Neergestorte aanbidding

zaterdag 14 november 2009

Een stukje van zes weken geleden dat om de een of andere reden was ‘blijven hangen:’

Vandaag tijdens de aanbidding van het Allerheiligste ontstond er een erg vrolijke, bijna feestelijke atmosfeer. Zoiets kan soms schijnbaar ‘zomaar’ en plotseling gebeuren, en dan word je van het ene op het andere moment ondergedompeld in het besef: Uitzicht op geluk, op welbehagen, op blijdschap in zijn meest pure vorm: dat is aanbidding natuurlijk óók.

In de kathedraal is er iemand die regelmatig Missen laat lezen ‘uit dankbaarheid voor het Liefdesmysterie van de heilige Drievuldigheid.’

Ik heb dat in cynischer buien wel eens een beetje truttig vroom gevonden.

Maar op zo’n dag als vandaag heb ik het gevoel dat ik er, doorheen het Sacrament, een vage glimp van op mag vangen en inderdaad stemt dat me dankbaar: aan de grijs- en grauwigheid waarin wij zo vaak rondploeteren knabbelt de warmte van het feest van die Drie, en op een dag zullen we erin opgeslokt en ondergedompeld zijn.

Je snapt het niet, maar een slechts een ogenblikje na zo’n glorieus moment zit ik me dan weer uitbundig te ergeren aan een spin die onder mijn ogen een web in de kromming van het altaar aan het bouwen is.

Voor mijn ogen een heerlijk Mysterie, aan mijn voeten een onbenullige ergernis. En ik heb mijn blik gericht op de ergernis.

Als ik de dwaasheid van die situatie besef proest ik het uit.

Niet dat ik het geen teleurstelling vind dat ik mijn aandacht weg heb laten zakken, niet dat ik daar geen schaamte over voel, en zeker niet dat ik trots ben op mijn gebrek aan concentratie. Maar de zwakheid van de menselijke geest is behalve betreurenswaardig in sommige opstellingen ook wel eens gewoon potsierlijk.

Zolang je maar weet dat het eigenlijk niet om te lachen is, mag je er best een keer om lachen.

Dat helpt trouwens ook niet zelden om je weer bij de les te krijgen.

Reageren?