenhoedje onder de aanbidding te rade gegaan bij het ‘Directorium over volksvroomheid en Liturgie’ van de congregatie voor de goddelijke eredienst en de regeling van de Sacramenten.

Dat document hoort bepaald niet bij mijn favoriete kerkelijke documenten. Ik vind het een erg grijzig en ambivalent geheel. Ik denk dat dat komt omdat het bedoeld is voor de hele wereldkerk terwijl het gaat over een onderwerp dat bij uitstek geografisch bepaald is. De schrijvers zaten volgens mij met hun gedachten nogal eens in afgelegen zuidelijke streken, waar soms de linker grote teen van pater Pio grotere verering geniet dan God de Vader. Zodoende hangt het boekje (begrijpelijk) nogal eens aan de rem wat volksdevotie betreft, soms meer dan in Noord-Europa in mijn ogen nodig of zelfs wenselijk zou zijn. Als ze in Zuid-Italiƫ teveel peper in hun soep gooien wil dat immers nog niet automatisch zeggen dat er in Groningen niet een snufje bij zou mogen. Ook andersom zijn er trouwens voorbeelden te vinden.

Ik had dan ook verwacht dat het document streng zou zijn ten opzichte van Mariale devoties onder de Sacramentsaanbidding. Gedeeltelijk is dat ook zo: (…) Zo zullen zij langzamerhand begrijpen dat er tijdens de aanbidding van het Allerheiligste Sacrament geen andere devotionele praktijken ter ere van de heilige Maagd Maria en de heiligen plaats mogen vinden (nr.165 onderaan.) Maar direct daarna volgt dan: Op grond van de nauwe band die Maria en Christus verenigt, zou echter het bidden van de rozenkrans kunnen helpen aan het gebed een diepe christologische richting te geven, omdat men daarbij de mysteries van menswording en verlossing overdenkt.

Dat klinkt logisch, maar in de dagelijkse werkelijkheid hebben we wel de complicatie dat in de praktijk de rozenkrans standaard gevolgd wordt door de Lauretaanse Litanie, en dat wordt alweer veel ingewikkelder. Vervangen door de litanie van het Allerheiligst Sacrament en de Lauretaanse Litanie uitstellen tot na de instelling? Maar dan bidden we al ‘Gezegend zij God…’

Enfin, we moeten ons er maar mee redden. Wordt vervolgd.

Reageren?