Kerststal Warfhuizen 2009

zaterdag 26 december 2009

Het keizerlijk geschenk

donderdag 24 december 2009

Dit verhaal heb ik geschreven toen ik een jaar of achttien was, en student aan het seminarie in Den Bosch. Als ik tegenwoordig terugkijk vind ik mijn schrijfsels van toen meestal nogal plechtstatig en pompeus, maar toen ik deze vorige week tegenkwam vond ik hem bij herlezing gewoon heel aardig en voldoende kersterig voor deze periode van het jaar. Zodoende, bij deze:

Het keizerlijk geschenk

Het was al schemerdonker in de kerk toen hij binnenkwam, en niet veel mensen zullen hem hebben opgemerkt toen hij over de glanzend geboende tegelvloer naar het beeld van de kleine heilige Theresia schuifelde. Hij moet een jaar of acht geweest zijn, en duidelijk van boerenkomaf, te zien aan zijn bruine jasje waar grote ronde zandvlekken inzaten. Met twee grote groene ogen gluurde hij voorzichtig om zich heen voor hij slinks een biechtstoel inschoot, de tweede van voren, die niet wordt gebruikt.

Hij had uren op een hard houten knielbankje gezeten toen hij de koster hoorde afsluiten. Nadat hij zijn galmende stap had horen wegebben in de kloostergang schoof hij het zware gordijn van de biechtstoel opzij en stapte, trillend over zijn hele lichaam, de kerk in. Op zijn tenen stak hij het grote lege gebouw over, dat steeds groter werd naarmate hij het midden naderde. Daar leek de glanzende vloer wel een zee en het gewelf boven hem zo hoog als het heelal. Voor hem, achter een stang waaraan vijf godslampen hingen, doemde de gulden zee op die zijn eindbestemming was: het altaar van het Kindje Jezus van Praag. De rode vlammetjes in de godslampen leken hem te waarschuwen niet verder te gaan, hij was niet waardig een zo heilige plaats te betreden. Hun licht weerkaatste rozig flakkerend tegen het glazen kastje van waaruit het kleine wassen kindje vriendelijk naar beneden keek. ‘Ik moet verder,’ zei hij met een verontwaardigd gezicht tegen de dreigende lichtjes. ‘Ik heb het mijn zusje beloofd en hij (hij wees naar het Jezuskindje) vindt het vast ook goed, want wat je belooft moet je ook doen.’ Toen schoot hem een verhaal te binnen dat zijn moeder hem eens had verteld. ‘Goed dan,’ zei hij, ‘Ik zal me aan de regels houden.’ Snel maakte hij zijn veters los, trok zijn schoenen uit en verstopte ze in de voorste bank.

Hij had nu geen tijd meer te verliezen, want als hij betrapt zou worden zou er geen kans meer zijn de opdracht uit te voeren. Voorzichtig duwde hij het deurtje van de communiebank open en haalde iets van papier onder zijn jasje vandaan, dat hij op het zwarte marmeren altaar legde. Hij zette zijn beide handen op de rand en nam een flinke sprong. Even gleed hij uit, en als hij toen gevallen was, had dat een hels kabaal gegeven. Gelukkig kon hij zich nog net op tijd vastgrijpen aan een vergulde krul op het tabernakeldeurtje. Hij bukte zich om het papier op te pakken en richtte zich in zijn volle lengte op, staande op het altaar. Trillend deed hij het schuifje van de glazen kast omhoog. Het deurtje zwaaide vanzelf open.

‘Ik zal je eruit moeten halen,’ fluisterde hij tegen Jezus, ‘anders lukt het me niet.’ Teder legde hij zijn vingers om het sokkeltje waar het kleine wassen kindje op was gemonteerd. Toen hij het stevig vasthad haalde hij het naar zich toe en keek ernstig in de blauwe wassen oogjes van het beeldje. ‘Het is natuurlijk oneerbiedig, maar het moet gebeurd zijn voor de koster komt.’ Hij ging op het altaar zitten met het kindje op schoot en ontdeed het vliegensvlug van zijn goudbrokaten kleertjes. Toen alles klaar was, en het beeldje weer op zijn plaats stond, voelde hij de paniek opkomen. Hij maakte snel het deurtje weer dicht en sprong naar beneden.

Toen hij het glad geboende marmer raakte klonk er een doffe bons. Hij draaide zich nog een kort moment om en bekeek het resultaat van zijn missie. Daar stond het Kindeke Jezus van Praag, tronend te midden van zijn vergulde stralenkransen, gekroond met zijn grote gouden kroon en omhangen met een mantel van het fijnste zilverpapier van vijftig cent. In het licht van de godslampen leek het veranderd in een majestueuze roze vlam, de vlam van het brandend braambos. De gouden letters ‘IHS’ die erop geplakt zaten waren het resultaat van dagenlang knippen, en ze blonken de aanschouwer heilig en onaantastbaar tegemoet. ‘Mijn zus is de beste knipster in de wereld,’ bedacht hij, ‘en ze kan tevreden zijn.’

Zelf tevreden over zijn welgeslaagde waagstuk trok hij zijn schoenen aan en verstopte zich opnieuw. De brokaten kleertjes die hij van het beeldje had afgehaald legde hij in de handen van de kleine heilige Theresia. ‘Bewaar ze goed, die kan hij door de week nog wel eens aan.’

Toen de koster de lege kerk binnenkwam kreeg de arme man haast een rolberoerte van schrik. Daar stond het Kindje Jezus van Praag, tronend te midden van zijn vergulde stralenkransen, gekroond met zijn grote gouden kroon en gestoken in voddig zilverpapier van nog geen vijfenzeventig cent, waarop slordig geknipte, mottige gouden letters waren geplakt. En het was ongetwijfeld prachtig. Hij wist dat hij gek geworden moest zijn, maar het was zonder twijfel het mooiste wat hij ooit had gezien. De rode weerschijn deed hem denken aan het vuur van de Heilige Geest, en de zoete naam Jezus schitterde als een door engelen aan de hemel geschreven teken, omwonden met een doornenkroon van glinsterende smaragden. De koster wist dat de zusters zouden schreeuwen, dat de paters zich dood zouden lachen en dat de hele stad nog jaren zou praten over de kerstnachtmis met de papieren kleertjes. Toch kon hij et niet over zijn hart verkrijgen om kapot te maken wat God zelf zo gewild scheen te hebben. Hij nam de brokaten kleren uit de handen van de heilige kleine Theresia en gooide ze in de sacristie in een kast.

In Praag gaat de legende dat keizerin Maria Theresia in de kerstnacht van 1743 hoogstpersoonlijk, zonder dat iemand het wist, op het altaar is geklommen en het Kindje Jezus het mooiste gewaadje heeft aangetrokken dat het ooit heeft gedragen. Waar het gebleven is weet niemand, maar het schijnt dat destijds de hele stad ernaar is komen kijken.

Alleen u, ik en de koster weten hoe het werkelijk zit.

Onze Lieve Vrouwe van Warfhuizen in kerstdracht

Het interieur met de grote kerstboom en de guirlande aan het clausuurhek

En buiten is het nog steeds prachtig…

Oeps…

zaterdag 19 december 2009

Dat de kerstboom afgeleverd was konden we merken aan een merkwaardige bult in de sneeuw achter de kerk. Een beetje een verrassing was het toen we hem opgroeven… Hij bleek vijf meter lang te zijn, en door de aangekoekte sneeuw iets van 150 kilo te wegen. Zodoende is het kerkschip nu enigszins onbruikbaar doordat er, eeh, een hele hoop boom en sneeuw dwars doorheen ligt (en morgen dus een hele hoop boom en water.) Vóór tien uur wordt de boom overeind gezet, maar dan moeten we waarschijnlijk nog gigantisch dweilen.

Zondag 20 December zodoende geen ochtendvigilie…

Ingesneeuwd!…Heerlijk!

vrijdag 18 december 2009

Sneeuw! Eindelijk! En ook geen half werk deze keer.Vrouw Holle klopte zich een tennisarm.

We werden zo grondig bedolven dat we donderdagavond geen kant meer opkonden.

De hele wereld klonk om 19.00 zoals ze normaal alleen klinkt om 6.00, als ik aan het vigilie begin. Stil dus, met begeleiding van wollig geknerp bij het wandelingetje naar buiten. En het wandelingetje daarna, en het ommetje daar weer na (ik ben met dit weer nauwelijks naar binnen te krijgen.)

Minpuntje was wel dat ik nergens mijn sneeuwlaarzen kon vinden. De hele tent op de kop, geen laarzen.

Ik ben dan maar op mijn Hogelandster pantoffels (leren klompen) op stap gegaan. Gelukkig horen er dikke sokken met veters (à la 1810) bij mijn habijt, dus dat ging prima.

Van mij mag dit tot Maart zo duren…

Zoals al eerder opgemerkt is Warfhuizen geen overdreven vroom dorp, maar wordt er wel werk gemaakt van kerstmis. Verschillende dorpsgenoten vonden het jammer dat er geen kerststal was. Jaar na jaar kregen we dat van verschillende kanten te horen.

Kerststallen behoren echter niet tot de standaarduitrusting van kluiskapellen, en er was dan ook geen geld voor opzij gelegd. Zodoende heeft men een extra offerblok in het portaal gehangen, en is men aan het sparen geslagen.

Vervolgens had men twee keer enorme mazzel. Ten eerste begonnen de bedevaartgangers die uit verre streken naar Onze Lieve Vrouw van Warfhuizen kwamen mee te sparen voor de kerststal. Zo weet ik toevallig dat er eigenlijk een grote bos bloemen naar Limburg zou moeten. Dat was mazzel 1. Ten tweede werden de beelden (en die kosten het meeste van zo’n stal) geschonken door een anonieme weldoenster die daarvoor van alle Warfhuister kerstgangers een dikke kus verdient. Daardoor kon het gespaarde geld aan Pim Verwijk worden gegeven om een stal van te timmeren. Hij was dolblij dat hij nu het mooiste materiaal kon kopen en is er als een bezetene mee aan het werk geslagen. Het resultaat is, dat durven wij wel te stellen, de mooiste stal van de ommelanden (en de stad erbij!) Onze Pim is geen timmerman maar een kunstenaar!

De stal is natuurlijk nog leeg, maar ik ben zo trots op iedereen dat ik toch maar vast een paar foto’s plaats!

Kerstavond is voor veel Warfhuisters het enige moment van het jaar dat ze in de kerk komen, maar daar wordt dan ook werk van gemaakt. Er wordt een prachtige kerstboom opgetuigd, de hele kerk wordt met groen versierd en na de dienst is er warme chocolademelk. Gelukkig zijn er ook extra hulptroepen van buiten het dorp, want per slot van rekening is het aantal bewoners van ons dorpje gering.

In het bijzonder moet daarbij genoemd worden de tomeloze inzet van twee dames van de koperpoetsgroep van de Sint-Bonifatiusparochie in Wehe-den Hoorn, Bep Wilderom en Hannie Halsema. Als witte tornado’s, of eigenlijk glimmende tornado’s gieren zij met donderend geweld door het koper van de kluis, altijd voor de kerst en soms ’s zomers nog een keer.

Dit jaar waren er twee nieuwe (oude) kandelaars voor het Maria-altaar die duidelijk sinds de laatste oorlog niet meer waren gepoetst. Daar deinsden de dames niet voor terug! Vier uur zijn ze ermee bezig geweest, maar toen zagen ze er dan ook uit als nieuw (nou ja: zoals ze eruit zagen in 1890 toen ze nog warm waren van de smidse.)

Hannie en Bep, namens alle Warfhuisters geweldig bedankt!

Het verschil tussen klaar en nog niet is overduidelijk!

De eerste van een paar korte stukjes over de Advent. Allereerst, zoals gebruikelijk, een foto van Onze Lieve Vrouwe van Warfhuizen in de dracht van het jaar (nu dus de Adventsdracht.) Let de op de votiefkaarsen aan de voet van het altaar: de middelste komt uit Kevelaer, en is door een trouwe vereerster van de Bedroefde Moeder meegegeven naar het barre Noorden. Het is er een met prachtige versieringen. Bedankt namens Onze Lieve Vrouw!

Grootste deel van de site uit de lucht

dinsdag 1 december 2009

Het dagboek is voorlopig even het enige deel van de site dat bereikbaar is. We zijn met een grootscheepse verbouwing bezig. Dat kan wel even gaan duren, en aangezien onder andere de liturgische tijden niet meer klopten, hebben we voorlopig voor deze oplossing gekozen. Excuses voor het ongemak…

Gelieve eraan te denken dat het begin van het avondvigilie vervroegd is. Het begint nu om 19.00, en het deel met de completen begint dus om ongeveer 20.45 in plaats van rond 21.15. De kerk sluit in het vervolg ook eerder, even voor 21.00!