Gebedstijden en liturgische kalender vanaf 1 Maart 2010
dinsdag 9 maart 2010
Dit schema blijft bovenaan staan. Hieronder wordt het weblog van broeder Hugo verder bijgehouden.
DAGELIJKS OFFICIE
- 6.00 Vigilie aan het eind van de nacht en Lauden
- 16.00 - 17.30 Sacramentsuitstelling, waaronder om 17.00 de Rozenkrans
- 19.00 Vigilie aan het begin van de nacht en Completen
- ± 21.30 einde van het vigilie en sluiting van de kerk
Belangrijk! Wie een van beide vigilies wil bijwonen wordt verzocht uiterlijk tien minuten voor aanvang aanwezig te zijn en altijd aan te bellen, ook als de kerk al open is (bel buiten rechts naast de hoofdingang van de kerk.) De broeder heeft dan de gelegenheid u een vertaling te geven en u uit te leggen hoe u die moet gebruiken. Gelieve er aan te denken dat zo’n vigilie meer dan twee uur duurt, geheel in het Latijn wordt gebeden en voor driekwart bestaat uit psalmreciet. De Psalmen worden gereciteerd op één melodie door één monnik die u het grootste deel van de plechtigheid niet kunt zien zitten. Als u nog geen ervaring hebt met het monastieke koorgebed is het beter eerst eens naar een abdij te gaan.
LITURGISCHE KALENDER
LEGENDA:
- TEKST IN ROOD IN HOOFDLETTERS GEEFT EEN HOOGFEEST AAN
- Tekst in rood zonder meer geeft een feest aan
- TEKST IN BLAUW IN HOOFDLETTERS GEEFT EEN VOOR DEZE KLUIS ZEER BELANGRIJK FEEST AAN (GEVIERD ALS HOOGFEEST)
- Tekst in blauw zonder meer geeft een in deze kluis speciaal gevierd feest aan
- Feesten die niet op de normale Romeinse kalender staan, worden alleen in het Sacramentslof en tijdens de litanieën gevierd, behalve de feesten die in blauw zijn opgevoerd (Groninger heiligen, kluizenaarsfeesten en patroonsfeesten.)
- De tekst ‘Reliekverering‘ geeft aan dat er van de betreffende heilige een reliek in de kapel aanwezig is. In zo’n geval is er na de aanbidding een korte lezing van het leven van die heilige en gelegenheid het reliek te vereren.
MAART
- Dinsdag 9 Maart: H. Francesca Romana
- Woensdag 10 Maart: H. Humbelinus
- Donderdag 11 Maart: H. Sophronius van Jeruzalem
- Vrijdag 12 Maart: H. Simeon de nieuwe Theoloog
- Zaterdag 13 Maart: H. Euphrasia van Constantinopel
- Zondag 14 Maart: 4e Zondag van de Vasten LAETARE
- Maandag 15 Maart: H. Clemens Maria Hofbauer Reliekverering
- Dinsdag 16 Maart: H. Christodulus Thaumaturgus
- Woensdag 17 Maart: H. Patrick
- Donderdag 18 Maart: H. Cyrillus van Jeruzalem
- Vrijdag 19 Maart: H. JOZEF
- Zaterdag 20 Maart: H. Wulfram van Medemblik
- Zondag 21 Maart: 5e Zondag van de Vasten
- Maandag 22 Maart: H. Basilius van Ancyra
- Dinsdag 23 Maart: H. Turibius van Mogrovejo
- Woensdag 24 Maart: H. Catharina van Zweden
- Donderdag 25 Maart: ONZE LIEVE VROUWE BOODSCHAP
- Vrijdag 26 Maart: H. LUDGERUS Patroon van de Warfhuister Kluiskapel
- Zaterdag 27 Maart: H. Johannes de Ziener
- Zondag 28 Maart: PALMZONDAG
- Maandag 29 Maart: MAANDAG IN DE GOEDE WEEK
- Dinsdag 30 Maart: DINSDAG IN DE GOEDE WEEK
- Woensdag 31 Maart: WOENSDAG IN DE GOEDE WEEK
APRIL
- Donderdag 1 April: WITTE DONDERDAG
- Vrijdag 2 April: GOEDE VRIJDAG
- Zaterdag 3 April: STILLE ZATERDAG
- Zondag 4 April: PASEN
- Maandag 5 April: MAANDAG IN HET PAASOCTAAF
- Dinsdag 6 April: DINSDAG IN HET PAASOCTAAF
- Woensdag 7 April: WOENSDAG IN HET PAASOCTAAF
- Donderdag 8 April: DONDERDAG IN HET PAASOCTAAF
- Vrijdag 9 April: VRIJDAG IN HET PAASOCTAAF
- Zaterdag 10 April: ZATERDAG IN HET PAASOCTAAF
- Zondag 11 April: BELOKEN PASEN
- Maandag 12 April: H. DODO VAN HASKE (Verplaatst van 30 Maart)
- Dinsdag 13 April: H. Martinus I
- Woensdag 14 April: H. Fronto en gez.
- Donderdag 15 April: H. Paternus van Llandabarn
- Vrijdag 16 April: H. Benedictus Jozef Labre Reliekverering
- Zaterdag 17 April: H. Johannes III Ozdoen
- Zondag 18 April: 3e Zondag van Pasen
- Maandag 19 April: H. Geroldus
- Dinsdag 20 April: H. Agnes van Montepulciano
- Woensdag 21 April: H. Anselmus
- Donderdag 22 April: H. Theodorus van Sykeon
- Vrijdag 23 April: H. Joris
- Zaterdag 24 April: H. Fidelis van Sigmaringen
- Zondag 25 April: 4e Zondag van Pasen
- Maandag 26 April: Onze Lieve Vrouw van Goede Raad
- Dinsdag 27 April: H. Petrus Canisius Reliekverering
- Woensdag 28 April: H. Louis Grignion de Montfort
- Donderdag 29 April: H. Catharina van Siëna Reliekverering
- Vrijdag 30 April: H. Robertus van Molesmes
MEI
- Zaterdag 1 Mei: H. Jozef, arbeider
- Zondag 2 Mei: 5e Zondag van Pasen
- Maandag 3 Mei: H.H. Philippus en Jakobus/Kruisvinding
- Dinsdag 4 Mei: H. Gotthard/Dodenherdenking
- Woensdag 5 Mei: H. Hilarius van Arles/Bevrijdingsdag
- Donderdag 6 Mei: H. Barbarus
- Vrijdag 7 Mei: H. Domitianus van Maastricht
- Zaterdag 8 Mei: - Warfhuister broederschapsbedevaart
14.00: Heilige Mis in de Sint Bonifatiuskerk in Wehe-den Hoorn - 15.00 Processie naar Onze Lieve Vrouw van Warfhuizen (2 Km.) - ± 15.40 Mariahulde en Sacramentslof in de kluiskapel
- Zondag 9 Mei: 6e Zondag van Pasen
- Maandag 10 Mei: H. Isidora, dwazin om Christus
- Dinsdag 11 Mei: H. Mamertus van Viënne
- Woensdag 12 Mei: H. Nereüs en Achilleüs/ H. Pancratius
- Donderdag 13 Mei: H. Servatius
- Vrijdag 14 Mei: H. Matthias
- Zaterdag 15 Mei: H. Pachomius/ H. Dymphna van Geel
- Zondag 16 Mei: 7e Zondag van Pasen
- Maandag 17 Mei: H. Paschalis Baylon
- Dinsdag 18 Mei: H. Johannes I
- Woensdag 19 Mei: H. Dunstan van Canterbury
- Donderdag 20 Mei: H. Bernardinus van Siëna
- Vrijdag 21 Mei: H. Hospitius
- Zaterdag 22 Mei: H. Rita van Cascia
- Zondag 23 Mei: HOOGFEEST VAN PINKSTEREN
- Maandag 24 Mei: O.L.V. Hulp der Christenen
- Dinsdag 25 Mei: H. Beda Venerabilis/ H. Maria Magdalena de Pazzi
- Woensdag 26 Mei: H. Philippus Neri
- Donderdag 27 Mei: H. Augustinus van Canterbury
- Vrijdag 28 Mei: H. Theodulus Stylites
- Zaterdag 29 Mei: H. Theodosia van Constantinopel
- Zondag 30 Mei: HOOGFEEST VAN DE H. DRIEVULDIGHEID
- Maandag 31 Mei: O.L.V. Visitatie
Neergestorte aanbidding
zaterdag 14 november 2009
Een stukje van zes weken geleden dat om de een of andere reden was ‘blijven hangen:’

Vandaag tijdens de aanbidding van het Allerheiligste ontstond er een erg vrolijke, bijna feestelijke atmosfeer. Zoiets kan soms schijnbaar ‘zomaar’ en plotseling gebeuren, en dan word je van het ene op het andere moment ondergedompeld in het besef: Uitzicht op geluk, op welbehagen, op blijdschap in zijn meest pure vorm: dat is aanbidding natuurlijk óók.
In de kathedraal is er iemand die regelmatig Missen laat lezen ‘uit dankbaarheid voor het Liefdesmysterie van de heilige Drievuldigheid.’
Ik heb dat in cynischer buien wel eens een beetje truttig vroom gevonden.
Maar op zo’n dag als vandaag heb ik het gevoel dat ik er, doorheen het Sacrament, een vage glimp van op mag vangen en inderdaad stemt dat me dankbaar: aan de grijs- en grauwigheid waarin wij zo vaak rondploeteren knabbelt de warmte van het feest van die Drie, en op een dag zullen we erin opgeslokt en ondergedompeld zijn.
Je snapt het niet, maar een slechts een ogenblikje na zo’n glorieus moment zit ik me dan weer uitbundig te ergeren aan een spin die onder mijn ogen een web in de kromming van het altaar aan het bouwen is.
Voor mijn ogen een heerlijk Mysterie, aan mijn voeten een onbenullige ergernis. En ik heb mijn blik gericht op de ergernis.
Als ik de dwaasheid van die situatie besef proest ik het uit.
Niet dat ik het geen teleurstelling vind dat ik mijn aandacht weg heb laten zakken, niet dat ik daar geen schaamte over voel, en zeker niet dat ik trots ben op mijn gebrek aan concentratie. Maar de zwakheid van de menselijke geest is behalve betreurenswaardig in sommige opstellingen ook wel eens gewoon potsierlijk.
Zolang je maar weet dat het eigenlijk niet om te lachen is, mag je er best een keer om lachen.
Dat helpt trouwens ook niet zelden om je weer bij de les te krijgen.
Rozenkrans onder de aanbidding 3
woensdag 1 juli 2009

Zoals gezegd hebben verschillende lezers meegedacht over het ‘probleem’ van de rozenkrans onder de aanbidding. Zo schreef iemand het volgende:
- Het Woord wordt vlees, door het baren van Maria.
- Door Maria heen openbaart God zich, Maria baart Jezus, Maria toont Jezus.
- Maria toont ons hoe eenvoudig het is om het Woord, Jezus, te ontvangen en te tonen: Je hoeft slechts ‘ja’ te zeggen, ‘Mij geschiede naar Uw Woord.’ (…)
- Het Ja-woord van Maria toont ons hoe ook wij het Woord vlees kunnen laten worden: de Liefde moet vrucht dragen. Ook wij mogen Ja zeggen. Het Woord wil antwoord, ons Ja-woord.
- Aanbidding is ons Ja-woord naar het voorbeeld van Maria.
- De cirkel is rond: Maria toont ons Jezus bij Zijn geboorte, Jezus toont ons Maria bij Zijn dood: “Moeder, zie daar uw zoon” (= Johannes = de mensheid = jij en ik), en: “Zoon (= Johannes = de mensheid = jij en ik), zie daar uw moeder”. Jezus geeft ons Maria als onze moeder, als onze weg naar Hem.
- Als wij het moeilijk hebben met ons geloof: vraag het aan Maria: toon ons hoe je ‘ja’ zegt: ‘Mij geschiede naar Uw Woord.’
- Maria, de monstrans van Jezus: En gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot.
Ik vind dat alles mooi geformuleerd. Deze persoon heeft duidelijk goed over deze hele materie nagedacht.
Het ‘probleem’ van het rozenhoedje onder de aanbidding is alleen niet zozeer theologisch van aard als wel praktisch. Wie de moeder (op een gezonde manier) eert, eert ook de Zoon. Wie de moeder eert komt uit bij de Zoon. De moeder verwijst altijd naar de zoon. De Zoon is niet jaloers op de moeder, noch ook de moeder op de Zoon. Er bestaat niet zoiets als een ‘heilige concurrentie.’
De moeilijkheid ligt dan ook niet bij Jezus of Maria, maar bij onszelf, en ons beperkte vermogen om onze concentratie en onze verbeeldingskracht te beheersen.
Maria als monstrans vind ik een mooi voorbeeld. Een monstrans is een houder om het Sacrament te tonen (Monstrans komt van het Latijnse monstrare wat tonen betekent.) In feite is het niet meer dan een ding om de Hostie rechtop te houden, zodat men ernaar kan kijken. In feite zou een dun stangetje met een Hostie-houder (een zogenaamde lunula) voldoende zijn. In de praktijk is men echter, om het Sacrament te eren en ook om er van grotere afstand de aandacht op te vestigen, de monstrans steeds meer gaan versieren en optuigen. Idealiter trekt deze versiering de aandacht naar binnen, naar de Hostie. Meestal heeft deze versiering dan ook de vorm van een stralenkrans rond het Sacrament. Als voorbeeld geef ik hier onze eigen monstrans in Warfhuizen, die ik zelf prima vind ‘werken:’ uitbundig genoeg om de aandacht naar het Sacrament te trekken, maar ook eenvoudig genoeg om de aandacht bij het Sacrament te laten:
Heel anders wordt het wanneer de versierdrift het overneemt, of wedijver met de buurparochie. Sommige barokke monstransen hebben duidelijk last van dit euvel. Het meest gruwelijke voorbeeld vind ik zelf altijd de zogenaamde ‘Lepanto Monstrans’ uit de Maria de Victoria-kerk in Ingolstadt in Beieren:

Zoals je ziet is deze monstrans beeldig versierd met de aan flarden geschoten schepen van de Turken, die in 1571 werden verslagen door een christelijke vloot in de zeeslag bij Lepanto. Deze overwinning was een keerpunt in de expansie van het Ottomaanse rijk, en dus de verspreiding van de Islam. Het succes van de christelijke vloot werd algemeen toegeschreven aan het rozenkransgebed, en werd zodoende een semi-religieus motief. Hoe dan ook: je kunt je voorstellen dat het tijdens een fijn uurtje aanbidding moeilijk wordt je aandacht bij het Sacrament te houden als je wordt afgeleid door een goud-en-zilveren veldslag eromheen (in dit geval letterlijk.) Omdat dit voorbeeld misschien wat extreem is geef ik nog een ander voorbeeld:

Hier geen hak-en-pletwerk maar lievige engeltjes en zelfs briljanten bloemetjes achter het glas van de lunula, zodat de Heer letterlijk achter de geraniums zit. Allemaal heel christelijk, maar het leidt nog steeds af van waar het eigenlijk om gaat.
‘Wat heeft dat alles met Maria te maken? Zij is toch de bescheidenheid zelve?’ zeg je nu misschien. Daar heb je dan gelijk in. Maar onze geest is helaas maar tot een beperkte hoeveelheid aandacht in staat. Als we dus voor de monstrans knielen en we willen ons bij de Heer houden, hoe gaat dat dan in de praktijk wanneer we door de mondgebeden die we gebruiken voortdurend naar Maria getrokken worden? En wat als onze verbeeldingskracht dan vervolgens Maria gaat ‘optuigen,’ zoals de zilversmid in Ingolstadt het deed met zijn ‘Lepanto-monstrans?’
Dat er wel degelijk verwarring kan optreden zou ik willen illustreren met het volgende voorbeeld, waar ik persoonlijk echt de kriebels van krijg:

Hier heb je Maria letterlijk als monstrans. (Natuurlijk is het een voorbeeld uit Amerika.) In het middelste medaillon past namelijk een (erg grote) Hostie:

Het probleem begint hier natuurlijk al bij buitenstaanders die misschien denken dat in dit ‘Heerlijk vat van godsvrucht’ Maria’s lichaam wordt bewaard, of iets dergelijks.
Maar zelfs voor katholieken met een zeer uitgebreide kennis van de eucharistische werkelijkheid: zou jij in staat zijn om voortdurend in je hoofd je aanbidding voor het Allerheiligste te scheiden van de levensgrote beeltenis eromheen? Ik niet, in ieder geval. Ik zou zoiets zelfs al niet willen met een beeld van Christus, laat staan op deze manier.
Terug naar het rozenhoedje onder de aanbidding:
Eigenlijk blijkt het wel goed te werken, dus we houden het zo. Ik heb me eigenlijk om niks druk gemaakt. Zelf ervaar ik het alsof de heilige maagd, de aanbidster bij uitstek, ons voorgaat in de aanbidding. Aan haar hand, over het pad van de geheimen, zullen we echt niet verdwalen.
Maar alle andere devoties die niet rechtsstreeks op Christus betrekking hebben, of het nu om Maria of om de zweetvoeten van de heilige Antonius gaat: niet onder de aanbidding.
Geen taferelen rond mijn lunula. Njet!
Rozenkrans onder de aanbidding 2
woensdag 1 juli 2009

Enige tijd geleden schreef ik naar aanleiding van het bidden van de rozenkrans onder de aanbidding van het Allerheiligste dit stukje. Ik heb toen al aangekondigd dat ik van plan was erop terug te komen. Verschillende mensen zijn door mijn opmerkingen van toen aan het denken gezet. Hun opmerkingen wil ik hier graag met jullie delen, naast enkele gedachten die bij mijzelf zijn opgekomen.
Allereerst ben ik naar aanleiding van mijn gevoelsmatige weerstand tegen het rozenhoedje onder de aanbidding te rade gegaan bij het ‘Directorium over volksvroomheid en Liturgie’ van de congregatie voor de goddelijke eredienst en de regeling van de Sacramenten.
Dat document hoort bepaald niet bij mijn favoriete kerkelijke documenten. Ik vind het een erg grijzig en ambivalent geheel. Ik denk dat dat komt omdat het bedoeld is voor de hele wereldkerk terwijl het gaat over een onderwerp dat bij uitstek geografisch bepaald is. De schrijvers zaten volgens mij met hun gedachten nogal eens in afgelegen zuidelijke streken, waar soms de linker grote teen van pater Pio grotere verering geniet dan God de Vader. Zodoende hangt het boekje (begrijpelijk) nogal eens aan de rem wat volksdevotie betreft, soms meer dan in Noord-Europa in mijn ogen nodig of zelfs wenselijk zou zijn. Als ze in Zuid-Italië teveel peper in hun soep gooien wil dat immers nog niet automatisch zeggen dat er in Groningen niet een snufje bij zou mogen. Ook andersom zijn er trouwens voorbeelden te vinden.
Ik had dan ook verwacht dat het document streng zou zijn ten opzichte van Mariale devoties onder de Sacramentsaanbidding. Gedeeltelijk is dat ook zo: (…) Zo zullen zij langzamerhand begrijpen dat er tijdens de aanbidding van het Allerheiligste Sacrament geen andere devotionele praktijken ter ere van de heilige Maagd Maria en de heiligen plaats mogen vinden (nr.165 onderaan.) Maar direct daarna volgt dan: Op grond van de nauwe band die Maria en Christus verenigt, zou echter het bidden van de rozenkrans kunnen helpen aan het gebed een diepe christologische richting te geven, omdat men daarbij de mysteries van menswording en verlossing overdenkt.
Dat klinkt logisch, maar in de dagelijkse werkelijkheid hebben we wel de complicatie dat in de praktijk de rozenkrans standaard gevolgd wordt door de Lauretaanse Litanie, en dat wordt alweer veel ingewikkelder. Vervangen door de litanie van het Allerheiligst Sacrament en de Lauretaanse Litanie uitstellen tot na de instelling? Maar dan bidden we al ‘Gezegend zij God…’
Enfin, we moeten ons er maar mee redden. Wordt vervolgd.
Broederschapsbedevaart
zaterdag 27 juni 2009

De bedevaart van de Mariabroederschap van Wehe-den Hoorn naar Warfhuizen was weer een ontroerende ervaring. Na de Heilige Mis in Wehe-den Hoorn, met een prachtige preek van kapelaan John de Zwart, trok de processie naar de kluiskapel om de bedroefde moeder van Warfhuizen te eren. Daar vond een plechtig lof plaats in een serene en heilige sfeer. Na het lof was er nog gelegenheid om het reliek van de heilige Lidwina van Schiedam, dat in de kluiskapel bewaard wordt, te vereren. Graag plaats ik hier een paar videofragmenten. Van de processie heb ik jammer genoeg maar een halve minuut, maar het geeft toch een indruk:
De uitstelling en een gedeelte van de litanie van het heilig Hart:
De zegen met het Allerheiligste:
En de verering van het reliek van de heilige Lidwina van Schiedam dat in de kluiskapel bewaard wordt:
De foto boven dit bericht is van Marjo Antonissen
Aanbidding met achteruitkijkspiegel
maandag 4 mei 2009

De moeder van een van mijn boezemvrienden was, toen ze een pubermeisje was (we schrijven 1964,) de wandelende schrik van de pastoor van Asten. Zo had Tineke (laten we haar Tineke noemen,) op een goede dag eens besloten dat ze eigenlijk niet goed begreep waarom ze van haar moeder zo vaak moest biechten. Zij was niet op haar mondje gevallen (nog steeds niet, trouwens,) en deelde de kapelaan tijdens de eerstvolgende biecht mee dat het haar boven de pet ging waarom ze toch maar steeds weer die biechtstoel in moest. ‘Kom morgenavond eens praten op de pastorie, dan hebben we het er wel over,’ zei de kapelaan zachtmoedig.
De volgende avond zat Tineke bij de kapelaan aan de koffie, en volgde er een goed en aangenaam gesprek. Dat wil zeggen: totdat de deken ten tonele verscheen. ‘Wat doe jij hier?’ vroeg de deken scherp. ‘Ze begrijpt niet waarom ze moet biechten,’ zei de kapelaan, ‘dus probeer ik het haar even uit te leggen.’
Het hoofd van de deken werd zo rood als vurige kolen, zijn ogen versmalden zich tot dunne spleetjes. ‘Je hoeft nooit meer te biechten en ook niet meer naar de Mis te komen,’ bulderde hij.
Stralend ging Tineke naar huis, waar ze haar moeder op blijde toon vertelde dat ze nooit meer hoefde te biechten en ook nooit meer naar de Mis hoefde. ‘Dat heeft de deken zelf gezegd,’ voegde ze er voldaan aan toe.
Moeder gaf haar een klinkende draai om de oren, zette haar handen in haar zij en sprak op scherpe toon: ‘De volgende zondag ga je drie keer!
Tineke zat in de kerk altijd op de achterste bank met haar vriendinnen, die bijna net zo ondeugend waren als zij. Zodoende zaten ze regelmatig te teutebellen, elkaat foto’s te laten zien en te lachen. Niet zelden kreeg de deken dat op den duur in de gaten. Dan stormde hij met kazuifel en bonnet van het altaar af en joeg de dames onder het roepen van donder en geweld en galg en rad de kerk uit, soms tot in het plantsoen aan de overkant aan toe.
Tineke kan smakelijk over deze voorvallen vertellen, waarbij ze altijd ruiterlijk toegeeft dat de deken wel een beetje gelijk had.
Wat ik aan de laatste anekdote altijd een beetje merkwaardig heb gevonden is het volgende: In de tijd waarover we spreken stond de priester tijdens de Mis naar het oosten gekeerd, dus met zijn gezicht eendrachtig in dezelfde richting als de gelovigen. Hoe kon de man dan in vredesnaam zien wat er achter hem, en nog wel op de achterste bank, gebeurde?
Later legde een oudere priester het mij eens uit.
‘De deurtjes van het tabernakel waren vaak zo glimmend gepoetst dat het net een spiegel was waarin je de hele kerk kon zien.’
Zo werd mij veel duidelijk, al vond ik het niet zo eerbiedig dat de deken onder de Heilige Mis voortdurend zat te letten op wat er achter zijn rug gebeurde. Ook vond ik het niet erg herderlijk van hem om Tineke op die manier weg te jagen.
‘Oordeelt niet opdat gij niet geoordeeld zult worden,’ zegt de Heer in het Evangelie.
Gisteren overkwam mij namelijk precies hetzelfde tijdens de aanbidding.
In de tombe van het Heilig Kruisaltaar zit een ovaal venster met een stuk scheenbeen van de Heilige Bonifatius erachter. Als je nu voor het subpedaneum (het vlonder) op een knielkrukje zit kan je in het glas van dat reliekschrijn de hele kerk overzien. Toen dus op een onbewaakt ogenblikje mijn blik wat zakte en van Ons Heer in de monstrans op het reliekschrijn terechtkwam, zag ik in de weerspiegeling daarvan dat er een ouder echtpaar was binnengekomen. Ze waren typisch van de moeilijke leeftijd, zeg maar tussen de zestig en de zeventig. Vooral de man gedroeg zich vreselijk oneerbiedig. Hij hing nonchalant tegen een herenbank aan met zijn handen in de zakken, grijnsde spottend en had bovendien zijn baseballpetje niet afgenomen. (Eigenlijk vind ik het al tegen de goede zeden om op die leeftijd überhaubt een baseballpetje te dragen, maar dat terzijde.)
Ik kon mij niet bedwingen en zei, rustig maar zeer helder, duidelijk en vriendelijk:
‘Van harte welkom in de liefdevolle Aanwezigheid van de Heer. Zou u zo goed willen zijn uw handen uit uw zakken te halen en uw pet af te nemen?’
Ik zat geknield op de grond met mijn rug naar ze toe, kap over het hoofd en al, dus het moet (zeker in die donkere, wierookdoortrokken kaarsenschijn) heel unheimisch voor ze zijn geweest dat ik in de gaten had wat er achter mij in de kerk gebeurde.
Ze schrokken zich dan ook ongans, sprongen op en vluchtten de kerk uit. (‘Huuuh,’ hoorde ik die vent nog roepen.)
Ik moet tot mijn schaamte bekennen dat dat mij niet weinig vermaak bezorgde.
Toen richtte ik mijn ogen weer op ons Heer en ik herinnerde mij hoe streng ik altijd had geoordeeld over deken van Hout uit Asten, omdat hij tijdens de Mis was afgeleid door wat er achter hem gebeurde, en omdat hij de mensen de kerk uitjoeg in plaats van dat hij de kerk voor hen tot een thuis maakte.
Ik besefte dat de zachtmoedigheid moet heersen over de gestrengheid, om zo de mensen zich gelukkig te laten voelen in de Kerk. Daarbij kwam nog dat ik als in een film al die momenten aan mij voorbij zag trekken dat ik zelf oneerbiedig ben geweest (vaker dan je zou denken.)
Ik voelde mij, met andere woorden, een hypocriete zak.
‘Genees mij Heer, tegen U heb ik misdaan,’ bad ik met een rood hoofd, terwijl ik sterk het gevoel kreeg dat de Heer mij liefdevol en met ontferming uitlachte.
Toch rozenkrans onder de aanbidding
maandag 4 mei 2009

Ik ben er eigenlijk geen voorstander van, maar op uitdrukkelijk verzoek van leden van de broederschap bidden we in het vervolg toch maar de rozenkrans onder de aanbidding. Men voelt zich daar vertrouwd bij en ervaart het als een steun.
Hoewel het niet ontkend kan worden dat aanbidding met rozenkrans tot de Nederlandse traditie behoort blijf ik het vreemd vinden om de moeder Gods om voorspraak te vragen als je net met je neus voor het Lichaam van de Heer zit. Het zal mijn protestante opvoeding wel zijn.
Ik probeer het dan maar zo te bekijken: Je zit samen met de moeder Gods, de aanvoerster van alle bidders, voor het Allerheiligste. Samen met haar en door haar voorspraak wordt je aanbidding nog waardevoller. Samen met Maria leren wij beter bidden (Johannes Paulus II.) Wie de moeder eert, eert de Zoon, zullen we maar zeggen.
Ik vind het verre van ideaal, maar ik begrijp ook de mensen die hierom gevraagd hebben. Vandaar dat ik er, aarzelend, mee instem om de rozenkrans om 17.00 te bidden, dus onder de aanbidding. Dit doen we alleen tijdens het bedevaartseizoen, dus van 1 Mei tot en met 15 September. ’s Winters bidden we de rozenkrans om 12.30, na de Sext.
Ik blijf hier over nadenken, want ik vind dit een interessant dilemma. Ik sluit niet uit dat er over deze thematiek nog meer stukjes volgen.
Aanbidding!
woensdag 29 april 2009

Vandaag kwam de langverwachte en lang verlangde brief!
De bisschop heeft heeft geschreven dat hij het goed vindt dat er in het vervolg openbare aanbidding van het Sacrament plaatsvindt in de kapel van de kluis in Warfhuizen!
En daar gaan we natuurlijk wat mee doen!
Vanaf Vrijdag 1 Mei wordt het getijdenrooster van de kluis als volgt:
- 6.00 Metten en Lauden
- 10.00 Terts
- 12.00 Sext
- 16.00 Uitstelling van het Allerheiligste Sacrament
- Onder de uitstelling: 16.00 Evangelielezing - 16.30 Adoro Te en Litanie van het Heilig Sacrament - 17.00 Rozenkrans en Lauretaanse litanie
- 17.50 Instelling van het Allerheiligste Sacrament
- 18.00 Vespers
- 20.30 Completen
De tijden waaraan iets verandert zijn vetgedrukt.
- De rozenkrans is weggehaald uit de aanbiddingstijd.
- De Psalmen van de Noon zal ik in het vervolg in stilte bidden tijdens de aanbidding. Er is dus geen aparte Noon meer. Dit is een concessie die me aan het hart gaat, maar anders wordt het onmogelijk om ook nog enig werk gedaan te krijgen.
- De Metten en de Lauden zijn opgeschoven van 5.00 naar 6.00. Dat is aan de late kant, maar doordat de kluis tegen het dorp aanligt is het om 21.00 nog niet altijd stil, en dus ook niet altijd ideaal om dan al per se naar bed te moeten. Nu kan er ’s avonds iets ontspannnener met het schema worden omgesprongen. Voor mensen die een keer naar de Metten willen (vreemd genoeg meestal mensen van vrijgemaakt- of christelijk-gereformeerde snit) wordt dat er weer iets makkelijker op.