yada-yada-yada, falderalderie, troelala

zaterdag 3 oktober 2009

Ik heb hier de laatste maanden maar weinig geschreven.

Gedeeltelijk komt dat simpelweg omdat ik mijn tijd aan andere dingen heb besteed. Ik heb meer dan anders gelezen (o.a. Jung, Cassianus, Evagrius, Bunge, Ytsma,) en brieven geschreven (op papier, met een pen.) Verder zijn mijn middagen tegenwoordig anderhalf uur korter vanwege de Sacramentsaanbidding (wat een zaligheid, trouwens, vergeleken met aanbidding om 6.30!) en is er ook het gewone gedoe met het bijhouden van kerkhoven, het vermoorden van bereklauwen, het dweilen van vloeren, het omruilen van zakdoeken, het verven van altaren, het stijven van dwalen, het strijken van verkreukelde zwartrokken, enzovoort, enzovoort. Dan heb ik het nog niet over het koorgebed gehad (waarover in het begin van November meer.)

Toch is dat niet alles. De belangrijkste reden dat ik mij hier de afgelopen maanden maar nauwelijks heb gemeld is dat ik, eh, een beetje sprakeloos was.

De reden dat ik weinig schreef was dat ik, eeh, gewoon niet zoveel te zeggen had.

Nu weet ik wel dat al die bytes en bits niks kosten. Het is geen printerinkt of zo. Maar als ik onzin schrijf gaan driehonderd mensen per dag die rotzooi lezen in de hoop iets zinnigs op te doen of minstens een glimlach. En aan het eind van zo’n stukje komen ze dan tot de ontdekking dat ze hun tijd hebben verdaan. Tijd waarin ze ook hadden kunnen koperpoetsen, nagelbijten, krantlezen, rozenkransbidden of gootsteenontstoppen.

Als leuteren net zo duur was als printen zou de wereld beter klinken, denk ik.

Nou ja, vandaar dus.