Kluis in de steigers
woensdag 23 juni 2010

De grote restauratie van de Warfhuister kluiskerk is alweer zo’n tien jaar geleden. Dat begonnen we te merken aan de goten, de muurplaten en het voegwerk, waarvan we destijds zeiden: ‘Dat kan nog wel even.’ ‘Even’ blijkt ongeveer tien jaar te zijn.
In de eerste week van Juni is de kluis in de steigers gezet, en die zullen niet verdwijnen voor het begin van de bouwvakvakantie. De kapel is gewoon open voor bedevaartgangers (in ieder geval van 9.00 tot 18.00,) maar wel zullen er meer gaten vallen in het getijdenschema dan normaliter. ‘Stille aanbidding,’ bijvoorbeeld, is een wat merkwaardige oefening temidden van een orkest van boren en frezen.
We hopen na deze drastische operatie weer een hele tijd uit de bouwerij te zijn. Deo volente, natuurlijk.
Op herhaling: Hoogelandster Meilied
zaterdag 1 mei 2010
Het lijkt erop dat deze klassieker helaas ook dit jaar weer heel toepasselijk wordt:
Gekomen is uw lieve Mei, Maria!
Met kou en regen en storm erbij, Maria!
Als de meiwind aan komt waaien
vliegen de koeien en ook de vlaaien.
Ave, ave Maria!
Gekomen is uw lieve Mei, Maria!
‘K wou wat bloemen plukken gaan, Maria!
Die op uw altaar kunnen staan, Maria!
‘K ben nog niet weg gegaan of kijk!
‘K zit op de toren van Zuurdijk!
Ave, ave Maria!
Nu zit ik in de storm te prijk, Maria!
Het regenwater drijft ‘t gediert, Maria!
Al naar de kerk al op de wierd, Maria!
‘K zit met katten, koeien, hanen,
zeshonderd vlooien en zeven zwanen,
Ave, ave Maria.
Uw kerk was nooit zo mooi versierd, Maria!
Gekomen is uw lieve Mei, Maria,
Daar waait mijn kliko net voorbij, Maria!
Zoals je nu de hagel hoort,
hagelt het tot Sint-Maarten voort,
Ave, ave Maria
behoed ons liefelijke oord, Maria!
De Warfhuister kluis in de Advent deel 2
zondag 13 december 2009

Kerstavond is voor veel Warfhuisters het enige moment van het jaar dat ze in de kerk komen, maar daar wordt dan ook werk van gemaakt. Er wordt een prachtige kerstboom opgetuigd, de hele kerk wordt met groen versierd en na de dienst is er warme chocolademelk. Gelukkig zijn er ook extra hulptroepen van buiten het dorp, want per slot van rekening is het aantal bewoners van ons dorpje gering.
In het bijzonder moet daarbij genoemd worden de tomeloze inzet van twee dames van de koperpoetsgroep van de Sint-Bonifatiusparochie in Wehe-den Hoorn, Bep Wilderom en Hannie Halsema. Als witte tornado’s, of eigenlijk glimmende tornado’s gieren zij met donderend geweld door het koper van de kluis, altijd voor de kerst en soms ’s zomers nog een keer.
Dit jaar waren er twee nieuwe (oude) kandelaars voor het Maria-altaar die duidelijk sinds de laatste oorlog niet meer waren gepoetst. Daar deinsden de dames niet voor terug! Vier uur zijn ze ermee bezig geweest, maar toen zagen ze er dan ook uit als nieuw (nou ja: zoals ze eruit zagen in 1890 toen ze nog warm waren van de smidse.)
Hannie en Bep, namens alle Warfhuisters geweldig bedankt!

Het verschil tussen klaar en nog niet is overduidelijk!
Grootste deel van de site uit de lucht
dinsdag 1 december 2009
Het dagboek is voorlopig even het enige deel van de site dat bereikbaar is. We zijn met een grootscheepse verbouwing bezig. Dat kan wel even gaan duren, en aangezien onder andere de liturgische tijden niet meer klopten, hebben we voorlopig voor deze oplossing gekozen. Excuses voor het ongemak…
Gelieve eraan te denken dat het begin van het avondvigilie vervroegd is. Het begint nu om 19.00, en het deel met de completen begint dus om ongeveer 20.45 in plaats van rond 21.15. De kerk sluit in het vervolg ook eerder, even voor 21.00!
Goede getijden, slechte getijden…
maandag 10 augustus 2009

Het zal jullie opvallen dat er hier weinig nieuwe stukjes verschijnen (en dan alleen nog onnozele spotternijtjes,) dus ik dacht: ik zal een kleine opsomming geven van wat er hier zoal voorvalt.
- De voornaamste reden dat ik niet veel post, is dat ik tot over mijn oren in de (technische kant van de) liturgie verdiept ben. Het probleem is (nog steeds) dat het officie zoals het hier gevierd wordt eigenlijk net iets te zwaar is voor één persoon. ‘Ik ben broeder Hugo en ik doe een abdij na,’ zoiets. Dat heeft (behalve het gevaar van teveel branie) tot gevolg dat een simpele verkoudheid of een organisatorisch ongelukje genoeg is om de hele boel in de war te sturen. Ook kom ik na het bidden, grasmaaien en dweilen ongeveer aan niets anders nog toe. Ik heb tot nu toe geprobeerd dit probleem te verhelpen met kleine aanpassingen en bijstellingen, maar dat heeft alleen tot gevolg gehad dat ik maar aan het veranderen blijf, en dat is, monastiek gesproken, een ramp. Zodoende komt er, in overleg met de vadertjes, een dagritme dat meer is gebaseerd op de kluizenaarstraditie, en minder op die van de abdijen. Het betekent ook dat er een tijdje minder geblogd gaat worden. Voor wie in deze materie geïnteresseerd is, kan ik deze site aanbevelen.
- In het najaar krijgen kerk en kluis nieuwe goten. Dit zal waarschijnlijk overlast geven, dus hou dit blog in de gaten als je van plan bent in September of Oktober naar Warfhuizen te pelgrimeren.
- Het bedevaartseizoen verloopt erg grillig, wat wil zeggen dat het bezoek aan O.L. Vrouw heen en weer gaat als een jojo. De ene dag twee Mariagangers, de andere dag tweehonderd. Een mysterie van het geloof, zullen we maar zeggen.
- De couturier Ramiro Koeiman heeft aangeboden een nieuwe mantel voor O.L.V. van Warfhuizen te ontwerpen en vervaardigen. Hij hoopt hem af te hebben voor de Meimaand van volgend jaar. Met de broederschap verheug ik mij op het resultaat.
- Verder is er weinig nieuws. Het gras op het kerkhof groeit, de bereklauwen ook. Wij prevelen, jubelen, soppen, maaien, schoffelen en danken verder. Godlof!
De tyrannie verdrijven…
vrijdag 31 juli 2009

Jaren hebben wij katholieken in stilte geleden, hebben afgezien en die vieze gesuikerde protestantse smurrie gepruimd, ja, om eraan te ontkomen hebben we zelfs ketchup bij onze frieten gegeten (goddank is er het Sacrament van de biecht!) maar NU IS HET GENOEG!
Ik ben in mijn uiterste wanhoop dan maar in de hogere alchemie gedoken en tot mijn vreugde kan ik u melden: het is gelukt! (vals Heksengelach)
Tot heil van het fatsoen en redding van elke normale persoon die het ongeluk heeft zich te ver benoorden de Vlaamse grens te bevinden om echte mayonaise te kunnen bemachtigen zal ik dus hier het geheim onthullen.
RECEPT VOOR ECHTE (LEES:KATHOLIEKE) MAYONAISE
Benodigdheden:
- een kwart liter arachideolie of maïsolie (geen olijf-of zonnebloemolie)
- Een eierdooier
- Citroensap of azijn (citroensap is katholieker en dus beter, azijn rijmt niet voor niets op Calvijn!)
- Peper en zout
- Mosterd (Zogenaamde Franse, geen Zaanse)
- GEEN SUIKER
Scheid het ei en doe de dooier in een kom. Giet daar een beetje citroensap bij en een beetje van de olie. Ook kun je nu al een afgestreken eetlepel mosterd toevoegen. Klop het geheel met een garde. Het begint al gelijk op mayonaise te lijken (als er in plaats daarvan een arm met groene schubben uit de kom komt die je probeert te wurgen heb je ergens een Hollands (lees: protestants) ingrediënt gebruikt: in dat geval wijwater toevoegen, in brand steken, met de schop uitslaan en overnieuw beginnen.) Giet onder het kloppen steeds een beetje olie bij. Breng de mayonaise op smaak met peper en zout en eventueel meer citroensap.
Dweilorkest
vrijdag 19 juni 2009

Van alle landen in het ondermaanse is Nederland misschien wel het allerondermaanst. Daarom heet het natuurlijk ook Nederland. Logisch.
Ook de mensen in Nederland zijn ondermaanser dan andere ondermaanse mensen. Dat heeft tot gevolg dat ze niet bepaald bekend staan om hun religieuze genie.
Dat is ooit anders geweest. In de zogenaamde middeleeuwen kropen hier hele generaties grote mystici uit de klei. Hadewijch en Dodo, Ruusbroec en van Kempen bestormden vanuit de Nederlanden de hemel. Van de hemel is hier immers genoeg, omdat al het andere plat is.
Enfin, zo werkt het niet meer. Hoeveel hemel er in Nederland ook is, veel Nederlanders ziet het niet meer, en willen het klaarblijkelijk ook niet zien. Zij stáán niet alleen met beide benen op de grond, maar klampen zich er ook aan vast, alsof heel dat ruime blauw boven hun hoofden beangstigend is, omgekeerd, diepte in plaats van hoogte.
Misschien is het ook wel daarom dat zij geschokt reageren als zij in hun eigen platte modderland een plaats ontdekken waar hemel en aarde elkaar raken en zich met elkaar vermengen. Een heilige plaats noemen wij mensen dat. Elke simpele parochiekerk is in essentie zo’n plaats.
In de afgelopen decennia heeft men nogal eens geprobeerd dergelijke plaatsen van elk mysterie te zuiveren, huiselijk te maken, de hemel terug naar boven te jagen. Zodoende zijn heilige plaatsen in ons land zeldzaam geworden, of tenminste vaak niet meer als zodanig herkenbaar.
In Warfhuizen hebben wij altijd ons best gedaan van de kluiskapel een echt heiligdom te maken, de ruimte te geven aan het heilige. Dat dat gelukt is (zelfs nog een beetje meer dan oorspronkelijk de bedoeling was,) merken we aan het bezoek van allerlei mensen die juist wel op zoek zijn naar een plek waar de grenzen tussen hier en hierna wat minder scherp zijn te trekken.
Als deze mensen mij aanspreken prijzen ze mij vaak gelukkig. ‘Om op zo’n plaats te mogen wonen!’ En ze hebben gelijk: de meetsnoeren zijn mij in een lieflijk oord gevallen.
Aan de andere kant ervaar ik deze plaats natuurlijk niet op dezelfde manier als zij. Ik ben hier dagelijks, ik ben gewend aan deze sfeer. Ongeveer zoals de Drent niet meer opkijkt van een bos meer of minder, en de Limburger zich niet meer verwondert over de schoonheid van zijn heuvels, zo moet ik soms echt even een ogenblikje stilstaan om mij werkelijk bewust te worden van de bevoorrechte atmosfeer van deze plaats.
De grap is, dat ik er nog het meest door wordt opgetild wanneer ik bezig ben met hele gewone, huishoudelijke dingen.
Zoals dweilen, bijvoorbeeld.
Als ik met mijn emmers en zwabbers de trapjes naar het heremietenkoor opklauter, de wolken damp-met-groene-zeep uit de emmers opstijgen en zich vermengen met de oude wierooklucht, dan ontstaat er soms een heel bijzondere stemming. Juist de eenvoudige dingen met aandacht verrichten en niet vooruitkijken naar het einde ervan kan soms meer doen dan duizend weesgegroetjes.
Als dan de zwarte stenen vloer steeds natter wordt tekent zich in de diepte een andere kerk af, dezelfde als boven, maar donkerder en helderder tegelijk. Als een vochtige bries draait, zwiert en zwaait mijn mop over de tegels en door die andere kerk, alsof je met je zwabber in een andere dimensie staat te porren. De gipsen heiligen zien er met welgevallen op toe dat het ernst blijft met de eenvoud, en dat al het ernstige eenvoudig wordt. Zalig de armen van geest, want zij zullen God zien. Geprezen zijt Gij, Vader van hemel en aarde voor al die dingen die de wijzen en verstandigen niet zien, maar die heel gewoon zijn voor kinderen, zotten en simpelen. Een stil muziekje bij een mooi werkje. Een dweilorkest.

De mooie foto’s zijn van Marjo Antonissen
Woestijnvadertjes 65 t/m 72 - Arsenios 27 t/m 34 - 2 t/m 9 Juni 2009
donderdag 4 juni 2009

2 Juni - Arsenios 27 - Een broeder kwam naar de cel van abba Arsenios in de Scetis. Terwijl hij wachtte buiten de deur zag hij de oude man geheel als een vlam (de broeder was dit gezicht waardig.) Toen hij klopte kwam de oude man naar buiten en zag de verwondering van de broeder. Hij zei tegen hem: ‘Stond je al lang te kloppen? Heb je hier iets gezien?’ De ander antwoordde: ‘nee.’ Toen sprak hij zodoende met hem en zond hem heen.
3 Juni - Arsenios 28 - Toen abba Arsenios in Canopus woonde, kwam er uit Rome een zeer rijke en godvrezende maagd om hem te bezoeken. Toen aartsbisschop Theophilus haar ontmoette vroeg zij hem de oude man over te halen haar te ontvangen. Hij ging dus en vroeg het hem met de volgende woorden: ‘Een zeker persoon van senatoriale rang is uit Rome gekomen en wenst u te zien.’ De oude man weigerde haar te ontmoeten. Maar toen de aartsbisschop het jonge meisje dit vertelde, gaf zij opdracht het lastdier te zadelen terwijl zij zei: ‘Ik vertrouw op God dat ik hem zal zien, want ik ben niet gekomen om een man te zien (daarvan zijn er genoeg in onze stad,) maar een profeet.’
Toen zij was aangekomen bij de cel van de oude man, was hij, door een beschikking van God, buiten. Toen zij hem zag wierp zij zich aan zijn voeten neer. Woedend tilde hij haar overeind, en zei terwijl hij haar onophoudelijk aankeek: ‘Als je mijn gezicht moet zien; hier is het, kijk!’ Zij was overdekt met schaamte en keek niet naar zijn gezicht. Toen zei de oude man tegen haar: ‘Heb je niet horen spreken over mijn manier van leven? Dat zou gerespecteerd moeten worden. Hoe durf je een dergelijke reis te maken? Realiseer je je niet dat je een vrouw bent en niet zomaar overal heen kunt gaan? Of is het opdat je, als je terug in Rome bent, tegen de andere vrouwen kan zeggen: ‘Ik heb Arsenios gezien?’ Dan zullen ze de zee in een drukke verkeersweg veranderen voor vrouwen die mij willen zien.’ Zij zei: ‘Moge het de Heer behagen, ik zal niemand hier laten komen; maar bid voor mij en gedenk mij altijd.’ Maar hij antwoordde haar: ‘Ik bid God om elke herinnering aan jou uit mijn hart te verwijderen.’ Zij was ontdaan toen zij deze woorden hoorde en vertrok. Toen zij teruggekeerd was in de stad werd zij door haar verdriet ziek, getroffen door de koorts, en de gezegende aartsbisschop Theophilus werd ervan op de hoogte gesteld dat zij ziek was. Hij kwam haar opzoeken en vroeg haar hem te vertellen wat er aan de hand was. Zij zei tegen hem: ‘Was ik er maar niet naartoe gegaan! Want ik vroeg de oude man mij te gedenken, en toen zei hij: ‘‘Ik bid God om elke herinnering aan jou uit mijn hart te verwijderen.” Nu sterf ik dus van verdriet.’ De aartsbisschop zei tegen haar: ‘Realiseer je je niet dat je een vrouw bent, en dat het door vrouwen is dat de vijand oorlog voert tegen de heiligen?Dat is de verklaring voor de woorden van de oude man. Maar wat je ziel betreft; hij zal er onophoudelijk voor bidden.’ Toen werd haar geest genezen en zij keerde blij terug naar huis.
4 Juni - Arsenios 29 - Abba David vertelde het volgende over abba Arsenios: Op een dag kwam er een magistraat die het testament van een senator met zich meebracht, een lid van zijn [Arsenios] familie die hem een zeer grote erfenis had nagelaten. Arsenios nam het en stond op het punt het te vernietigen. Maar de magistraat wierp zich voor zijn voeten neer en zei: ‘Ik smeek u, vernietig het niet, anders zullen ze mijn hoofd afhakken.’ Abba Arsenios zei tegen hem: ‘Maar ik was al dood lang voor deze senator die net gestorven is,’ en hij gaf het testament aan hem terug zonder iets aan te nemen.
5 Juni - Arsenios 30 - Ook werd van hem gezegd dat hij op zaterdagavonden, terwijl hij zich voorbereidde op de glorie van zondag, zijn rug naar de zon keerde en zijn handen in gebed uitstrekte naar de hemel, tot de zon weer op zijn gezicht scheen. Dan ging hij zitten.
6 Juni - Arsenios 31 - Het werd gezegd van abba Arsenios en abba Theodoor van Pherme dat zij, meer dan wie ook, een hekel hadden aan de bewondering van andere mensen. Abba Arsenios ontving niet gemakkelijk mensen, terwijl abba Theodoor als van staal werd als hij iemand ontmoette.
7 Juni - Arsenios 32 - In de dagen dat Abba Arsenios in Neder-Egypte woonde werd hij voortdurend gestoord, en zodoende achtte hij het juist om zijn cel te verlaten. Zonder iets mee te nemen ging hij naar zijn leerlingen in Pharan, Alexander en Zoïlus. Hij zei tegen Alexander: ‘Sta op en stap in de boot,’ en die deed dat. En hij zei tegen Zoïlus: ‘Kom met mij mee tot aan de rivier en zoek een boot voor mij om mee naar Alexandrië te gaan; stap dan op en voeg je bij je broeder.’ Zoïlus maakte zich zorgen over deze woorden maar zei niets. Zo scheidden hun wegen. De oude man zakte af naar de omgeving van Alexandrië, waar hij ernstig ziek werd. Zijn leerlingen zeiden tegen elkaar: ‘Misschien heeft een van ons de oude man geïrriteerd, en is dat de reden dat hij van ons is weggegaan?’ Maar zij konden niets bedenken wat zij zich zouden kunnen verwijten en ook geen ongehoorzaamheid. Toen hij beter was, zei de oude man: ‘Ik keer terug tot mijn vaderen.’ Terwijl hij weer stroomopwaarts reisde kwam hij in Petra waar zijn leerlingen waren. Terwijl hij dicht bij de rivier was, kwam er een klein Etiopisch slavenmeisje en raakte zijn schapenvel aan. De oude man gaf haar een reprimande, en zij antwoordde: ‘Als je een monnik bent, ga dan naar de berg.’ Alexander en Zoïlus troffen hem daar. Toen, terwijl zij zich aan zijn voeten wierpen, viel ook de oude man met hen neer en samen weenden zij. De oude man zei tegen hen: ‘Hebben jullie gehoord dat ik ziek was?’ ‘Ja,’ antwoordden zij. Hij vervolgde: ‘Waarom zijn jullie mij dan niet komen opzoeken?’ Abba Alexander zei: ‘Uw vertrek van ons heeft ons geen goed gedaan, en velen zijn er niet door gesticht. Zij zeiden: “Als zij de oude man niet ongehoorzaam waren geweest, zou hij niet van hen zijn weggegaan.” Abba Arsenios zei: ‘Aan de andere kant zullen zij nu zeggen: “Toen de duif geen plaats kon vinden om te rusten, keerde hij naar Noach in de ark terug.” Zo zagen zij alles onder ogen en zij bleven bij hem tot aan zijn dood.
8 Juni - Arsenios 33 - Abba David zei: ‘Abba Arsenios vertelde ons het volgende alsof het over iemand anders ging, maar in feite ging het over hemzelf. Een oude man zat in zijn cel en er kwam een stem tot hem die hem zei: “Kom, en ik zal je de werken van de mens laten zien.” Hij stond op en volgde. De stem leidde hem naar een zekere plaats en toonde hem een Ethiopier die hout aan het hakken was en een grote stapel maakte. Hij ploeterde om die te kunnen dragen, maar het was vergeefs. Maar in plaats van wat van de stapel af te halen hakte hij nog meer hout en voegde er nog aan toe. Hij deed dat zo een hele tijd achter elkaar. Toen hij een eindje verder ging werd de grijsaard een man getoond die aan de oever van een meer stond. Hij schepte water en goot het in een kapot vat, zodat het terug het meer in liep. Toen zei de stem tegen de oude man: “Kom, en ik zal je wat anders laten zien.” Hij zag een tempel, en twee mannen te paard tegenover elkaar die een stuk hout dwars vasthielden. Zij wilden binnengaan door de deur, maar slaagden daar niet in omdat zij hun stuk hout dwars vasthielden. Geen van hen wilde de ander voor laten gaan om het stuk hout recht te krijgen; zodoende bleven zij buiten de deur. De stem zei tegen de oude man: “Deze mannen dragen het juk van de rechtschapenheid met trots, en zij verootmoedigen zich niet om zich te beteren en de nederige weg van Christus te gaan.” De man die houthakt is degene die in vele zonden leeft, en in plaats van berouw te hebben voegt hij steeds meer fouten aan zijn zonden toe. Degene die het water schept is degene die goede daden doet, maar omdat hij die vermengt met slechte daden bederft hij zelfs de goede. Zo moet eenieder waken over zijn daden, anders werkt hij vergeefs.”
9 Juni - Arsenios 34 - Dezelfde abba vertelde over een paar vaders die op een dag uit Alexandrië kwamen om abba Arsenios te zien. Onder hen was de bejaarde Timotheüs, aartsbisschop van Alexandrië en bijgenaamd de arme. Hij weigerde hen te ontvangen, omdat hij bang was dat anderen hen zouden volgen en hem storen. In die dagen woonde hij in Petra van Troë. Zi gingen dus terug met een vervelend gevoel. Nu kwam er een Barbaarse invasie, en de oude man ging in Neder-Egypte wonen. Toen zij dit hoorden kwamen zij opnieuw om hem te ontmoeten, en hij ontving hen met vreugde. De broeder die bij hen was zei tegen hem: ‘Abba, weet u niet dat wij kwamen om u te zien in Troë en dat u ons niet wilde ontvangen?’ De oude man zei tegen hem: ‘Jij hebt brood gegeten en water gedronken, maar werkelijk, mijn zoon, ik heb water noch brood geproefd, noch ook neergezeten tot ik dacht dat jullie weer thuis waren, om mijzelf te straffen omdat jullie je door mij hadden geërgerd. Maar vergeef me, mijn broeders.’ Zo gingen zij vertroost heen.
Dagelijks plaats ik hier de woestijnvadertekst die ik deze dag voor de Lectio Divina gebruik. Ik ben niet van plan voortdurend commentaar erbij te gaan leveren, de teksten spreken meestal voor zichzelf. Als er echter onbegrijpelijke woorden of iets dergelijks in staan hoor ik het graag.
Woestijnvadertjes 38 - Antonius Abt 38 - 6 Mei 2009
woensdag 6 mei 2009
Antonius Abt 38 - En hij zei dit: ‘Als hij kan zou een monnik zijn ouderen vertrouwvol moeten vertellen hoeveel stappen hij zet en hoeveel druppels water hij drinkt in zijn cel, voor het geval hij daarin dwaalt.’
Dagelijks plaats ik hier de woestijnvadertekst die ik deze dag voor de Lectio Divina gebruik. Ik ben niet van plan voortdurend commentaar erbij te gaan leveren, de teksten spreken meestal voor zichzelf. Als er echter onbegrijpelijke woorden of iets dergelijks in staan hoor ik het graag.
Buscampagne
donderdag 5 februari 2009
