Rozenkrans onder de aanbidding 3

woensdag 1 juli 2009

Zoals gezegd hebben verschillende lezers meegedacht over het ‘probleem’ van de rozenkrans onder de aanbidding. Zo schreef iemand het volgende:

  • Het Woord wordt vlees, door het baren van Maria.
  • Door Maria heen openbaart God zich, Maria baart Jezus, Maria toont Jezus.
  • Maria toont ons hoe eenvoudig het is om het Woord, Jezus, te ontvangen en te tonen: Je hoeft slechts ‘ja’ te zeggen, ‘Mij geschiede naar Uw Woord.’ (…)
  • Het Ja-woord van Maria toont ons hoe ook wij het Woord vlees kunnen laten worden: de Liefde moet vrucht dragen. Ook wij mogen Ja zeggen. Het Woord wil antwoord, ons Ja-woord.
  • Aanbidding is ons Ja-woord naar het voorbeeld van Maria.
  • De cirkel is rond: Maria toont ons Jezus bij Zijn geboorte, Jezus toont ons Maria bij Zijn dood: “Moeder, zie daar uw zoon” (= Johannes = de mensheid = jij en ik), en: “Zoon (= Johannes = de mensheid = jij en ik), zie daar uw moeder”. Jezus geeft ons Maria als onze moeder, als onze weg naar Hem.
  • Als wij het moeilijk hebben met ons geloof: vraag het aan Maria: toon ons hoe je ‘ja’ zegt: ‘Mij geschiede naar Uw Woord.’
  • Maria, de monstrans van Jezus: En gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot.

Ik vind dat alles mooi geformuleerd. Deze persoon heeft duidelijk goed over deze hele materie nagedacht.

Het ‘probleem’ van het rozenhoedje onder de aanbidding is alleen niet zozeer theologisch van aard als wel praktisch. Wie de moeder (op een gezonde manier) eert, eert ook de Zoon. Wie de moeder eert komt uit bij de Zoon. De moeder verwijst altijd naar de zoon. De Zoon is niet jaloers op de moeder, noch ook de moeder op de Zoon. Er bestaat niet zoiets als een ‘heilige concurrentie.’

De moeilijkheid ligt dan ook niet bij Jezus of Maria, maar bij onszelf, en ons beperkte vermogen om onze concentratie en onze verbeeldingskracht te beheersen.

Maria als monstrans vind ik een mooi voorbeeld. Een monstrans is een houder om het Sacrament te tonen (Monstrans komt van het Latijnse monstrare wat tonen betekent.) In feite is het niet meer dan een ding om de Hostie rechtop te houden, zodat men ernaar kan kijken. In feite zou een dun stangetje met een Hostie-houder (een zogenaamde lunula) voldoende zijn. In de praktijk is men echter, om het Sacrament te eren en ook om er van grotere afstand de aandacht op te vestigen, de monstrans steeds meer gaan versieren en optuigen. Idealiter trekt deze versiering de aandacht naar binnen, naar de Hostie. Meestal heeft deze versiering dan ook de vorm van een stralenkrans rond het Sacrament. Als voorbeeld geef ik hier onze eigen monstrans in Warfhuizen, die ik zelf prima vind ‘werken:’ uitbundig genoeg om de aandacht naar het Sacrament te trekken, maar ook eenvoudig genoeg om de aandacht bij het Sacrament te laten:

Heel anders wordt het wanneer de versierdrift het overneemt, of wedijver met de buurparochie. Sommige barokke monstransen hebben duidelijk last van dit euvel. Het meest gruwelijke voorbeeld vind ik zelf altijd de zogenaamde ‘Lepanto Monstrans’ uit de Maria de Victoria-kerk in Ingolstadt in Beieren:

Zoals je ziet is deze monstrans beeldig versierd met de aan flarden geschoten schepen van de Turken, die in 1571 werden verslagen door een christelijke vloot in de zeeslag bij Lepanto. Deze overwinning was een keerpunt in de expansie van het Ottomaanse rijk, en dus de verspreiding van de Islam. Het succes van de christelijke vloot werd algemeen toegeschreven aan het rozenkransgebed, en werd zodoende een semi-religieus motief. Hoe dan ook: je kunt je voorstellen dat het tijdens een fijn uurtje aanbidding moeilijk wordt je aandacht bij het Sacrament te houden als je wordt afgeleid door een goud-en-zilveren veldslag eromheen (in dit geval letterlijk.) Omdat dit voorbeeld misschien wat extreem is geef ik nog een ander voorbeeld:

Hier geen hak-en-pletwerk maar lievige engeltjes en zelfs briljanten bloemetjes achter het glas van de lunula, zodat de Heer letterlijk achter de geraniums zit. Allemaal heel christelijk, maar het leidt nog steeds af van waar het eigenlijk om gaat.

‘Wat heeft dat alles met Maria te maken? Zij is toch de bescheidenheid zelve?’ zeg je nu misschien. Daar heb je dan gelijk in. Maar onze geest is helaas maar tot een beperkte hoeveelheid aandacht in staat. Als we dus voor de monstrans knielen en we willen ons bij de Heer houden, hoe gaat dat dan in de praktijk wanneer we door de mondgebeden die we gebruiken voortdurend naar Maria getrokken worden? En wat als onze verbeeldingskracht dan vervolgens Maria gaat ‘optuigen,’ zoals de zilversmid in Ingolstadt het deed met zijn ‘Lepanto-monstrans?’

Dat er wel degelijk verwarring kan optreden zou ik willen illustreren met het volgende voorbeeld, waar ik persoonlijk echt de kriebels van krijg:

Hier heb je Maria letterlijk als monstrans. (Natuurlijk is het een voorbeeld uit Amerika.) In het middelste medaillon past namelijk een (erg grote) Hostie:

Het probleem begint hier natuurlijk al bij buitenstaanders die misschien denken dat in dit ‘Heerlijk vat van godsvrucht’ Maria’s lichaam wordt bewaard, of iets dergelijks.

Maar zelfs voor katholieken met een zeer uitgebreide kennis van de eucharistische werkelijkheid: zou jij in staat zijn om voortdurend in je hoofd je aanbidding voor het Allerheiligste te scheiden van de levensgrote beeltenis eromheen? Ik niet, in ieder geval. Ik zou zoiets zelfs al niet willen met een beeld van Christus, laat staan op deze manier.

Terug naar het rozenhoedje onder de aanbidding:

Eigenlijk blijkt het wel goed te werken, dus we houden het zo. Ik heb me eigenlijk om niks druk gemaakt. Zelf ervaar ik het alsof de heilige maagd, de aanbidster bij uitstek, ons voorgaat in de aanbidding. Aan haar hand, over het pad van de geheimen, zullen we echt niet verdwalen.

Maar alle andere devoties die niet rechtsstreeks op Christus betrekking hebben, of het nu om Maria of om de zweetvoeten van de heilige Antonius gaat: niet onder de aanbidding.

Geen taferelen rond mijn lunula. Njet!

Reageren?