Kluis in de steigers

woensdag 23 juni 2010

De grote restauratie van de Warfhuister kluiskerk is alweer zo’n tien jaar geleden. Dat begonnen we te merken aan de goten, de muurplaten en het voegwerk, waarvan we destijds zeiden: ‘Dat kan nog wel even.’ ‘Even’ blijkt ongeveer tien jaar te zijn.

In de eerste week van Juni is de kluis in de steigers gezet, en die zullen niet verdwijnen voor het begin van de bouwvakvakantie. De kapel is gewoon open voor bedevaartgangers (in ieder geval van 9.00 tot 18.00,) maar wel zullen er meer gaten vallen in het getijdenschema dan normaliter. ‘Stille aanbidding,’ bijvoorbeeld,  is een wat merkwaardige oefening temidden van een orkest van boren en frezen.

We hopen na deze drastische operatie weer een hele tijd uit de bouwerij te zijn. Deo volente, natuurlijk.

Over de Warfhuister koorkap

zondag 30 mei 2010

Ik krijg nogal wat vragen over de koorkap die pastoor Wagenaar droeg tijdens de laatste broederschapsbedevaart. Hij valt algemeen in de smaak, zoveel is wel duidelijk. Ik heb de foto uit het voorgaande bericht even hier naartoe overgeheveld:

De vraag die ik steeds weer krijg is: ‘Is deze koorkap speciaal gemaakt voor de kluiskapel? Vanwege de naam ‘Besloten Tuin?’

Het antwoord is: ‘Nee.’ De koorkap is gemaakt voor het capucinessenklooster van Lugano, en is aan de kluis geschonken door vader Gabriël Bunge.

De koorkap is waarschijnlijk gemaakt in de negentiende eeuw, maar de snit en vooral het gebruikte bloemenbrokaat zijn eigenlijk typisch achttiende eeuws.

Dit type koorkappen kun je op Sacramentsdag (aanstaande donderdag in normale katholieke landen) door de straten zien wapperen in alle gebieden die ooit tot het koninkrijk Beieren of het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije hebben behoord. Ruwweg het ‘Kerken-met-uien-gebied,’ zeg maar.

In de achttiende eeuw liet men de barok steeds meer woekeren, alsof gebouwen en voorwerpen niet meer waren gebouwd, gesmeed of geweven, maar uit de grond gegroeid. De stijl die zo ontstond noemt men ‘rococo.’ In de sacrale bouwkunst werd deze stijl vooral toegepast in midden- en oost-Europa (Elders werd de rococo voor kerken te frivool bevonden.)

Hierboven het interieur van de ‘Wieskirche,’ een van de meer extreme voorbeelden van deze kunststijl.

Kenmerken van de rococo zijn dat de versieringen niet langer symmetrisch zijn, dat er veel wordt gespeeld met zogenaamde ‘rocailles,’ dat er op een ingenieuze manier met verborgen ramen en spiegels wordt gewerkt om dramatische lichteffecten te creëren, en dat de holle en bolle vormen en bogen uit de baroktijd fragieler, luchtiger en sierlijker worden.

In deze periode ontwikkelde men ook een grote waardering voor de kunst uit het verre oosten, zoals bijvoorbeeld China. Men bouwde Chinese paviljoens in de tuinen van de paleizen, importeerde (en produceerde voor het eerst ook zelf) porselein en maakte kerkelijke gewaden (zoals koorkappen) van Chinese zijdeweefsels.

Onze Warfhuister Luganese koorkap is een negentiende-eeuwse navolging van een dergelijke koorkap. Die rococo koorkappen zijn namelijk nooit meer uit de mode geraakt. Je kan ze nog zo bestellen in praktisch elk paramentenatelier dat dicht genoeg bij de Donau ligt.

Preek tijdens de Eucharistieviering in de parochiekerk van Wehe den Hoorn op
8 mei 2010 b.g.v. de bedevaart naar Onze Lieve Vrouw van de besloten tuin in Warfhuizen

Onze Lieve Vrouw van de besloten tuin. Dat is de kapel, het kleine heiligdom van Maria in Warfhuizen, waar we, na deze H.Mis, in processie naar toe zullen gaan.

Onze Lieve Vrouw van de besloten tuin, in het Latijn: hortus conclusus, een geliefd thema in de late middeleeuwen in de schilderkunst en op tapisserieën.

We zien Maria – want het heeft altijd betrekking op haar – in een ommuurde tuin met veel bloemen en bij haar staat meestal de eenhoorn.

De bron is het Hooglied in het Oude Testament waar we lezen: een gesloten tuin is mijn zuster bruid, een verzegelde bron (4,12).

Die gesloten tuin is altijd in verband gebracht de Onbevlekte Ontvangenis van Maria, wat, zoals u weet, inhoudt dat Maria vanaf de conceptie in de schoot van haar moeder Anna gevrijwaard was van de erfzonde, verlossing vooraf omdat zij immers God zelf in haar schoot zou dragen. Smetteloos moest zij zijn, een gesloten tuin, een verzegelde bron.

Zo is ook een aanroeping in een Maria litanie, afkomstig uit Loreto, de zogenaamde Lauretaanse litanie, die geheel aan de H.Schrift is ontleend

Hortus conclusus - gesloten tuin

Fons signatus - verzegelde bron

De eenhoorn, die meestal bij Maria in de gesloten tuin staat afgebeeld, is ook aan de H.Schrift ontleend en wordt op verschillende plaatsen in het Oude Testament genoemd. Die zoekt zijn toevlucht in de schoot van de Maagd en heeft de macht met zijn lange spitse hoorn vergiftigde bronnen te zuiveren.

Hij wordt natuurlijk met Christus in verband gebracht – de zuiverheid in het geheel staat centraal. Tota pulchra – o allerschoonste, zo mogen wij dat verstaan.

Het beeld heeft ook iets poëtisch en dat mogen we in deze tijd benadrukken: de schoonheid van ons geloof, want God is ook de Alschone en dat heeft zovele kunstenaars telkens weer geïnspireerd. Maar poëzie is niet alleen lief, zoals de poeziealbums van mijn zusjes vroeger.

Ook vandaag, in deze heerlijke, bloeiende meimaand, gaan we waarschijnlijk door de regen en tenminste onder een donker, dreigend wolkendek naar Maria toe in haar besloten hof.

Een droevige, wenende Maria is zij hier, om wat haar Zoon heeft moeten dóórmaken – had de oude Simeon het haar al niet voorzegd? –, ook om de vele zonden en het vele leed in de wereld dat niet alleen groot is elders in de wereld, maar ook als het onszelf hier treft. Naar wie kun je dan beter gaan dan naar je Moeder, onze hemelse Moeder, die als geen ander zo dicht bij de Heer, bij God zelf, staat.

De Vader heeft ook het lijden van de Zoon niet weggenomen. Zo moeten wij ons kruis dragen, maar met de Heer, die zelf heeft gezegd ‘komt tot Mij die belast en beladen zijt en Ik zal u verkwikken’, en met zijn Moeder Maria aan onze zijde zal het lichter worden, kunnen wij het aan en mogen wij omhoog kijken naar die uitbundige stralende kroon, beeld van de Verrijzenis, de overwinning. Daarom is de wenende Maria ook een blijde want de vreugde is het laatst!

Zo mogen wij ons onder de bescherming van Maria scharen, nu in deze Eucharistieviering, in een blijde wandeling naar haar, beeld van de pelgrimage die ons leven is.

Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht Onze Heilige Moeder van God.

Amen.

Pastoor R. Wagenaar

Over zingen en zingen

woensdag 12 mei 2010

In de muziekwereld heeft de titel ‘kerkmusicus’ tegenwoordig weleens een wat pejoratieve bijklank. Daar moest ik aan denken tijdens de bedevaartsdag van afgelopen zaterdag. Over hoe oneerlijk dat is, welteverstaan. Want als kerkmusicus moet je alles tegelijk kunnen, en wel onder dezelfde druk als een concertmusicus. Alleen hoeft die, als het goed is, alleen maar geweldig mooi te musiceren. Terwijl de kerkmusicus ook nog eens in de gaten moet houden hoever de priester is met de Liturgie, of de volkszang meekomt met de orgelbegeleiding, of het koor klaar staat met de juiste partituur onder de neus.

Dit alles kwam mij weer eens bijzonder helder voor de geest toen ik de foto’s van de processie van zaterdag onder ogen kreeg. Processies zijn namelijk voor de cantores de ingewikkeldste toestanden die je je maar kunt voorstellen. Processies hebben namelijk de neiging musicaal te golven. Voorin wordt iets ingezet, dat langzaam naar de staart van de stoet kabbelt. Daarna komt het tempo van de achterhoede als de branding op een zandstrand teruggeklotst naar het hoofd van de parade. Ergens halverwege…botsen de getijden.

Dit voorkomen is onmogelijk. Wat je wel kunt doen is een vorm van harmonie zien te bereiken. Weliswaar zal de eenheid van het gezang onherroepelijk uiteenvallen in meerdere koren, en er zal altijd een gelijkvloerse kruising zijn waarop alle lichten tegelijk op groen staan. Er moet een punt komen waarop de tegengestelde stromingen elkaar ontmoeten. Maar als je een zeker talent, een zeker fingerspitzengefühl hebt, kun je alles zo sturen dat zelfs een botsing muziek wordt. Een klingelen van duizend belletjes in plaats van een kakofonie van krijsende coupletten.

Ik heb bewondering voor al wie dat kan. Daar moest ik even aan denken bij de foto van de cantores van de Tiltenberg hierboven, en Sander Swezerijenen die achterstevoren loopt om de botsingen te kneden tot belletjes. Dat wordt nog wel wat met die jongens.

Trouwens, even afgezien van processies: zelf kunnen ze ook zingen. Bestel hun laatste CD Hier

(Binnenkort ook te koop in het voorportaal van de Warfhuister kluis)

Tijdens de Warfhuister bedevaart van afgelopen zaterdag droeg ze ‘m voor het eerst: de nieuwe schutsmantel waar al zo lang naar werd uitgezien. Couturier Ramiro Koeiman heeft er enkele maanden aan gewerkt, en hem vrijdagavond overgedragen aan de broederschap. Op de mantel is de ‘Besloten Tuin’ afgebeeld achter een hemelse versie van het clausuurhek zoals dat in de Warfhuister kluis staat (liefhebbers van de kluis zullen de vorm ervan wel herkennen, rechts onder op de mantel.) Allerlei planten en dieren uit het paradijs zijn op de mantel geborduurd en genaaid, alles van gouddraad en parels.

Zaterdag is de mantel tijdens de grote bedevaart ingezegend door plebaan Wagenaar.

(Foto: Rende Zoutewelle)

Warfhuister bedevaart 2010

woensdag 12 mei 2010

De Warfhuister broederschap had afgelopen zaterdag haar traditionele bedevaartsdag. Dit jaar was er erg veel tijd en zorg in de voorbereiding gestoken, ook in verband met de feestelijke zegening van de nieuwe schutsmantel van Maria. Dat was te merken ook! Wat een feestelijke dagen zijn dit toch altijd. En wat een wonder is die hele devotie toch eigenlijk, als je erover nadenkt. Van de Mis heb ik nog geen geschikte foto, maar ik kan er in ieder geval van vertellen dat plebaan Wagenaar de sterren van de hemel preekte over de titel ‘Besloten Tuin’ voor Maria, de geschiedenis ervan en de verbeelding van deze devotie in de kunst.

De processie naar de Bedroefde Moeder van Warfhuizen verlaat Wehe-den Hoorn (Foto: Marjo Antonissen)

Een niet meer zo ongewoon, maar toch nog steeds wonderlijk gezicht: processie over het Groninger Hoogeland. Een ondeugend windje speelt lustig met de vaandels. (Foto: Rende Zoutewelle)

Ritselend gras, klapperende vaandels, vette klei, rammelende rozenkransen en blijde pelgrims. (Foto: Marjo Antonissen)

Bij het begin van het Lof. De Plebaan draagt een barokke koorkap, een geschenk aan de kluis van pater Gabriël Bunge bij deze gelegenheid. (Foto: Marjo Antonissen)

De Bedroefde Moeder van Warfhuizen droeg voor het eerst de prachtige nieuwe schutsmantel van Ramiro Koeiman. Plebaan Wagenaar heeft de mantel aan het begin van het lof ingezegend. (Foto: Rende Zoutewelle)

En tot slot: De zegen met het Allerheiligste. (Foto: Marjo Antonissen)

Zalig Pasen!

zaterdag 3 april 2010

Vandaag, stille zaterdag, was het allesbehalve stil. Stille zaterdag is berucht vanwege het feit dat het, eh, de minst stille zaterdag van het jaar is in de kerk. Op stille zaterdag wordt namelijk de kerk versierd en schoongemaakt voor Pasen. Dit jaar zat ik nogal dun in de vrijwilligers, dus moest ik veel alleen doen. Vanmorgen heb ik alle paarse sluiers van de beelden gehaald, de luiken opengemaakt en de kaarsen vernieuwd. Daarna heb ik eerst de bedroefde moeder omgekleed, en toen begon, vanaf ongeveer 10 uur, het bekende titanenkarwei: bloemschikken. ik was er (met een paar onderbrekingen) om ongeveer 19.00 mee klaar.

Dit jaar waren de vasten, onder andere door de narigheden in de Kerk, geen gemakkelijke tijd. Toch is de voorbereiding op het feest der feesten ook weer niet écht mislukt: ik ben er klaar voor en heb er zin in. En ook jullie wens ik van harte: een zalig Pasen!

Voor de liefhebbers: de foto’s van de kerk. We begonnen met:

En nu is het zo:

Het hoogaltaar:

Even een kort verslagje van het Triduum Sacrum tot nu toe. Dit jaar ben ik voor het eerst in een heel lange tijd met Pasen thuis, in plaats van in Brabant. Dat betekent donkere Metten in de eigen kapel, wat absoluut heerlijk is. Die van Goede Vrijdag werden bijgewoond door een aantal dames uit Amsterdam, die er zich door geen enkel dreigement mijnerzijds (eentonig - maar één monnik die je niet eens ziet zitten - eindeloos en nog eindelozer) van lieten weerhouden om midden in de nacht naar het einde van de wereld te rijden. Ze vonden het, geloof ik, nog een succes ook. Chapeau, dames!

Nu is deze Liturgie - in al haar kaalheid - ook wel van een soort ongenaakbare schoonheid. Je doet er dingen in die je normaal niet in je hoofd zou halen (met als toppunt wel het opzettelijk en ostentatief op de grond smijten van je koorboek als afsluiting van het officie.)

Ook maakt de kapel alles gedaanteverwisselingen die ze hoort te ondergaan in deze tijd dit jaar voor het eerst allemaal door. Even een foto van de Goede Vrijdag:

Een probleem was wel het vinden van een geschikt rustaltaar in een kapel zo klein als deze. Uiteindelijk heb ik dan maar besloten de Heer mijn eigen bedstee in de sacristie af te staan.

Het tabernakel blijft leeg en half open achter, wat een extra rommelig en chaotisch beeld oplevert omdat het een draaitabernakel betreft. Het skelet van de godslamp ademt verval, zo zonder glas…

Goede week…

dinsdag 30 maart 2010

Eén week in het jaar ziet zelfs de Warfhuister kluiskerk er sober uit…

For Matthew Alderman

donderdag 4 februari 2010

+

Warfhuizen, St. John Bosco AD 2010

Dear Matthew,

A long time ago I promised to send you a report on the restoration and redecoration of the chapel and hermitage in Warfhuizen. Because of various reasons this took a while, but I now have ample time to expansively write to you about this process.

In 2001 the old village church in the small village of Warfhuizen, in the northern tip of the Netherlands, was returned to Catholic worship, with the purpose of establishing a hermitage and chapel there. At that time it was virtually a ruin. The roof was threatening to collapse, the clock to fall down, there was no real floor left in the building: it was a spooky place.

The small church originally dates from the thirteenth century, but that doesn’t really show anymore. In the middle of the nineteenth century it had gotten far too small for the village, and the decision was made for a reconstruction which was basically a total rebuilding in a totally different style, specifically for Protestant services.

At that time such buildings were often funded by the state, on the condition that the drawings were okayed - and often even made - by Rijkswaterstaat, the government institution which was originally intended to build dikes and sluices and create new polders. So a unique design developed, which in the Netherlands is often called the ‘waterstaat’ style. It is usually a very basic form of neoclassicism: they wanted to spend as little money as possible, of course. To give you an idea, I include here a picture of the church’s exterior:

Next to refurbishing the building it also had to be redecorated. A hermitage had to be constructed in the last bay, but it especially needed a true Catholic interior. That became a very strange job in itself

The situation in 2001

With all that follows, you must remember well that there was no Benedict XVI yet, and that there was no indication of a possible ‘New Liturgical Movement’. Anything that even smelled too much of tradition, was very much suspect, and the entire project could easily have failed if outsiders had gotten the idea that it was a traditionalist initiative..

So we always strove for ’sacrality’ instead of ‘traditional sacrality’. The joke being, of course, that when the reconstruction was complete, the entire attitude had changed. But by then I had myself a brick people’s altar and a minimalistic ciborium magnum. Subsequentely a devotion and pilgrimage to the Virgin Mary developed, which demanded a totally different atmosphere, and the volunteers began to ‘baroque’ my sharp and modern design. It now looks as if history has had its way with it. And that’s essentially what happened, albeit in ten years instead of a thousand.

Starting point

To give you an idea of the situation that we started with I give you a list and some images.

  • A ‘waterstaat’ style church, partly on thirteenth century foundations. Orientation reversed. Organ loft and entrance in the old sanctuary.
  • Church completely empty, apart from the organ loft and entrance. Two blocks of pews with elements from the 17th, 18th, 19th and 20th centuries, all to be totally overhauled. In the 1960s the organ (including the pipes!) and the pulpit had been painted bright white, the ceiling sky blue and the moldings vanilla yellow. The steps and soundboard had gone into the fire.
  • Tower rebuilt in the middle of the nineteenth century, possibly after the design of its medieval predecessor. Clock from the thirteenth century (Oldest but one in the Netherlands.)
  • All this on the verge of collapse and the rest was just bad.

First stage

During the first stage the building was totally emptied, apart from the organ loft. The organ was emptied, the casing wrapped up. Then the roof was largely replaced, the walls regrouted, etc. By that time the blueprints were just about done.

Blueprints

The hermitage was drawn by an architect from the city of Groningen, Mr. Oving. He had the idea that I should make the design of the church’s interior myself. He would then make usable construction blueprints based on my design.

A classicistic church needs a classicistic interior, but the political situation in the Church made that impossible without wrecking the founding of the hermitage. That is why I was inspired mostly by early medieval churches with a raised sanctuary, a ciborium magnum and clearly demarcated liturgical spaces.

I have drawn a lot, but except for the definitive blueprints, I have almost nothing left of my ’simple scratchings’. I really regret that now. Keep your simple scratchings! Of those I still have, I include one here. They are not very beautiful, but they will do.

The blueprints then. I assume you’ll easily read them, so I’ll just include one here.

To be able to ‘taste’ the final result, we had a model made.

You’ll see that the design was loosely based on early Roman churches from Italy, with a raised sanctuary and crypt underneath. (Of course the model was ‘rough.’ The square openings to the crypt where ment to be built as arches.) The ciborium magnum and the people’s altar would be made from piecework brick, and would be placed atop the altar steps (a total disaster in light of the reform of the reform but, as I mentioned before: here was no sign of that yet. If you told us what would happen in the next ten years, we’d have considered you mad.)

We intended to adapt further decoration to this design, with statues from the ‘Petites soeurs de Bethléhem’ in a Roman styling. The block of pews turned out to include two seventeenth-century pews used by wealthy local families. Those would be restored to their original state, and the Protestant pulpit would also return with reconstructed sound board and steps (to function as ambo.)

The so-called ‘Bossche school’ was also of some influence, especially the church in Odiliapeel, designed by architect De Jong.

This style, developed by Benedictine architect dom Hans van der Laan, is know for its modern simplicity, as well as its sacrality. “If it can’t be traditional, then as holy as possible,’ just about was our motto.

During construction we constantly had to be attentive, since no one had any practical experience in decorating Catholic churches. That is why there were regular last-minute changes, and some enormous mistakes, as these things go. From that time we have the funny little front of the altar with the round window underneath. In hindsight, you don’t really understand why you ever did that.

Anyway, I’ll just include some photos of the progress of construction, to give you an idea.

Pilgrimage, Benedict XVI, Baroque: everything changes

When the church and hermitage were finished, I moved in and continued my religious life in a building that was ‘finished’, and anything but ‘finished’. Choir stalls arrived that seemed to have escaped from some 1970s German trailer, so that had to change. There were no chasubles, no vessels, nothing. You get the idea.

Then a statue of Mary arrived that turned all my original ideas on their heads. A Spanish mother of sorrow in a vivid emotional Baroque, like they carry through the streets of Seville in Holy Week. And lifesize, to boot!

The logical result was that the simple interior was totally overshadowed by that one statue. As soon as it was placed, faithful began to flock to Warfhuizen (an extremely remote village!) especially for the statue. Removing it was out of the question. I suddenly had a small pilgrimage site on my doorstep.

There were a number of able golden-handed volunteers, including the widow of a Russian Orthodox priest, who had golden hands. In the mean time the first signs of a relaxation of the attitude towards tradition began to dawn. And so the decision was made to make the entire church baroque. I did initially fear a kitschy effect, but I dared to take the jump with these people.

I’ll let the photos speak for themselves:

Dear Matthew, I have reached the end of my story. I have a church with a very strange history, but with which I, and many others, are very happy. In hindsight I consider it a sign of the divine providence’s sense of humour. With my ignorance, church politics, protestant domination, monument care and the lack of funds in the way, the Lord has managed to give us a sanctuary where many can get close to Him.

I hope that this little report has entertained you. If you have any questions, you know how to reach me. Please let me know how things are going with your own construction project.

Wishing you God’s richest blessing,

Brother Hugo