Dégéneration
donderdag 4 december 2008
Dit is inderdaad precies wat ik wilde zeggen, inclusief het hoopvolle einde. Dankjewel ‘wees niet bang.’
Tir nan Og
woensdag 26 november 2008
De laatste jaren is het beeld dat we hebben van het hiernamaals nogal veranderd. Vroeger stelden de gelovigen zich een idealisering voor van wat ze kenden: groene heuvels, een nieuw Jeruzalem in een schitterend en twinkelend kleed van gotische pinakels en wimbergen.
Tegenwoordig is het hiernamaals nogal kaal. Er komt veel wit licht bij kijken, en allerlei emoties die uit het niets lijken te komen. Men spreekt van andere dimensies en het uitvloeien van het eigen ik in het ‘al.’ Als men probeert dat al te verbeelden komen er steevast nogal onnatuurlijke paarse en turquoise acryltinten aan te pas.
Ik kan met beide visies eigenlijk niet veel. Hoewel ik het verlangen naar een groene droom van een eeuwig voorjaar met een heldere hemel in heiige bloemengeuren nog wel kan begrijpen kan ik me niet voorstellen dat ik ooit in een keuken in het hemels Jeruzalem aardappels zal staan te schillen. Daarbij zou ik, geloof ik, op den duur gaan verlangen naar een mooie winterdag met een zonnetje en vijf graden vorst. En zulks zie je nooit in een Vlaams primitieve hemel.
Aan de andere kant kan ik nog minder met de abstracties waar men tegenwoordig mee strooit. Aan de ene kant gaat men zich bij de ‘modernen’ te buiten aan een verwijfde levensbeschouwelijke zoetigheid, en vermijdt men het om ook maar een snufje peper in de soep te roeren. En toch neemt men dan duidelijk wel genoegen met een ijskoude hemel waar nog geen mens dood begraven zou willen liggen, in kleuren die zo tegennatuurlijk zijn dat men er een eeuwigdurende hoofdpijn van zou krijgen.
De Bijbel spreekt niet over het hiernamaals in geuren en kleuren, maar blijft eigenlijk heel terughoudend. Niet op dezelfde manier als de mintgroene abstracties van de ‘modernen’ maar eerder zoals een ouder dingen aan zijn kinderen uitlegt waarvoor ze eigenlijk nog te jong zijn. ‘De schoot van Abraham,’ het ‘nieuwe Jeruzalem,’ het ‘huis van mijn Vader,’ het zijn allemaal beelden die met kracht een gevoel van thuiskomen en ‘erbijhoren’ overbrengen, maar ze zijn overduidelijk niet bedoeld om als concrete voorstelling te dienen.
Zijn beelden in deze überhaupt nodig? Ik denk het meestal wel. Ik denk dat er een geestelijke rijpheid bestaat die het hebben van enige voorstelling op dit gebied overbodig maakt. Ik denk ook dat bijna geen mens die rijpheid bereikt (al zijn er zat die het pretenderen, maar hun gedrag zegt meestal iets anders.) Ik denk wel dat je er, zoals bij elk ‘godsbeeld’ voor moet waken deze voorstellingen te laten verstarren tot onveranderlijke ‘gesneden beelden’ die verslaven in plaats van bevrijden. Maar zolang jouw ‘Jeruzalem’ in overeenstemming is met wat Jezus erover gezegd heeft en niet steeds hetzelfde blijft maar met je meegroeit, denk ik dat je het talent van je verbeelding bij de juiste bank hebt uitgezet.
Ikzelf denk bij de hemel altijd aan Ailsa Craig, wat nogal dwaas is. Ik neem eigenlijk aan dat het er bijna altijd rotweer is, want het is een eiland in de Firth of Clyde, aan de westkust van Schotland. Er groeit alleen gras, verder niks.
Maar het is van een afstandje zo mooi dat het je pijn doet aan je ogen. Zodoende kan het voor mij persoonlijk dienen als zinnebeeld van dat Andere waarvoor elke verbeelding tekort schiet.
En er is geen spatje mintgroen bij, wat een hele opluchting is.
De vreze des Heren of de liturgische meltdown
dinsdag 25 november 2008
De Kerk pretendeert dat er in de Liturgie een bovennatuurlijke werkelijkheid tegenwoordig gesteld wordt.
Ik geloof zij daarin gelijk heeft.
Ik denk alleen wel dat die pretentie alleen geloofwaardig gemaakt kan worden wanneer de vorm van de Liturgie dat ook duidelijk maakt.
Daarbij gaat het niet alleen om de inhoud, maar ook om de vorm, om de atmosfeer die wordt geschapen.
Liturgie dient plechtig, aandachtig en schoon te zijn. Alles wat de plechtigheid, de aandacht of de schoonheid verstoort dient achterwege te blijven.
Niet dat de Heer zijn genade niet schenkt als de priester een boxershort op zijn hoofd heeft, maar het wordt dan wel moeilijk voor de aanwezigen om zich op die genade af te stemmen.
Ik neem even de Eucharistie als voorbeeld.
In het Allerheiligst Sacrament heeft God zich kwetsbaar, zelfs hanteerbaar gemaakt. Wij kunnen het Mysterie van de Eucharistie niet vieren zonder de meest onvoorstelbare Kracht die er bestaat, het absolute Middelpunt, het Fundament onder al wat is te hanteren.
Hierbij past een heilige vrees, in de betekenis van absolute eerbied.
Als een medewerker van een kerncentrale nucleaire brandstof moet hanteren doet hij dat met de uiterste zorgvuldigheid en met eerbied voor de onvoorstelbare krachten die erin liggen opgeslagen. Als je ziet dat hij in zijn zwembroek en snorkel in het groen lichtende water van het reactorbad springt, zijn er voor de gemiddelde toeschouwer maar twee conclusies mogelijk: 1. Hij wil zelfmoord plegen, of 2. De reactorkern is niet echt, het is een dummy.
Reken er maar op dat zich in de Liturgie hetzelfde mechanisme voordoet. Als er overal in de kerk posters en kindertekeningen hangen, als de liederen infantiel zijn, als de priester de zaak presenteert als een spelletjespresentator, als hij de gebeden van het missaal van elk stekelig element ontdoet* en er truttigheden in brengt,** zijn er twee reacties mogelijk: 1. De priester heeft geen verstand, of 2. Hij heeft niks anders in zijn handen als een stukje brood, het is een dummy.
Als wij in de Liturgie het Lichaam van Christus hanteren zou er uit ons gedrag een spanning moeten spreken die (ruwweg) een mengsel is van 1. de spanning die iemand voelt die na tien jaar voor het eerst een geliefde zal terugzien en 2. de spanning die iemand voelt bij het hanteren van iets heel gevaarlijks, zoals kernenergie.
Weliswaar is God geen onbewuste materie die bij een verkeerde behandeling willoos tot een verwoestende reactie overgaat. Zijn Aanwezigheid in de Eucharistie is zelfs naar haar aard liefdevol en scheppend, niet vernietigend. Dat maakt Hem echter alleen ongevaarlijk door zijn eigen Wil, niet ongevaarlijk naar zijn Wezen. Zijn Aanwezigheid blijft in potentie (het woord zegt het al) oneindig veel machtiger dan alle kernkoppen, harde koppen, watervloeden, lavastromen, gedachten, gedichten, planeten, stormwinden, en zelfs tijden bij elkaar, en verdient een zekere heilige huiver (in de traditie de vreze Gods genoemd.)
‘De vreze des Heren is het begin van wijsheid’ bidden we elke zondag in de vespers (Ps. 111)
Zodra het Allerheiligste behandeld wordt als ongevaarlijk zullen wij ons vrijwel zeker overmoedig aan Hem bezondigen. Hij is Liefde, jawel, Hij is een barmhartige God, jazeker, maar Hij is ook de meest onvoorstelbare Macht, die ons allemaal in een fractie van een seconde zou kunnen uitwissen.
Zichtbaar werd de bedding der wateren, omgewoeld de grondslagen der wereld door uw dreigende gramschap, JHWH, door het stormgeweld van uw adem. Ps. 17:16
Mogen wij de goede God dan niet benaderen met gemeenzaamheid en innigheid? Jawel, maar niet met de op dit moment bijna overal vertoonde achteloosheid, als iemand die niet geacht wordt, op wie geen acht wordt geslagen.
Liefhebben is aandacht hebben voor de ander, iemand ten diepste kennen en erkennen, de ander nemen zoals hij of zij is. Daar hoort dus niet bij dat je de ander beschouwt als materiaal om mee te knutselen. Hoeveel huwelijken zijn er al niet gesneuveld omdat een van de partners de andere probeerde te veranderen in iets wat hij of zij niet was?
‘Ik hou van je, vooral als je piano gaat spelen, je haar afknipt, geen t-shirts van Iron Maiden meer draagt, andere vrienden neemt (o, en een andere moeder,) en het afleert om scheten te laten in bed.
Dit verhaal geldt ongewijzigd (nou ja, afgezien van de t-shirts en zo…) voor de verhouding van de mens tot God. God is voor jou een Mysterie dat je langzaam steeds een beetje beter kunt leren kennen, en dus niet iemand die je langzaam steeds een beetje meer naar je zin kunt verbouwen.
‘Heer, ik bemin U, vooral als Gij het nu eindelijk eens afleert almachtig te zijn en rechtvaardig, en plechtig belooft om in het vervolg alleen nog barmhartig te zijn en die lieve man uit Nazareth.’
Met deze achteloosheid maken wij het Mysterie van de Kerk voor buitenstaanders ontoegankelijk, dat wil zeggen, voor negentig procent van de mensen. Wanneer namelijk iemand hoort van het Mysterie van de Liturgie, en dan besluit eens naar een Mis te gaan, moet dat Mysterie wel zichtbaar gemaakt worden door het gedrag van de gelovigen en de priester. De Heer moet serieus genomen worden als wat Hij is, anders zal zijn Aanwezigheid door geen mens herkend worden. In veel te veel parochies gaat dat mis.
Zowel de liefde voor de Heer als de heilige huiver, de vreze Gods, moeten door woord en gedrag tot uitdrukking komen, anders wordt heel de Liturgie door de tegenstelling tussen wat zij pretendeert te doen (een ontzagwekkend Mysterie tegenwoordig stellen) en de vorm waarin zij gevierd wordt (kinderachtige teksten, onzinliedjes en nonchalance) voor buitenstaanders belachelijk.
Dit laatste is voor mij in de dagelijkse praktijk een enorm probleem bij het doorverwijzen van niet-katholieken die geraakt zijn door de Liturgie (het officie) in de kluis, en die zich aangetrokken voelen tot het katholicisme. Ik kan ze bijna nergens naartoe sturen, omdat het gedrag en het achteloze omgaan met het heilige in de gemiddelde parochiekerk gewoon niet passen bij de bovennatuurlijke werkelijkheid die er tegenwoordig komt. Een enkel bezoek aan een parochiekerk is meestal genoeg om ze voorgoed van hun verlangen naar het katholieke te genezen. De gemiddelde Eucharistieviering komt niet geloofwaardig over.
Ik heb een heilig respect voor allen die ploeteren om de kerken open te houden. Juist omdat ik zo graag wil dat zij daarin niet zullen worden teleurgesteld, hoop ik en bid ik dat de kloof tussen vorm en inhoud waarmee ze zichzelf blokkeren eens zal verdwijnen.
Een bewijs voor het bovenstaande is onze eigen Groninger kathedraal. Sinds daar de vreze des Heren het ‘creatief met kerk’ heeft verdreven zit ze elke zondag zo goed als vol met mensen van alle leeftijden die graag naar de kerk gaan. Ze verheugen zich erop. Ze hebben er plezier in.
Herkenbaar? Nee?
Tijd om er wat aan te doen, dan.
* Consequent termen als ‘almachtig’ en ‘ontzagwekkend’ vervangen door ‘barmhartig’ en ‘liefdevol,’ ‘zonde’ door ‘fouten en tekortkomingen etc.
** ‘Jezus, jouw vriend, de man uit Nazareth,’ ‘breken en delen,’ God, wij vinden alle bloemen zo mooi, beken vol limonade en ranja,’ balonnen aan het altaar, kinderen die stuntelend heilige teksten moeten voorlezen etc. etc.
Eremo Santa Croce 2008: St. Theresia (15 Oktober)
donderdag 23 oktober 2008
Mijn eerste volle dag bij de vadertjes was vooral heerlijk rustig. Het weer was lekker en ik heb een stevige wandeling gemaakt over de Alpenweiden in de buurt. Het uizicht op Lugano is spectaculair, en met mijn nieuwe Bijbel onder de arm was ik gewapend voor de strijd. Eigenlijk naar aanleiding van de lezing van Matthieu Wagenmaker op het Bootcamp in Augustus had ik het plan opgevat om Prediker nog eens rustig tegen mij te laten preken, waar het dan nu een mooi moment voor was.
Wat is dat toch een mooi boek, inhoudelijk, maar ook door zijn schoonheid. Ik zou er bijna zin van krijgen mijn Hebreeuws te gaan restaureren. Alleen vind ik dat zo’n lelijke taal. Soms denk ik wel eens dat de Heer het Joodse volk heeft uitverkozen omdat Hij met ontferming neerzag op dat erbarmelijke gerochel en gehakkel van ze, en ze er op de een of andere manier voor wilde compenseren. Het is net of ze stuk voor stuk twee pakjes Gauloises per dag roken. Ik dwaal af.
Prediker is een boek dat ik goed ken, ook omdat het een van de lievelingsbijbelboeken van mijn moeder is. Ze houdt van Prediker en heeft een hekel aan Sint Paulus. Dat vindt ze een nare man. Dat zei ze vroeger zelfs hardop onder het Bijbellezen na het eten. Dan schreef Sint Paulus weer eens iets dat haar niet aanstond, bijvoorbeeld dat vrouwen hun mond moeten houden in de kerk, en dan keek ze op en zei: ‘wat is die Paulus ook een rottig mannetje.’ Dan zeiden wij: ‘maar ma, zelf zit je ook altijd te zuchten als er een vrouwelijke dominee is.’ ‘Heeft er niks mee te maken! Ik moet die Paulus niet!’ en daarmee was dan alles gezegd. Inderdaad, mijn moeder is fenomenaal. Ze heeft vorige week een nieuwe hond gekocht… Ik dwaal weer af.

Prediker heeft het natuurlijk vooral over verhoudingen. De traag maar onherroepelijk verstijkende tijd die als een stoomwals voortrolt over een dampend hete strook asfalt vol bliksemsnel bewegende moleculen die allemaal van zichzelf vinden dat ze razend belangrijk zijn. Het onrustige mierenbultachtige gekrioel in verhouding tot het langzaam verglijden van de dingen (het zingen van de sterren, zouden sommigen zeggen. Doet me denken aan de muziek van Holst. Ik dwaal weer af.)
Dit hele gebeuren, en in het bijzonder het relatieve daarvan, komt je bijzonder beeldend voor ogen als je op een Alp zit met een hectische Italiaanse stad aan je voeten.
Alles heeft zijn uur, alle dingen onder de hemel hebben hun tijd.
Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om wat geplant is te oogsten.
Een tijd om te doden en een tijd om te genezen, een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen.
Een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen.
Een tijd om stenen weg te gooien en een tijd om stenen te verzamelen, een tijd om te omhelzen en een tijd om van omhelzen af te zien.
Een tijd om te zoeken en een tijd om te verliezen, een tijd om te bewaren en een tijd om weg te doen.
Een tijd om stuk te scheuren en een tijd om te herstellen, een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken.
Een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten, een tijd voor oorlog en een tijd voor vrede.
Wat heeft iemand dan aan al zijn werken en zwoegen?
Ik overzag de bezigheden die God de mensen heeft opgelegd om er zich mee af te tobben.
Alles wat Hij doet is goed op zijn tijd; ook heeft Hij de mens besef van duur ingegeven, maar toch blijft Gods werk voor hem van het begin tot het eind ondoorgrondelijk.
Daarom lijkt het mij voor de mens nog het beste vrolijk te zijn en het er goed van te nemen.
Als hij kan eten en drinken en genieten van wat hij met al zijn zwoegen bereikt heeft, is dat immers een gave van God.
Ik kwam tot het inzicht dat alles wat God doet voor altijd blijft: er valt niets aan toe te voegen en niets gaat eraf. God maakt dat de mensen ontzag voor Hem hebben.
Wat is, was tevoren al; wat zijn zal, is vroeger al geweest. God haalt wat voorbij is steeds weer terug.Prediker 3:1-15
Maria ten hemelopneming - Bidden helpt!
maandag 11 augustus 2008

Een journaliste van het Dagblad van het Noorden vroeg mij twee weken geleden of al dat bidden nu ook zin had. Natuurlijk heb ik haar gezegd dat ik daar zeker in geloof. Het is immers mijn dagelijkse werk! Als ik daar niet in zou geloven zou ik een zuur leven hebben!
Iemand die met bewonderenswaardige trouw de afgelopen jaren voor een zieke dierbare heeft gebeden in de kapel van Onze Lieve Vrouwe van Warfhuizen schreef vandaag in het intentieboek: ‘Mijn dierbare … is dood! Wie zei er ook weer dat bidden helpt?’
Dit grijpt mij altijd aan. Ik begrijp het bittere gevoel van deze man helemaal.
Het is makkelijk om nu met een belerend vingertje te gaan oreren over dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn, dat je niet altijd krijgt wat je vraagt omdat je niet weet wat het beste voor je is, enzovoort enzovoort. Dat alles is vrome lariekoek waardoor nog nooit iemand werkelijk is getroost.
De kreet van deze man in het intentieboek staat er nu als laatste regel van een lange reeks te schreeuwen dat je horen en zien vergaat. Morgen zal iemand er een andere intentie achter schrijven, daarna zullen er nog vele volgen en over twee weken is het een wrang plekje in een zee van pijn, hoop, dankbaarheid, wijsheid en onnozelheid (Maria, help mijn Jetje nu eindelijk eens haar rijbewijs te halen…)
Toch vergeet ik dit soort momenten niet snel. Het is juist voor deze punten in een mensenleven dat het openstaan van van Gods huizen zo onontbeerlijk is. Voor wat betreft de kluiskapel van Warfhuizen draait het zelfs helemaal om deze verslagenheid die ons allemaal van tijd tot tijd onherroepelijk te grazen neemt.
In Warfhuizen staat Onze Lieve Vrouw niet te lachen met een fris mollig goddelijk Kindje in de armen. Ze staat onder het kruis waaraan de verwordenheid van de mensen haar liefste Zoon met roestige spijkers tegen een rot stuk hout heeft gespijkerd. Ze weet dat het lijden van Jezus de mensheid eens van wreedheid en wanhoop zal redden, maar dat zegt haar op dat moment niets. Haar Zoon hangt te sterven door het toedoen van mensen, en er is niets wat zij eraan kan doen. Alles wat haar dierbaar is wordt gesloopt, vernield, vernederd, bespuugd, gefolterd en terdege dood gemaakt.
We hebben het hier niet over een Amerikaanse film waarin Hij op het laatste ogenblik door een glitterende engel van het kruis wordt gehaald, een medaille krijgt en mag trouwen met de dochter van de koning (of Maria Magdalena voor mijn part.) Er is geen Deus ex Machina. Aan het eind van het liedje hangt er gewoon een dood, wit lichaam aan het kruis, een ding waarin de persoon die Hij was niet meer te herkennen is. Een lichaam dat bovendien zelfs dan nog niet met rust wordt gelaten, maar lomp wordt doorstoken met een speer en bungelend aan touwen naar beneden wordt getakeld. Dit alles gebeurt voor haar ogen, de ogen van zijn moeder.
Pas als dit ogenblik over is, na drie dagen van hopeloze duisternis, zullen haar tranen in blijdschap verkeren. In Warfhuizen wordt dit afgebeeld door de prachtige kroon en de koninklijke gewaden die ze draagt, de tekenen van haar tenhemelopneming en kroning in de hemel.
Maar voorlopig staat ze nog gewoon te huilen met uitzicht op haar Zoon aan het kruis en de stroom van pijn, verwarring, dankbaarheid en onnozelheid die intentieboek heet.
Serene rust in de Groninger kathedraal…
maandag 7 april 2008

Soms wordt ik echt wel eens een beetje flauw van de tijd waarin we leven, vooral als de algehele barbarij ook de kerk binnendringt.
Dat de kinderen van de nieuwe heidenen in sneltreinvaart terugverwilderen naar het bavianenstadium is logisch. Ze krijgen immers eigenlijk geen echte basis meer mee.
Het is alleen helaas niet zo dat de katholieke jeugd voor een en ander automatisch immuun zou zijn. Opvoeding is overal een schaars artikel, zo lijkt het wel.
Gisteren probeer ik na de Mis in de kathedraal nog even rustig mijn dankzegging te plegen. Al snel word ik omringd door schreeuwende, rondrennende en stuiterende koters, vertederd gadegeslagen door hun pappies en mammies.
Een van de kleine krengetjes komt boven op mij terecht, stoot z’n kop tegen het boekenvakje en zet de sirene aan. Tand door de lip. Er zit een snotklodder op m’n scapulier en iets wat eruit ziet als voorgekauwde pindarotsjes op de rand van mijn kap.
Nu weet ik dat het tegenwoordig taboe is om, als je iets lawaaiierigs onder de twaalf ziet, niet in aanbidding ter aarde te vallen, de ouders prijzend om de ‘liefheid’ en de ‘leukigheid’ de ’slimmigheid’ en de ‘voorlijkheid’ van hun kroost.
welnu:
Nieuwsflash voor ouders: Krijsende rondslingerende kinderen zijn leuk in de speeltuin. In de kerk zijn het gewoon vervelende onopgevoede etterbakjes die nodig over de knie moeten.
Gelukkig trekt de apenkooi op een gegeven moment weg naar de kofiekamer. Een weldadige rust komt neer over de gekwelde bidders in het middenschip.
In de bank voor mij zit een student. Hij pakt, terwijl hij nog op de knieën zit, zijn mobieltje en begint te bellen.
Ik geef hem een draai om zijn oren en schop hem de kerk uit.
Een kleine mens is in tijden van nood tot grootse dingen in staat.
Lichtprocessie Warfhuizen
donderdag 13 maart 2008

Op zaterdagavond 15 Maart om 19.45 trekt er een grote lichtprocessie van Wehe-den-Hoorn naar Onze Lieve Vrouwe van Warfhuizen. Omdat er een menigte jongeren meetrekt, hebben we besloten de gebruikelijke soberheid te laten varen, al zullen we wel rekening houden met de ernstige tijd van het jaar. Een menigte van olielantaarntjes, relieken van het Heilig Kruis, de heilige Egidius van Nîmes, de Heilige Theresia van Avila en de Heilige Johannes van het kruis alsmede het grote processiekruis zullen worden meegedragen. Deze bedevaart wordt georganiseerd door het jongerenplatform van het bisdom Groningen-Leeuwarden. Namens de broederschap van Onze Lieve Vrouwe van de Besloten Tuin zullen zij in de kluiskerk ontvangen worden door Mevrouw A. Ruffle, die optreedt als broedermeesteres.
Ik ben bijzonder verheugd dat de jongeren op bedevaart naar Warfhuizen komen, en ik wens hen van harte een avond vol zegen en begeestering!
Huishoudelijk: Vrijdag en Zaterdag vervallen i.v.m. de voorbereiding van deze avond alle gezongen getijden. Vrijdag wordt het koper gepoetst en zaterdag wordt er schoongemaakt en versierd.
Monstra te esse matrem…
maandag 3 maart 2008

Het is bizar wat er kan gebeuren met de atmosfeer in een kerk als daar iemand intens aan het bidden is. Je zou het het ‘Godsbewijs van het gebed’ kunnen noemen, want het is zelfs voor de toevallig aanwezige buitenstaander onmiskenbaar.
Ik herinner mij een dag dat een vrouw die ik niet kende stil voor het altaar van de Besloten Tuin stond te wenen (’huilen’ dekt de lading niet.)
Ik heb die vrouw nooit gesproken, ook later niet.
Ik herinner mij ook haar gezicht niet.
Toch weet ik zeker dat ik haar onmiddelijk zou herkennen als ik haar weer tegen zou komen.
De hele kerk was geladen met een doordringende, smekende spanning die tegelijkertijd werd opgevuld door een zachtjes kabbelende ontferming die eraan tegemoet kwam en een intense rust achterliet. Ik keek naar Onze Lieve Vrouwe van de Besloten Tuin en herkende er diezelfde blik in die mij zestien jaar geleden, in de kapel van de Sterre der Zee in Maastricht, voor de Kerk won.

Moe…en gelukkig
zaterdag 1 maart 2008

Vanaf morgen kan ik gaan proberen mijn veertigdagentijd te restaureren…als het goed is. Ik ben, zoals ze in Brabant zeggen, ‘keikapot,’ maar wel voldaan ‘keikapot.’ Rondrennende vrijwilligers en zulks, schaven, schuren, boren, poetsen, keuvelen, drukproeven keuren, devotionalia bestellen, reliekschrijnen herinrichten en er ondertussen ook nog een gebedsleven op na proberen te houden is geen sinecure.
Aan de andere kant bestaan er ook mensen die in de mijnen werken. Vroeger had je zelfs galeislaven. Ik bedoel maar…
Als ik denk aan wat er allemaal, ondanks mij, rond mijn arme kluis gebeurt, kan ik wel janken van dankbaarheid. Ik voel mij vaak zo door en door onbeholpen en onbekwaam, dat ik, wanneer de gedachte me overvalt, spontaan een rooie kop krijg. Dat alles is echter geheel irrelevant als je bereid bent de écht belangrijke dingen aan de goede God over te laten.
Gewoon…katholiek!
maandag 25 februari 2008
Ik durf in mijn bevlogenheid soms wat meer dan sommige anderen.
De helft van de tijd resulteert dat in momenten van intense bevrediging en bemoedigende resultaten, waarvoor Gode dank.
De andere helft van de tijd zijn genante toestanden mijn deel, waarvoor Gode nog meer dank.
Zulke momenten heeft elke durfal namelijk van harte nodig, ook al is het niet modieus om dat hardop te zeggen. Nederigheid mag dan not hot zijn, ze is wel hard nodig om de wereld een beetje gezellig te houden. Anders gaan al die bevlogen figuren er maar mee aan de haal, met een hoog pusgehalte tot gevolg. (Hitler en Stalin waren ook erg bevlogen…)
Bevlogenheid is alleen heilzaam als ze zich van haar eigen werkelijkheid bewust is, dus ook van haar beperktheid. Behalve een hoop zin komt er ook een hoop realiteitszin aan te pas om van bevlogenheid meer dan een bevlieging te maken.
Evengoed is het voor eenieder met ogen en oren duidelijk dat de wereld niet gebaat is bij doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Het is precies die houding die onze Kerk op dit moment zo ziek maakt.
Men is liever gewoon dan gewoon katholiek. En maak je geen illusies: alleen volstrekt gewoontjes is gewoon genoeg. In de steden wordt het gelukkig al beter, maar tenzij er snel iets verandert zullen de meeste van onze plattelandsparochies er over vijf tot tien jaar aan ten ondergaan: extremistische gewoonheid.
Het zal een tragische dag zijn als dorpen die zich vijfhonderd jaar tegen het calvinisme hebben verzet uiteindelijk alsnog zullen bezwijken onder het gewicht van de ‘ziel’ daarvan: de strenge kleurloosheid van het gewone.
Het Evangelie over de christenen die het zout der aarde dienen te zijn, is nog nooit zo actueel geweest als op dit moment. We zijn immers aangekomen op precies dat punt in de geschiedenis dat zich onder het begrip gewoontjes een uitermate destructieve levenswijze verschuilt, namelijk die van een nog nooit vertoonde onverschilligheid ten opzichte van onze christelijke cultuur, de schepping, de naastenliefde en zelfs het leven zelf.
Waar de gewoonheid regeert wordt uiteindelijk alles gewoon. Waar de gewoonheid heilig is, zal uiteindelijk niets meer heilig zijn.
Met andere woorden: als de Bruidegom komt, durf dan uit te gaan om Hem te ontmoeten. Hup! die drempel over! Durf over het water te lopen, durf het Sacrament te aanbidden, durf voor het leven te spreken, durf te bidden, durf te biechten, durf met heiligenvaandels ter grootte van tweepersoonsbeddelakens over het hogeland te trekken, durf gul te zijn, durf je te ontfermen, durf met wijwater te smijten, durf nee te zeggen, durf ja te zeggen, durf te beminnen.
Maar als je dan je gat brandt, zit op de blaren en bedenk dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren…en dank de Heer.
Dat hoort er ook bij. Boter bij de vis.



