Twee keer kijken…
dinsdag 23 februari 2010

Nederlanders staan er om bekend dat ze overal een oordeel over klaar hebben, ook de Nederlandse katholieken. Dat is jammer.
Een bekend boek over de grondhouding van de kluizenaar heet ‘Sich Gott aussetzen und standhalten.’ Vrij vertaald betekent dat ‘Zich tonen aan God en volhouden.’ Het is geschreven door de Duitse zuster Maria Anna Leenen, een zeer beschaafde en verfijnde kluizenares. Omdat ik persoonlijk meer een lompe Nederlandse boeren-gooi-en-smijt-kluizenaar ben heb ik het zelf meestal over met lege handen in je blootje voor God staan en zorgen dat je niks verzint om je mee te bedekken. Daarmee bedoel ik geen naakte oerwoudrituelen. Daarmee bedoel ik dat je je geestelijk overgeeft aan de Heer met al het goed en kwaad waarvan je je bewust bent, zonder jezelf te verdedigen of goed te praten.
Kluizenaar zijn vergt daardoor wel eens de nodige moed, en een zekere tolerantie voor gênante toestanden. Die moed is alleen op te brengen wanneer er in onze relatie met de goede God voldoende eerbied en vertrouwen is.
Eerbied: Ik heb de wil om mijn ziel naakt aan God te tonen omdat ik daar heil van verwacht, omdat ik God als Bron van alle vreugde en heelheid erken. Ik weet dat ik mijn schaamte niet voor niets overwin. Vertrouwen: Ik weet mij veilig bij God.
Andersom eerbiedigt God mijn vrijheid en beloont mijn naaktheid - mijn eerlijkheid naar Hem - door die te bedekken met vaderlijke liefde, vergeving en genezing.
Wat hierboven staat geldt weliswaar bij uitstek voor kluizenaars, monniken en slotnonnen, maar, met een andere intensiteit, ook voor katholieke slagers en slagerinnen, accountants, secretaressen en tandartsen. Want zonder een zekere kinderlijke openheid naar God stort elk gebed ter aarde.
Heeft dit alles nog een weerspiegeling in de omgang met de medemens? Zegt Christus immers niet: ‘Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad?’ (Joh.15:12)
Ik denk het wel. In het licht van het voorgaande zou ik dan ook de conclusie willen trekken dat de omgang van katholieken onderling zou moeten uitblinken in eerbied en vertrouwen.
Eerbied: Een ander woord voor eerbied is respect, van het Latijnse respicere, wat omkijken betekent, of acht slaan op, of, vrij vertaald, twee keer kijken. Dat doen we bijvoorbeeld door elkaar als unieke mensen te beschouwen, en elkaar niet rücksichtslos bij stromingen en ‘ismen’ in te delen.
Vertrouwen: Bij ons zou iedereen zich veilig genoeg moeten voelen om met zijn eigen talenten iets bij te dragen aan de majestueuze kathedraal die Katholieke Kerk heet, zonder bij de eerste fout van de steiger te worden gekieperd.
Openheid: Over ons zou men moeten zeggen: ‘Die katholieken, Ziet, hoe zij elkander beminnen‘
Iemand die van de oude Mis houdt is daarom nog geen Lefèbvriaan, en iemand die aarzelt over bijvoorbeeld de seksuele moraal is daarom nog geen aartslinkse acht-mei-ketter.
Het is een onbeleefde gewoonte niet naar elkaar te kijken wanneer je een toost uitbrengt. Het is een zonde om elkaar niet te zien wanneer je samen het Lichaam van Christus deelt…
Nou ja…
vrijdag 8 januari 2010

Uit een nieuwsbericht:
Liturgiam authenticam
In 2001 gaf de Romeinse instructie ‘Liturgiam authenticam’ de opdracht voor een complete herziening van de bestaande vertalingen in de wereldkerk. Met het oog daarop werd op 4 juni 2009 de Bisschoppelijke Commissie voor de Vertaling van Liturgische Teksten in de Nederlandse Taal opgericht. Nederland en Vlaanderen werken hierin samen.
Ben ik de enige die hier de slappe lach van krijgt, of komt dat misschien door mijn kluizenaarsnaïveteit? Enfin, haastige spoed is zelden goed, zullen we maar zeggen.
De heilige Bonifatius: een taaie rakker
zaterdag 14 november 2009

Zoals altijd kwamen er ook deze week weer de nodige mensen aan het hek om intenties op te geven. Eén van hen was een jonge vent die ik sinds kort wat vaker zie. ‘Broeder,’ vroeg hij mij, ‘wat zit er toch achter dat ovalen raampje?’ Hij wees op het venstertje in het Heilig Kruisaltaar. ‘Een stuk van het gebeente van de heilige Bonifatius,’ antwoordde ik hem. Ik zag aan zijn gezicht dat hij even diep moest nadenken.
‘Bonifatius, is dat niet die kerel die de Friezen hebben opgegeten?’
Zoals ik al eerder zei: sommige dingen die om te janken zijn zijn toch ook wel weer om te lachen…
yada-yada-yada, falderalderie, troelala
zaterdag 3 oktober 2009

Ik heb hier de laatste maanden maar weinig geschreven.
Gedeeltelijk komt dat simpelweg omdat ik mijn tijd aan andere dingen heb besteed. Ik heb meer dan anders gelezen (o.a. Jung, Cassianus, Evagrius, Bunge, Ytsma,) en brieven geschreven (op papier, met een pen.) Verder zijn mijn middagen tegenwoordig anderhalf uur korter vanwege de Sacramentsaanbidding (wat een zaligheid, trouwens, vergeleken met aanbidding om 6.30!) en is er ook het gewone gedoe met het bijhouden van kerkhoven, het vermoorden van bereklauwen, het dweilen van vloeren, het omruilen van zakdoeken, het verven van altaren, het stijven van dwalen, het strijken van verkreukelde zwartrokken, enzovoort, enzovoort. Dan heb ik het nog niet over het koorgebed gehad (waarover in het begin van November meer.)
Toch is dat niet alles. De belangrijkste reden dat ik mij hier de afgelopen maanden maar nauwelijks heb gemeld is dat ik, eh, een beetje sprakeloos was.
De reden dat ik weinig schreef was dat ik, eeh, gewoon niet zoveel te zeggen had.
Nu weet ik wel dat al die bytes en bits niks kosten. Het is geen printerinkt of zo. Maar als ik onzin schrijf gaan driehonderd mensen per dag die rotzooi lezen in de hoop iets zinnigs op te doen of minstens een glimlach. En aan het eind van zo’n stukje komen ze dan tot de ontdekking dat ze hun tijd hebben verdaan. Tijd waarin ze ook hadden kunnen koperpoetsen, nagelbijten, krantlezen, rozenkransbidden of gootsteenontstoppen.
Als leuteren net zo duur was als printen zou de wereld beter klinken, denk ik.
Nou ja, vandaar dus.
Dromen en draken…
zondag 30 augustus 2009

Met stijgende verbazing lees ik het gekrakeel rond het luchtkasteel van Laura Dekker. Meiske Dekker is een bakvis van dertien jaar die, zoals past bij haar leeftijd, haar dagen doorbrengt met het rondzweven tussen de gepoederd roze wolken van haar meisjesdromen. Prima!
In haar geval heeft die droomwereld de vorm aangenomen van een reis rond de wereld in een zeilboot. In haar eentje… En niet als ze later groot is, maar nu. Nu kan ze er namelijk een record mee breken: de jongste zeiler ooit om de wereld te ronden!
Op die leeftijd hebben we allemaal rare dromen, en zo hoort het ook. Ik denk aan de mijne nog met genoegen terug.
Dat genoegen zou ik nu nooit hebben gesmaakt als ik destijds de kans zou hebben gekregen mijn puberale wazigheden in de werkelijkheid ten uitvoer te brengen. Kinderdromen hebben immers de neiging om in de dagelijkse realiteit in volwassen draken te veranderen.
Gelukkig had ik een geweldige vader en moeder, die mij van tijd tot tijd liefdevol maar effectief uit de wolken harkten en met beide benen op de grond zetten. (en God weet hoeveel werk ze met mij hebben gehad…)
Dergelijke ouders had ik Laura ook gegund…
En het stevige pak op de broek dat erbij hoort.
Ik ben er uiteindelijk wel bij gevaren…
P.S: Als Laura de kinderbescherming zo gek krijgt om haar te laten gaan (en dat zou me niets verbazen,) wordt haar record dan volgend jaar gebroken door iemand van 11? en dan van 10? En hoeveel daarvan zullen er verzuipen? Ik vraag maar…