Woestijnvadertjes 88 t/m 95 - Agathon 6 t/m Agathon 13 - 25 Juni t/m 1 Juli 2009
maandag 29 juni 2009

25 Juni - Agathon 6 - Er werd gezegd van abba Agathon dat hij een lange tijd bezig was een cel te bouwen met zijn leerlingen. Op het laatst, toen het klaar was, gingen zij daar wonen. Toen hij in de eerste week iets zag dat hem schadelijk leek zei hij tegen zijn leerlingen: ‘Sta op, laten wij van deze plaats weggaan.’ Maar zij waren ontstemd en zeiden: ‘Waarom hebben wij zoveel moeite gedaan om deze cel te bouwen als u toch al van plan was te verhuizen? De mensen zullen aanstoot aan ons nemen en zeggen: “Kijk hun eens, ze verhuizen nu al weer. Wat een labiele figuren!” Hij zag dat zij werden geremd omdat zij timide waren en hij zei tegen hen: ‘Sommigen zullen er misschien aanstoot aan nemen, maar anderen zullen er in tegendeel door gesticht worden en zeggen: “Wat een gezegende mensen zijn zij, dat zij weggaan omwille van God, zonder aan iets anders te denken.” Hoe dan ook, laat eenieder die mee wil gaan, meegaan. Ik voor mij: ik ga.’ Toen wierpen zij zich ter aarde en smeekten hem hun met hem mee te laten gaan.
26 Juni - Agathon 7 - Men zei van hem dat hij vaak vertrok zonder iets anders mee te nemen dan zijn mes om rieten manden mee te maken.
27 Juni - Agathon 8 - Iemand vroeg abba Agathon: ‘Wat is beter, lichamelijke ascese of innerlijke waakzaamheid?’ De oude man gaf hem ten antwoord: ‘De mens is als een boom. De lichamelijke ascese is als het gebladerte, innerlijke waakzaamheid is als de vruchten. Zoals er geschreven staat: “Elke boom die geen goede vruchten voortbrengt zal omgehakt worden en in het vuur worden geworpen (Mat. 3:10) Het is duidelijk dat alle zorg gericht moet zijn op de vruchten, dat wil zeggen, waakzaamheid van de geest. Maar dat vraagt ook de bescherming en schoonheid van het gebladerte, de lichamelijke ascese.’
28 Juni - Agathon 9 - De broeders vroegen hem ook: ‘Wat is van alle goede werken de deugd die de meeste moeite kost?’ Hij antwoordde: ‘Vergeef me, maar ik denk dat er geen werk groter is dan het gebed tot God. Want elke keer als een man wil bidden zullen zijn vijanden, de demonen, dat proberen te verhinderen. Zij weten immers dat zij zijn reis alleen kunnen hinderen door hem van het gebed af te houden. Wat voor goed werk hij ook onderneemt, als hij erin volhardt zal hij rust verwerven. Maar gebed is oorlog tot aan de laatste adem.’
29 Juni - Agathon 10 - Abba Agathon was wijs van geest en daadkrachtig van lichaam. Hij verschafte alles wat hij nodig had voor zichzelf door handwerk: voedsel en kleding.
30 Juni - Agathon 11 - Dezelfde abba Agathon was eens aan het lopen met zijn leerlingen. Een van hen vond een kleine groene erwt op de weg, en zei tegen de oude man: ‘Vader, mag ik die oppakken?’ De oude man keek hem verbaasd aan en zei: ‘Heb jij die daar neergelegd?’ ‘Nee,’ antwoordde de broeder. ‘Hoe dan,’ ging de oude man verder, ‘kun je iets oprapen dat je niet hebt neergelegd?’
1 Juli - Agathon 12 - Een broeder kwam abba Agathon opzoeken en zei tegen hem: ‘Laat mij bij u wonen.’ Onderweg had hij een stuk salpeter gevonden, en het meegenomen. ‘Waar heb je dat salpeter gevonden?’ vroeg de oude man. De broeder antwoordde: ‘Toen ik hierheen kwam vond ik het op de weg en heb het opgeraapt.’ De oude man zei tegen hem: ‘Als je komt om bij mij te leven, hoe kon je dan iets oppakken dat je niet hebt neergelegd?’ Toen stuurde hij hem weg om het terug te leggen waar hij het had gevonden.
Woestijnvadertjes 81 t/m 88 - Arsenios 42 t/m Agathon 5 - 17 t/m 24 Juni 2009
woensdag 17 juni 2009

17 Juni - Arsenios 42 - Abba Daniël vertelde altijd het volgende over hem: ‘Hij wilde nooit antwoorden op vragen over de Schriften, ook al had hij dat heel goed gekund als hij dat had gewild. Ook schreef hij nooit graag een brief. Als hij van tijd tot tijd naar de kerk kwam ging hij achter een pilaar zitten, zodat niemand zijn gezicht kon zien, en hijzelf ook de anderen niet zou opmerken. Zijn verschijning was als die van een engel, zoals de verschijning van Jacob. Zijn lichaam was vol gratie en slank, en zijn baard reikte tot aan zijn middel. Door het vele wenen waren zijn wimpers uitgevallen. Groot van gestalte liep hij gebogen door zijn hoge leeftijd. Hij was vijfennegentig toen hij stierf. Veertig jaar werkte hij in het paleis van Theodosius de Grote, zaliger gedachtenis, die de vader was van de goddelijke Arcadius en Honorius. Daarna leefde hij veertig jaar in de Scetis, tien jaar in Troë boven Babylon (tegenover Memphis) en drie jaar in Canopus bij Alexandrië. De laatste twee jaar keerde hij terug naar Troë, waar hij stierf. Hij beëindigde zijn levensloop in vrede en in de vreze des Heren. Hij was een goed man, vervuld van de Heilige Geest en geloof (Handelingen 11:24.) Hij liet me zijn leren tuniek na, zijn witte haren hemd en zijn sandalen van palmbladeren. Hoewel ik ze onwaardig ben draag ik ze toch, om zijn zegen te verwerven.’
18 Juni - Arsenios 43 - Ook dit vertelde abba Daniël vaak over abba Arsenios: ‘Op een dag riep hij mijn vadertjes, abba Alexander en abba Zoïlus, en om zichzelf te vernederen zei hij tegen hen: “De demonen vallen mij aan, en ik weet niet of zij mij soms niet zullen beroven als ik slaap vannacht. Deel in mijn lijden en houdt de wacht voor het geval ik in slaap val tijdens mijn nachtwake.” Laat op de avond zaten zij daar in stilte, de ene aan zijn rechter- en de ander aan zijn linkerzijde. Mijn vadertjes vertelden: “Wat ons betreft: wij vielen in slaap en werden weer wakker, maar we merkten niet dat hij had gesluimerd. Vroeg in de morgen (God weet of hij het expres deed om ons te laten denken dat hij had geslapen, of dat hij echt had toegegeven aan de slaap,) zuchtte hij drie keer. Toen stond hij meteen op en zei: “Ik heb geslapen, niet?” Wij antwoordden dat wij het niet konden zeggen.
19 Juni - Arsenios 44 - Een paar oude mannen kwamen op een dag naar abba Arsenios en stonden erop hem te ontmoeten. Hij ontving hen. Toen vroegen zij hem een woord over hen die in de eenzaamheid leven zonder iemand te zien. De oude man zei tegen hen: ‘Zolang een jong meisje in het huis van haar vader woont wensen vele jonge mannen haar te trouwen, maar als zij een man genomen heeft bekoort zij niemand meer. Veracht door sommigen, de goedkeuring wegdragend van anderen, geniet zij niet meer de gunsten van vroeger tijden, toen zij een verborgen leven leidde. Zo is het ook met de ziel. Vanaf de dag dat zij getoond wordt aan iedereen, is zij niet meer in staat iedereen te bevredigen.’

20 Juni - Agathon 1 - Abba Peter, de leerling van abba Lot, zei: ‘Toen ik in abba Agathon’s cel was, kwam er op een dag een broeder binnen die tegen hem zei: “Ik wil bij de broeders leven. Zeg me hoe ik bij hen moet verblijven.” De oude man antwoordde hem: “Bewaar alle dagen van je leven de geestestoestand van de vreemdeling die je hebt op de eerste dag dat je je bij hen aansluit, om niet te gemeenzaam met hen te worden.” Abba Makarios vroeg: “En wat komt uit deze gemeenzaamheid voort?” De oude man antwoordde: “Zij is als een sterke, brandende wind. Elke keer als die opsteekt vliegt alles meegesleurd voor haar uit, en zij vernietigt de vruchten aan de bomen.” Abba Makarios zei dus: “Is al te vrij spreken werkelijk zo slecht?” Abba Agathon zei: “Geen drift is slechter dan een ongecontroleerde tong, want die is de moeder van alle driften. Zodoende moet de goede werkman haar niet gebruiken, zelfs niet als hij als een eenzaat in een cel leeft. Ik ken een broeder die een lange tijd in zijn cel doorbracht en een klein bed gebruikte. Hij zei: “Ik zou mijn cel hebben verlaten en niet geweten hebben van het kleine bed als niemand mij ervan had verteld.” Het is de hardwerkende monnik die een krijger is.
21 Juni - Agathon 2 - Abba Agathon zei: ‘Onder geen beding mag een monnik zijn geweten toestaan hem van iets te beschuldigen.’
22 Juni - Agathon 3 -Hij zei ook: ‘Tenzij hij de geboden van God onderhoudt kan een man geen voortgang maken, nog niet in een enkele deugd.’
23 Juni - Agathon 4 -Hij zei ook: ‘Ik ben nog nooit gaan slapen met een grief tegen een ander, en voor zover dat in mijn macht lag heb ik ook nog nooit een ander naar bed laten gaan met een grief tegen mij.’
24 Juni - Agathon 5 -Er werd over abba Agathon gezegd dat enkele monniken hem kwamen opzoeken omdat zij hadden horen vertellen over zijn grote onderscheidingsvermogen. Omdat zij wilden zien of hij zijn zelfbeheersing zou verliezen zeiden zij tegen hem: ‘Ben jij niet die Agathon waarvan ze zeggen dat hij een hoereerder is en een trots man?’ ‘Ja, dat is zó waar,’ antwoordde hij. Zij hernamen: ‘Ben jij niet die Agathon die altijd onzin verkoopt?’ ‘Dat ben ik.’ Opnieuw spraken zij: ‘Ben jij niet Agathon de ketter?’ Maar daarop antwoordde hij: ‘Ik ben geen ketter.’ Zij vroegen hem dus: ‘Vertel ons waarom je alles wat we je voor de voeten wierpen aannam, maar deze laatste belediging van je wierp?’ Hij antwoordde: ‘De eerste beschuldigingen nam ik aan, want dat is goed voor mijn ziel. Maar ketterij is scheiding van God. Ik wil niet gescheiden worden van God.’ Op dit gezegde waren zij verbaasd over zijn onderscheidingsvermogen, en zij keerden gesticht terug.
Dagelijks plaats ik hier de woestijnvadertekst die ik deze dag voor de Lectio Divina gebruik. Ik ben niet van plan voortdurend commentaar erbij te gaan leveren, de teksten spreken meestal voor zichzelf. Als er echter onbegrijpelijke woorden of iets dergelijks in staan hoor ik het graag.
Woestijnvadertjes 73 t/m 80 - Arsenios 35 t/m 42 - 10 t/m 16 Juni 2009
donderdag 11 juni 2009

10 Juni - Arsenios 35 - Hetzelfde vadertje zei: ‘Op een dag riep abba Arsenios mij en zei: ‘Wees een troost voor je vader, zodat hij, wanneer hij naar de Heer gaat, voor je zal bidden opdat de Heer goed voor jou zal zijn als het jouw beurt is.’
11 Juni - Arsenios 36 - Het volgende werd gezegd over abba Arsenios: toen hij een keer ziek was in de Scetis kwam de priester om hem mee te nemen naar de kerk. Hij legde hem op een bed en legde een klein kussen onder zijn hoofd. En zie, een oude man kwam hem bezoeken en zag hem in bed liggen met een klein kussen onder zijn hoofd. Hij was geschokt en zei: ‘Is dit echt abba Arsenios, deze man die hier zo neerligt?’ De priester nam hem terzijde en zei tegen hem: ‘wat was jouw taak in het dorp waar je woonde?’ ‘Ik was een herder,’ antwoordde hij. ‘En hoe leefde je?’ ‘Ik had een erg hard leven.’ Toen zei de priester: ‘En hoe leef je nu in je cel?’ ‘Ik heb het nu gemakkelijker,’ antwoordde de ander. Toen zei hij tot hem: ‘Zie je deze abba Arsenios?’ Toen hij in de wereld was, was hij de vader van de keizer, omringd door duizenden slaven met gouden gordels aan, allemaal in gouden halskettingen en gewaden van zijde. Onder hem werden rijke kleden uitgespreid. Toen jij in de wereld leefde als herder had je nog niet eens de gemakken die je nu hebt, maar hij is verstoken van zijn verfijnde leven dat hij had in de wereld. Jij wordt dus getroost, maar hij lijdt.’ Op deze woorden werd de oude man vervuld van berouw, wierp zich ter aarde en zei: ‘Vader, vergeef me, want ik heb gezondigd. Werkelijk, de weg die deze man volgt is de weg van de waarheid, want die leidt naar nederigheid, terwijl de mijne leidt naar vertroosting. Zo ging de oude man gesticht heen.
12 Juni - Arsenios 37 - Een vadertje ging abba Arsenios eens een bezoek brengen. Toen hij op de deur klopte deed de oude man open, omdat hij dacht dat het zijn dienaar was. Toen hij echter zag dat het iemand anders was, viel hij ter aarde met zijn gezicht op de grond. De ander zei tegen hem: ‘Sta op, vader, zodat ik u kan begroeten,’ maar de oude man antwoordde: ‘Ik zal niet opstaan tot u bent weggegaan,’ en ondanks veel aandringen kwam hij niet overeind tot de ander was vertrokken.
13 Juni - Arsenios 38 - Het volgende werd gezegd over een broeder die abba Arsenios in de Scetis kwam bezoeken. Toen hij bij de kerk kwam, vroeg hij de geestelijkheid of hij abba Arsenios kon bezoeken. Zij zeiden tegen hem: ‘broeder, gebruik een kleine verfrissing en ga dan naar hem toe. ‘Ik zal niets eten,’ zei hij, ‘tot ik hem heb gezien.’ Omdat Arsenios’ cel ver weg was, stuurden zij een broeder met hem mee. Zij klopten op de deur, gingen binnen, begroetten de oude man en gingen zitten zonder iets te zeggen. Toen zei de broeder van de kerk: ‘Ik ga nu, bid voor mij.’ De bezoekende broeder nu, die zich niet op zijn gemak voelde bij de oude man, zei: ‘Ik ga mee,’ en zij gingen samen weg. Toen vroeg de bezoeker: ‘Breng me naar abba Mozes, die eens een rover was.’ Toen zij aankwamen ontving het vadertje hen met blijdschap en nam met vreugde afscheid van hen. De broeder die de ander haf begeleid zei tegen zijn metgezel: ‘Zie, ik heb je gebracht naar de vreemdeling en naar de Egyptenaar. Welk van de twee staat je het meeste aan?’ ‘Wat mij betreft,’ antwoordde hij, ‘Ik heb de Egyptenaar liever.’ Nu hoorde een vadertje dit en hij bad tot God, zeggende: ‘Heer, verklaar mij deze zaak: Omwille van uw Naam vlucht de een weg van de mensen, en de ander, ook omwille van uw Naam, ontvangt hen met open armen.’ Toen werden hem twee grote schepen op een rivier getoond, en hij zag abba Arsenios in de ene, varend met de Geest van God, in volmaakte vrede, en abba Mozes in de andere met de engelen van God, en zij aten allen honinggebak.’
14 Juni - Arsenios 39 - Abba Daniël zei: ‘Toen hij ging sterven zond abba Arsenios ons deze boodschap: ‘Doe geen moeite om offers voor mij te brengen, want werkelijk, ik heb een offer voor mijzelf gebracht en ik zal het terugvinden.’
15 Juni - Arsenios 40 - Toen abba Arsenios op het punt stond te sterven waren zijn leerlingen bezorgd. Hij zei tegen hen: ‘De tijd is nog niet gekomen. Wanneer die komt, zal ik het jullie zeggen. Maar als jullie ooit mijn overblijfselen aan iemand zullen geven, zullen wij geoordeeld worden voor de verschrikkelijke rechterstoel. Zij zeiden tegen hem: ‘Wat zullen wij doen? Wij weten niet hoe wij iemand moeten begraven.’ De oude man zei tegen hen: ‘Weet je niet hoe je een touw aan mijn voeten moet knopen en mij naar de berg moet slepen?’ De oude man was gewoon tegen zichzelf te zeggen: ‘Arsenios, waarom heb je de wereld verlaten? Ik heb vaak betreurd gesproken te hebben, maar nooit te hebben gezwegen.’ Toen zijn dood naderbij kwam zagen de broeders hem wenen, en zij zeiden tegen hem: ‘Werkelijk, vader, bent ook u bang?’ ‘Inderdaad,’ antwoordde hij hen, ‘De angst die ik heb in dit uur is altijd bij mij geweest sinds ik monnik ben geworden. Daarop viel hij in slaap.
16 Juni - Arsenios 41 - Het werd van hem gezegd dat hij een holte in zijn borst had die was uitgeslepen door de tranen die zijn hele leven uit zijn ogen kwamen als hij aan zijn handwerk zat. Toen abba Pimen hoorde dat hij dood was, zei hij wenend: ‘Werkelijk, je bent gezegend, abba Arsenios, want jij weende om jezelf in deze wereld. Hij die niet weent om zichzelf in deze wereld zal eeuwig wenen hierna; daarom is het onmogelijk niet te wenen, hetzij vrijwillig of gedwongen door het lijden.
Dagelijks plaats ik hier de woestijnvadertekst die ik deze dag voor de Lectio Divina gebruik. Ik ben niet van plan voortdurend commentaar erbij te gaan leveren, de teksten spreken meestal voor zichzelf. Als er echter onbegrijpelijke woorden of iets dergelijks in staan hoor ik het graag.
Woestijnvadertjes 65 t/m 72 - Arsenios 27 t/m 34 - 2 t/m 9 Juni 2009
donderdag 4 juni 2009

2 Juni - Arsenios 27 - Een broeder kwam naar de cel van abba Arsenios in de Scetis. Terwijl hij wachtte buiten de deur zag hij de oude man geheel als een vlam (de broeder was dit gezicht waardig.) Toen hij klopte kwam de oude man naar buiten en zag de verwondering van de broeder. Hij zei tegen hem: ‘Stond je al lang te kloppen? Heb je hier iets gezien?’ De ander antwoordde: ‘nee.’ Toen sprak hij zodoende met hem en zond hem heen.
3 Juni - Arsenios 28 - Toen abba Arsenios in Canopus woonde, kwam er uit Rome een zeer rijke en godvrezende maagd om hem te bezoeken. Toen aartsbisschop Theophilus haar ontmoette vroeg zij hem de oude man over te halen haar te ontvangen. Hij ging dus en vroeg het hem met de volgende woorden: ‘Een zeker persoon van senatoriale rang is uit Rome gekomen en wenst u te zien.’ De oude man weigerde haar te ontmoeten. Maar toen de aartsbisschop het jonge meisje dit vertelde, gaf zij opdracht het lastdier te zadelen terwijl zij zei: ‘Ik vertrouw op God dat ik hem zal zien, want ik ben niet gekomen om een man te zien (daarvan zijn er genoeg in onze stad,) maar een profeet.’
Toen zij was aangekomen bij de cel van de oude man, was hij, door een beschikking van God, buiten. Toen zij hem zag wierp zij zich aan zijn voeten neer. Woedend tilde hij haar overeind, en zei terwijl hij haar onophoudelijk aankeek: ‘Als je mijn gezicht moet zien; hier is het, kijk!’ Zij was overdekt met schaamte en keek niet naar zijn gezicht. Toen zei de oude man tegen haar: ‘Heb je niet horen spreken over mijn manier van leven? Dat zou gerespecteerd moeten worden. Hoe durf je een dergelijke reis te maken? Realiseer je je niet dat je een vrouw bent en niet zomaar overal heen kunt gaan? Of is het opdat je, als je terug in Rome bent, tegen de andere vrouwen kan zeggen: ‘Ik heb Arsenios gezien?’ Dan zullen ze de zee in een drukke verkeersweg veranderen voor vrouwen die mij willen zien.’ Zij zei: ‘Moge het de Heer behagen, ik zal niemand hier laten komen; maar bid voor mij en gedenk mij altijd.’ Maar hij antwoordde haar: ‘Ik bid God om elke herinnering aan jou uit mijn hart te verwijderen.’ Zij was ontdaan toen zij deze woorden hoorde en vertrok. Toen zij teruggekeerd was in de stad werd zij door haar verdriet ziek, getroffen door de koorts, en de gezegende aartsbisschop Theophilus werd ervan op de hoogte gesteld dat zij ziek was. Hij kwam haar opzoeken en vroeg haar hem te vertellen wat er aan de hand was. Zij zei tegen hem: ‘Was ik er maar niet naartoe gegaan! Want ik vroeg de oude man mij te gedenken, en toen zei hij: ‘‘Ik bid God om elke herinnering aan jou uit mijn hart te verwijderen.” Nu sterf ik dus van verdriet.’ De aartsbisschop zei tegen haar: ‘Realiseer je je niet dat je een vrouw bent, en dat het door vrouwen is dat de vijand oorlog voert tegen de heiligen?Dat is de verklaring voor de woorden van de oude man. Maar wat je ziel betreft; hij zal er onophoudelijk voor bidden.’ Toen werd haar geest genezen en zij keerde blij terug naar huis.
4 Juni - Arsenios 29 - Abba David vertelde het volgende over abba Arsenios: Op een dag kwam er een magistraat die het testament van een senator met zich meebracht, een lid van zijn [Arsenios] familie die hem een zeer grote erfenis had nagelaten. Arsenios nam het en stond op het punt het te vernietigen. Maar de magistraat wierp zich voor zijn voeten neer en zei: ‘Ik smeek u, vernietig het niet, anders zullen ze mijn hoofd afhakken.’ Abba Arsenios zei tegen hem: ‘Maar ik was al dood lang voor deze senator die net gestorven is,’ en hij gaf het testament aan hem terug zonder iets aan te nemen.
5 Juni - Arsenios 30 - Ook werd van hem gezegd dat hij op zaterdagavonden, terwijl hij zich voorbereidde op de glorie van zondag, zijn rug naar de zon keerde en zijn handen in gebed uitstrekte naar de hemel, tot de zon weer op zijn gezicht scheen. Dan ging hij zitten.
6 Juni - Arsenios 31 - Het werd gezegd van abba Arsenios en abba Theodoor van Pherme dat zij, meer dan wie ook, een hekel hadden aan de bewondering van andere mensen. Abba Arsenios ontving niet gemakkelijk mensen, terwijl abba Theodoor als van staal werd als hij iemand ontmoette.
7 Juni - Arsenios 32 - In de dagen dat Abba Arsenios in Neder-Egypte woonde werd hij voortdurend gestoord, en zodoende achtte hij het juist om zijn cel te verlaten. Zonder iets mee te nemen ging hij naar zijn leerlingen in Pharan, Alexander en Zoïlus. Hij zei tegen Alexander: ‘Sta op en stap in de boot,’ en die deed dat. En hij zei tegen Zoïlus: ‘Kom met mij mee tot aan de rivier en zoek een boot voor mij om mee naar Alexandrië te gaan; stap dan op en voeg je bij je broeder.’ Zoïlus maakte zich zorgen over deze woorden maar zei niets. Zo scheidden hun wegen. De oude man zakte af naar de omgeving van Alexandrië, waar hij ernstig ziek werd. Zijn leerlingen zeiden tegen elkaar: ‘Misschien heeft een van ons de oude man geïrriteerd, en is dat de reden dat hij van ons is weggegaan?’ Maar zij konden niets bedenken wat zij zich zouden kunnen verwijten en ook geen ongehoorzaamheid. Toen hij beter was, zei de oude man: ‘Ik keer terug tot mijn vaderen.’ Terwijl hij weer stroomopwaarts reisde kwam hij in Petra waar zijn leerlingen waren. Terwijl hij dicht bij de rivier was, kwam er een klein Etiopisch slavenmeisje en raakte zijn schapenvel aan. De oude man gaf haar een reprimande, en zij antwoordde: ‘Als je een monnik bent, ga dan naar de berg.’ Alexander en Zoïlus troffen hem daar. Toen, terwijl zij zich aan zijn voeten wierpen, viel ook de oude man met hen neer en samen weenden zij. De oude man zei tegen hen: ‘Hebben jullie gehoord dat ik ziek was?’ ‘Ja,’ antwoordden zij. Hij vervolgde: ‘Waarom zijn jullie mij dan niet komen opzoeken?’ Abba Alexander zei: ‘Uw vertrek van ons heeft ons geen goed gedaan, en velen zijn er niet door gesticht. Zij zeiden: “Als zij de oude man niet ongehoorzaam waren geweest, zou hij niet van hen zijn weggegaan.” Abba Arsenios zei: ‘Aan de andere kant zullen zij nu zeggen: “Toen de duif geen plaats kon vinden om te rusten, keerde hij naar Noach in de ark terug.” Zo zagen zij alles onder ogen en zij bleven bij hem tot aan zijn dood.
8 Juni - Arsenios 33 - Abba David zei: ‘Abba Arsenios vertelde ons het volgende alsof het over iemand anders ging, maar in feite ging het over hemzelf. Een oude man zat in zijn cel en er kwam een stem tot hem die hem zei: “Kom, en ik zal je de werken van de mens laten zien.” Hij stond op en volgde. De stem leidde hem naar een zekere plaats en toonde hem een Ethiopier die hout aan het hakken was en een grote stapel maakte. Hij ploeterde om die te kunnen dragen, maar het was vergeefs. Maar in plaats van wat van de stapel af te halen hakte hij nog meer hout en voegde er nog aan toe. Hij deed dat zo een hele tijd achter elkaar. Toen hij een eindje verder ging werd de grijsaard een man getoond die aan de oever van een meer stond. Hij schepte water en goot het in een kapot vat, zodat het terug het meer in liep. Toen zei de stem tegen de oude man: “Kom, en ik zal je wat anders laten zien.” Hij zag een tempel, en twee mannen te paard tegenover elkaar die een stuk hout dwars vasthielden. Zij wilden binnengaan door de deur, maar slaagden daar niet in omdat zij hun stuk hout dwars vasthielden. Geen van hen wilde de ander voor laten gaan om het stuk hout recht te krijgen; zodoende bleven zij buiten de deur. De stem zei tegen de oude man: “Deze mannen dragen het juk van de rechtschapenheid met trots, en zij verootmoedigen zich niet om zich te beteren en de nederige weg van Christus te gaan.” De man die houthakt is degene die in vele zonden leeft, en in plaats van berouw te hebben voegt hij steeds meer fouten aan zijn zonden toe. Degene die het water schept is degene die goede daden doet, maar omdat hij die vermengt met slechte daden bederft hij zelfs de goede. Zo moet eenieder waken over zijn daden, anders werkt hij vergeefs.”
9 Juni - Arsenios 34 - Dezelfde abba vertelde over een paar vaders die op een dag uit Alexandrië kwamen om abba Arsenios te zien. Onder hen was de bejaarde Timotheüs, aartsbisschop van Alexandrië en bijgenaamd de arme. Hij weigerde hen te ontvangen, omdat hij bang was dat anderen hen zouden volgen en hem storen. In die dagen woonde hij in Petra van Troë. Zi gingen dus terug met een vervelend gevoel. Nu kwam er een Barbaarse invasie, en de oude man ging in Neder-Egypte wonen. Toen zij dit hoorden kwamen zij opnieuw om hem te ontmoeten, en hij ontving hen met vreugde. De broeder die bij hen was zei tegen hem: ‘Abba, weet u niet dat wij kwamen om u te zien in Troë en dat u ons niet wilde ontvangen?’ De oude man zei tegen hem: ‘Jij hebt brood gegeten en water gedronken, maar werkelijk, mijn zoon, ik heb water noch brood geproefd, noch ook neergezeten tot ik dacht dat jullie weer thuis waren, om mijzelf te straffen omdat jullie je door mij hadden geërgerd. Maar vergeef me, mijn broeders.’ Zo gingen zij vertroost heen.
Dagelijks plaats ik hier de woestijnvadertekst die ik deze dag voor de Lectio Divina gebruik. Ik ben niet van plan voortdurend commentaar erbij te gaan leveren, de teksten spreken meestal voor zichzelf. Als er echter onbegrijpelijke woorden of iets dergelijks in staan hoor ik het graag.
Woestijnvadertjes 64 - Arsenios 26 - 1 Juni 2009
dinsdag 2 juni 2009

Arsenios 26 - Abba Daniël zei dat enkele broeders voostelden naar de Thebaïde te gaan om wat vlas te halen. Zij zeiden: ‘Laten we van de gelegenheid gebruik maken om abba Arsenios te bezoeken.’ Dus kwam abba Alexander om de oude man te zeggen: ‘Enkele broeders die uit Alexandrië zijn gekomen willen u zien.’ ‘Vraag ze waarom ze zijn gekomen,’ antwoordde de oude man. Toen hij vernomen had dat zij onderweg waren naar de Thebaïde om vlas te zoeken vertelde hij dat aan de oude man, die zei: ‘Zij zullen zeker het gezicht van Arsenios niet zien, want zij zijn niet voor mij gekomen, maar vanwege hun werk. Laat ze rusten en zend hen heen in vrede. Zeg ze dat de oude man hen niet kan ontvangen.
Dagelijks plaats ik hier de woestijnvadertekst die ik deze dag voor de Lectio Divina gebruik. Ik ben niet van plan voortdurend commentaar erbij te gaan leveren, de teksten spreken meestal voor zichzelf. Als er echter onbegrijpelijke woorden of iets dergelijks in staan hoor ik het graag.
Woestijnvadertjes 63 - Arsenios 25 - 31 Mei 2009
dinsdag 2 juni 2009

Arsenios 25 - Op een dag kwam Abba Arsenios op een plaats waar riet stond te wuiven in de wind. De oude man zei tegen de broeders: ‘Wat is dat voor beweging?’ ‘Riet,’ zeiden zij. Toen zei de oude man tegen hen: ‘Als iemand die leeft in stil gebed het lied van een kleine spreeuw hoort, ervaart zijn hart niet langer dezelfde vrede. Hoeveel erger is het als je de beweging van dat riet hoort.’
Dagelijks plaats ik hier de woestijnvadertekst die ik deze dag voor de Lectio Divina gebruik. Ik ben niet van plan voortdurend commentaar erbij te gaan leveren, de teksten spreken meestal voor zichzelf. Als er echter onbegrijpelijke woorden of iets dergelijks in staan hoor ik het graag.
Woestijnvadertjes 62 - Arsenios 24 - 30 Mei 2009
dinsdag 2 juni 2009

Arsenios 24 - Een andere keer zei abba Arsenios tegen abba Alexander: ‘Als je je palmbladeren hebt gesneden, kom dan en eet met mij. Maar als er bezoekers komen, eet dan met hen.’ Nu werkte abba Alexander langzaam en zorgvuldig. Toen het tijd was had hij zijn palmbladeren nog niet klaar, en omdat hij de aanwijzingen van de oude man wilde opvolgen, wachtte hij totdat hij ze had voltooid. Toen abba Arsenios zag dat hij laat was, at hij, in de veronderstelling dat hij [Alexander] gasten had. Maar abba Alexander, eindelijk klaar, kwam tevoorschijn, en de oude man zei tegen hem: ‘Heb je bezoek gehad?’ ‘Nee,’ zei hij. ‘Waarom kwam je dan niet?’ De ander antwoordde hem: ‘Je zei me te komen als ik de palmbladeren gesneden had, en zodoende volgde ik je aanwijzingen en kwam niet, omdat ik nog niet klaar was.’ De oude man verwonderde zich over zijn zorgvuldigheid en zei tegen hem: ‘Breek je vasten onmiddellijk om de synax zonder zorgen te vieren. En drink wat water, anders zal je lichaam spoedig lijden.’
Dagelijks plaats ik hier de woestijnvadertekst die ik deze dag voor de Lectio Divina gebruik. Ik ben niet van plan voortdurend commentaar erbij te gaan leveren, de teksten spreken meestal voor zichzelf. Als er echter onbegrijpelijke woorden of iets dergelijks in staan hoor ik het graag.
Woestijnvadertjes 61 - Arsenios 23 - 29 Mei 2009
dinsdag 2 juni 2009

Arsenios 23 - Abba Daniël, de discipel van abba Arsenios, verhaalde als volgt: ‘Op een dag was ik in de buurt van abba Alexander, en hij was vol van smarten. Hij lag terneer en staarde in de lucht vanwege zijn verdriet. Nu gebeurde het dat de gezegende Arsenios kwam om met hem te spreken, en hem terneer zag liggen. Tijdens hun gesprek zei hij tegen hem: ‘En wie was de leek die ik hier zag?’ Abba Alexander zei: ‘Waar zag u hem?’ Hij zei: ‘Terwijl ik afdaalde van de berg wierp ik een blik in de richting van de grot, en ik zag een man geheel uitgestrekt neerliggen terwijl hij naar de lucht keek.’ Abba Alexander verootmoedigde zich en zei: ‘Vergeef me, dat was ik. Ik was overmand door verdriet.’ De oude man zei tegen hem: ‘Welnu, dus dat was jij?’ Goed; ik dacht dat het een leek was, en daarom vroeg ik het jou.’
Dagelijks plaats ik hier de woestijnvadertekst die ik deze dag voor de Lectio Divina gebruik. Ik ben niet van plan voortdurend commentaar erbij te gaan leveren, de teksten spreken meestal voor zichzelf. Als er echter onbegrijpelijke woorden of iets dergelijks in staan hoor ik het graag.
Woestijnvadertjes 60 - Arsenios 22 - 28 Mei 2009
donderdag 28 mei 2009

Arsenios 22 - Abba Markos vroeg abba Arsenios: ‘Is het goed om niets extra’s te hebben in de cel? Ik ken een broeder die wat groenten had, en hij heeft ze uitgetrokken.’ Abba Arsenios antwoordde: ‘Dat is ongetwijfeld goed, maar het moet worden gedaan naar iemands vermogen. Want als hij voor een dergelijke praktijk de kracht mist zal hij snel andere [groenten] planten.’
Dagelijks plaats ik hier de woestijnvadertekst die ik deze dag voor de Lectio Divina gebruik. Ik ben niet van plan voortdurend commentaar erbij te gaan leveren, de teksten spreken meestal voor zichzelf. Als er echter onbegrijpelijke woorden of iets dergelijks in staan hoor ik het graag.
Woestijnvadertjes 59 - Arsenios 21 - 27 Mei 2009
woensdag 27 mei 2009

Arsenios 21 - Er werd van hem gezegd dat zijn cel tweeëndertig mijl verwijderd was, en dat hij die niet snel verliet. In feite deden anderen zijn boodschappen. Toen de Scetis werd verwoest vertrok hij huilend en zei: ‘De wereld heeft Rome verloren, en de monniken de Scetis.’
Dagelijks plaats ik hier de woestijnvadertekst die ik deze dag voor de Lectio Divina gebruik. Ik ben niet van plan voortdurend commentaar erbij te gaan leveren, de teksten spreken meestal voor zichzelf. Als er echter onbegrijpelijke woorden of iets dergelijks in staan hoor ik het graag.