Geruis uit de Kluis

De gunstige tijd…

Zet geen sjachrijnig gezicht op, als je gaat vasten, zegt de Heer. De laatste jaren vraag ik me steeds vaker af waarom je dat überhaupt zou moeten doen. De vasten zijn geen tijd om met gebogen hoofd te ondergaan. Meer en meer krijg ik het vermoeden dat deze veertig dagen juist uitnodigen om het leven met meer tederheid tegemoet te treden.

Ja, dit is een tijd om onze smerigheid in de ogen te kijken.

Ja, dit is een tijd om onze gemakzucht te bevechten.

Ja, dit is een tijd om – desnoods met een beetje geweld – onze vaak zo kleverige misselijke gewoontes van onze ziel te trekken.

Maar het resultaat van al die inspanning zou juist moeten zijn dat we al die dingen dan ook – minstens voor een stukje – achter ons mogen laten. Niet omdat we ons ervan af hebben gevochten. Dat lukt bijna nooit. Juist op het moment dat we tot het besef komen dat we daar zelf niet toe in staat zijn, juist op het moment dat we moeten erkennen dat we zwak en krakkemikkig zijn, juist dan kan ons de genade overvallen. We hoeven niet meer te ontkennen, te verbergen, goed te praten, allemaal dingen die doodvermoeiend zijn, net als de zonde zelf.

De grond van de zaak is immers niet dat we niet mogen kwaadspreken, liegen, zeuren en hoereren. De grond van de zaak is dat we al die dingen niet hoeven. Niemand vindt ze namelijk eigenlijk echt van harte leuk of gelooft werkelijk dat hij er gelukkiger van wordt. Zonde is slavenwerk.

Maakt dat het hele gebeuren gemakkelijk, een tripje in het park? Nee: het vergt wel degelijk moed om onze verrotting aan de Dokter te tonen en Hem zodanig te leren vertrouwen dat we Hem onze zere plekken aan laten raken.

Maar dan is er ook een nieuw begin. Vasten doen we niet voor niets in de lente!

Versterking van het broederschapsteam: Dennis van der Beek (18) en Erik Wories (17)

Namens de broederschap:

We hebben er twee broedermeesters (zo heten de bobo’s van broederschappen) bij, en wel Dennis van der Beek en Erik Wories. Waarschijnlijk zijn zij de jongste broedermeesters van Nederland, en dat komt ons precies goed uit. Dennis en Erik zullen zich namelijk bezighouden met de jongerenactiviteiten van de broederschap. Ook zullen zij vanaf nu namens de broederschap de contacten met het jongerenplatform van het bisdom Groningen-Leeuwarden onderhouden.

Erik en Dennis zijn alle twee volwassen katholieken die de afgelopen jaren hebben bewezen dat je als jongere allerminst een wereldvreemd ei hoeft te zijn om je religie serieus te nemen. Daarnaast staan beiden bekend als gangmakers, en dat moet ook. Bedevaarten zijn immers altijd ook feestjes en ook bij processies is het belangrijk dat de gang erin blijft.

Wij wensen Erik en Dennis veel succes en plezier bij hun nieuwe uitdaging!

Op deze foto staan ze toevallig alle twee, Erik op de voorgrond en Dennis daarachter met broeder Hugo.

Houd mij niet vast

Als kleine handreiking in verband met een ontmoeting vandaag herplaats ik hier een stukje uit het oude ‘Geruis uit de kluis,’ uit 2008. De directe aanleiding was toen een reportage over de ontmoeting tussen Andries Knevel en Boele Ytsma (in die tijd de ‘apostel van de twijfel,’ tegenwoordig de ‘apostel van het groenvoer’) die ik had gezien. Volgens mij had Boele iets meegemaakt dat vergelijkbaar was met mijn eigen ervaringen, maar ik durfde toen al niet te pretenderen dat ik in zijn ziel kon schouwen. Dat durf ik nog steeds niet, zodoende moet het volgende los worden gezien van die uitzending. Dit gaat puur over mijn eigen ervaringen.

2008

Aan het begin van deze advent speelt mij weer eens een thema door het hoofd dat mij met enige regelmaat bezighoudt: het sterven en verrijzen van ons geloof. Misschien dat sommigen van jullie daar vreemd tegenaan kijken, maar ik denk dat iedereen die serieus met geloven bezig is wel begrijpt wat ik ermee bedoel.

Inderdaad: ons geloof moet, net als de Heer zelf gedaan heeft, sterven en verrijzen, anders verandert het in beton en drukt ons terneer, het verandert in een gesneden beeld, het verandert in afgodendienst. De momenten dat je ‘geloof sterft’ zijn de angstigste maar ook de meest vruchtbare momenten in het leven van een gelovige. Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft brengt zij geen vruchten voort…

Natuurlijk loopt dit niet altijd goed af. De sleutel is de nederigheid die niemand ooit werkelijk bezit, maar die velen van ons gelukkig soms mogen lenen. Als je geloof sterft is het van levensbelang dat je de neiging tot verzet, de hoogmoedige neiging naar autonomie, het God zelf willen zijn, overwint.

Nederigheid en godsvertrouwen horen namelijk bij elkaar. Wie hoogmoedig wordt en meer op de hersenspinsels van zijn eigen ‘wijsheid’ vertrouwt dan op God, hij zal zijn geloof verliezen. Het sterft en staat niet (vanzelf) meer op. Hetzelfde geldt voor mensen die hun geloof niet láten sterven, die zich vastklampen aan hun verdorde, versteende geloof. Na lange of korte tijd verkruimelt het als de reus met de lemen voeten, en ze blijven met lege handen achter.

Hoe kan dat: je geloof laten sterven terwijl je toch op God blijft vertrouwen?

Als al die dingen die heilig leken, maar eigenlijk bouwsels van je eigen verbeelding waren, beginnen te wankelen, treedt er een reflex van overgave aan God op die recht op de kern afgaat met weglating van alle constructen. Persoonlijk geloof ik dat deze reflex ingeschapen is, maar wel mede wordt gevormd door je opvoeding en levenswijze. Wat sterft in het hele proces is niet de kern van het geloof, de sprakeloze intieme band die jou aan God bindt (al wordt die wel volkomen onzichtbaar en tijdelijk onervaarbaar zolang het versleten godsbeeld nog in de weg staat.) Het hoeft zelfs niet eens te betekenen dat je bepaalde formele geloofswaarheden loslaat. Wat sterft zijn jouw persoonlijke percepties van God, ontstaan uit je gedachten en ervaringen, vruchtbaar gemaakt voor je groei, en nu uitgebloeid en klaar om te sterven.

Tijdens zo’n ’sterven van het geloof’ kan je het gevoel hebben razend te zijn op God, je kan innerlijk op Hem schelden en tieren, je kan er een stroom van blasfemieën uitkramen, maar het onderwerp van je woede zal altijd het godsbeeld zijn dat je zelf geschapen hebt, niet de werkelijke, levende God.

Wen je eraan, dat sterven van het geloof? Wordt het niet makkelijker op den duur om dit alles te ondergaan? Nee. Elk godsbeeld dat eraan gaat heb je lang genoeg gekoesterd om er vreselijk mee vergroeid te zijn. Daarbij lijkt elk godsbeeld dat moet sterven een beetje meer op wie God werkelijk is dan het vorige. Zodoende voelt het alsof we werkelijk van ons geloof vallen. ‘Vallen’ is voor die ervaring een goede metafoor, vind ik persoonlijk. Verzuipen in een schijnbaar leeg heelal zou een andere kunnen zijn.

Ik denk dat deze pijn een vermomde genade is. Om de beperktheid van ons godsbeeld werkelijk te ervaren, en zodoende te voorkomen dat we het gaan ‘aanbidden’ alsof het werkelijk God zelf was, moet het van tijd tot tijd voor onze ogen kapot vallen, zonder enige reverentie afgebroken worden. ‘In brand gestoken en met de schop uitgeslagen worden,’ zouden ze in zuid-oost Brabant zeggen. ‘Gekruisigd,’ zouden de oude Romeinen zeggen, want dat had in hun dagen dezelfde gevoelswaarde.

Het volk dat in het duister wandelt, heeft een groot Licht gezien, profeteert Jesaja. Maar om dat nieuwe Licht te zien moet je dus soms eerst in het duister durven wandelen. En dan zie je niet waar je loopt. Dan moet je vertrouwen.

Toen sprak Jezus: ‘Houd mij niet vast, want ik ben nog niet opgestegen naar mijn Vader.’ Joh.20:17

Overweging bij het feest van Sinte Lucia 2013

In deze donkerste tijd van het jaar schenkt het kerkelijke jaar ons het feest van de heilige Lucia. Vooral de Zweden hebben gemaakt dat dat feest voor ons een lieflijke associatie heeft: een jong meisje, gekroond met kaarsen, brengt het licht onder de gelovigen en gaat rond met warmte: vroeger in grote huishoudens zoals kastelen een beker warme gekruide wijn.

Dat doet ons licht vergeten dat het levensverhaal van de heilige Lucia allesbehalve lieflijk is. Sterker nog: in onze ogen is het een typisch voorbeeld van antieke smakeloosheid.

Volgens de legende leefde Sint Lucia in de tijd van de christenvervolgingen door keizer Diocletianus (regeerde 284-305). Ze was de dochter van een Romeins burger in Syracuse, die haar vader op jonge leeftijd had verloren. Haar moeder, Eutychia, leed al vier jaar aan dysenterie. Beide vrouwen brachten een nacht biddend bij de tombe van de christelijke heilige Sint Agatha door, de beschermheilige van Catania. Aan het einde van de nacht verscheen de heilige voor Lucia in een visioen. De heilige voorspelde Lucia daarin dat zij de glorie van Syracuse zou worden, zoals Agatha dat van Catania was. Ook was haar moeder terstond op wonderbaarlijke wijze genezen.

Eutychia regelde een heidense echtgenoot voor haar dochter, maar Lucia haalde haar moeder over het huwelijk niet door te laten gaan de bruidsschat als aalmoezen onder de armen te verdelen. Lucia had echter Christus als bruidegom gekozen en wilde eeuwig maagd blijven. De beoogde echtgenoot kwam op de hoogte van het uitdelen van de bruidsschat. Hij gaf Lucia daarop als christen aan bij de magistraat Paschasius. Deze verzocht haar een offer aan de keizer te brengen, wat ze weigerde. Daarop werd ze veroordeeld tot tewerkstelling in een bordeel, maar op wonderbaarlijke wijze bleken de wachters haar niet te kunnen afvoeren, ook nadat men een ossenspan had ingezet. Later probeert men haar levend de verbranden, maar ook van de brandstapel leek zij geen last te hebben. Daarop werd ze met zwaardsteken om het leven gebracht. De fatale wond zou zijn toegebracht door met een zwaard door haar hals te steken.

Een andere legende verhaalt hoe Lucia haar ogen verloor. Eén versie van dit verhaal is dat een heidense minnaar naar haar hand dong. Hij maakte haar een compliment over haar mooie ogen, waarna ze haar ogen uitstak en hem deze toezond op een schaal, met de boodschap haar verder met rust te laten.

Wat wil nu eigenlijk de boodschap zijn van dit verhaal?

Wanneer wij bijzonder van iemand houden noemen we zo iemand wel een ‘oogappel,’ of vroeger ‘het licht van mijn ogen.’ Ogen zijn de poorten van één van onze belangrijkste zintuigen. Die zintuigen bepalen hoe we de wereld zien, en hoe we ons leven ervaren. Niet voor niets zeggen we wel, als iemand gedeprimeerd is: ‘Hij ziet het leven door een donkere bril.’ Aan de andere kant zeggen we dan weer voor iemand die blind is voor het kwaad in de wereld: ‘Die heeft een roze bril op.’

De ogen nemen niet alleen het licht waar, maar stralen ook onze eigen persoonlijkheid naar buiten toe. ‘Pretlichtjes’ of juist een ‘donkere blik,’ verraden van alles over ons gemoed.

Daarnaast zijn de ogen al sinds onheuglijke tijden de poorten van het verlangen. Dan hebben we het over een ‘hongerige blik.’ De beoogde bruidegom van Lucia bekijkt haar met een hongerige blik. Hij wil haar niet beminnen, maar bezitten.

Zonder dat we dat in de gaten hebben, leven we allemaal wel eens met een hongerige blik. Deze drang om dingen niet alleen te genieten maar ook te bezitten is zelfs de basis onder onze huidige wereldeconomie. De reclame spiegelt ons dingen voor, en is erop gemaakt om in ons een ‘hongerige blik’ op te wekken, het gevoel dat ons iets ontbreekt, en dat er ook iets aan ons ontbreekt. Er wordt in ons een vacuum gecreëerd dat opgevuld moet worden, niet om ons beter te voelen, maar om ons ons weer ‘gewoon,’ weer onszelf te laten voelen. Deze zucht heeft niets te maken met het genieten van wat ons gegeven is, laat staan met dankbaarheid of echte vreugde. Het is een voortdurende bron van jaloezie en leidt tot chronische ontevredenheid: als de ene impuls is bevredigd dient de volgende zich alweer aan.

Lucia’s beoogde bruidegom bemint haar oppervlakkig: hij heeft het niet over haar, maar om haar ‘mooie ogen.’ Zij heeft haar hart echter al aan die andere Bruidegom, de Liefde zelf, verpand, die haar bemint om wie zij ten diepste is, en die niets van haar vraagt maar juist vooral wil geven in plaats van hebben. Hij is die Bruidegom die ook in elk van ons met een zachte stem uitnodigt en nooit dwingt. Als wij warme en liefdevolle mensen zijn is het zijn licht dat uit onze ogen naar buiten schijnt. Wij bezitten immers in dit leven niets, en hoe minder wij menen te bezitten, hoe rijker wij zijn. Hoe minder wij menen te bezitten, hoe meer vrede wij wij kennen.

Wij zijn immers niet eens van onszelf: Hij is het die ons ieder moment van ons leven dat leven schenkt.

Lucia gaf haar ogen, laten wij ook onze ogen geven. Laten we dat doen door niet met een hongerige blik, maar met een open blik elkaar aan te zien. Elkaar in het juiste licht zien, namelijk het licht van Christus, die niet is gekomen om te nemen, maar om zich voor ons prijs te geven, niet om te oordelen maar om te redden.

Allerheiligen 2013

Op verzoek alsnog de preek van broeder Hugo op het feest van Allerheiligen, 1 November 2013.

Sinds het einde van de zestiende eeuw is er in Nederland weinig religieus genie meer.

In het algemeen zijn we zelfs weinig tolerant jegens mensen die zich helemaal storten op het Absolute. Alle soorten obsessies vinden we normaal, of het nu een passie voor fierljeppen of kerstmannenpoppetjes verzamelen is. Zolang God er maar niet bij komt kijken.

We mogen door alles ons leven laten bepalen, behalve door wat allesbepalend is. Zelfs mensen die naar de Kerk gaan vinden iemand die heel zijn zinnen zet op de grote vragen van het leven en zijn relatie met God al snel een aansteller, een ‘kwezel,’ zoals we dat zo lelijk noemen. Eén rozenkrans teveel en je komt nooit meer van dat stempel af. Je hoort dan bij dát soort mensen. Bij de kwezels.

Vandaag gaat het om dat soort mensen. Als Nederlanders het feest van vandaag een naam hadden moeten geven, hadden ze het “Allerkwezels” genoemd.

Dit is niet altijd zo geweest. In de hoofdstroom van de theologie (de zgn. ‘dogmatiek’) lijkt het weliswaar of ons kikkerlandje nooit erg veel te melden heeft gehad, maar in de contemplatieve theologie – zeg maar de theologie over de relatie tussen God en de mens – kwam ongeveer de helft van de grote namen van Nederlandse bodem. Hun theologie was niet alleen gebaseerd op speculatie, op logisch nadenken over theologische problemen, maar ook op hun eigen ervaring. Contemplatieve – men zegt ook wel ‘mystieke’ – theologie is de enige tak van theologie die experimenteel is, die – met andere woorden – mede op ervaring is gebaseerd. En de Nederlanders waren daar goed in. Ja, werkelijk. Nee, ik houd u echt niet voor het lapje.

En wat zeggen die contemplatieve theologen over heiligheid en heiligen? Ze zeggen in feite dat je het woordje ‘heilig’ als synoniem zou moeten zien van het woordje ‘persoon-zijn’ of zelfs mens-zijn. Wie niet heilig is, is geen persoon. Wie niet heilig is, is geen mens.

Dat lijkt niet bemoedigend. Zoals we hier bij elkaar zitten zijn we best aardige mensen, maar we geven nu ook weer geen licht in het donker. Zijn we nu niet onszelf? Geen mens? Geen persoon?

Een aantal contemplatieve theologen leggen dat ongeveer als volgt uit:

Wij zijn geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God. Alleen op die manier, lijkend op en bezield door de liefde zelf, zijn wij wie we zijn.

Onze ziel weerspiegelt Gods éénheid en zijn Drie-eenheid. Het geheugen lijkt op de Vader en wordt bezield door de Vader. Op dezelfde manier heeft ons verstand een relatie met de Zoon, en onze wil met de Heilige Geest.

Nu zijn we altijd beeld van God gebleven, maar de gelijkenis – en dus ook de relatie – is voor een deel verloren gegaan, door de zonde en de duisternis. Het kwaad.

Dat klinkt tegenstrijdig en onlogisch, maar dat is het niet. Denk aan een heiligenbeeld – laten we zeggen een gezellige gipsen Antonius met een Kindje Jezus en blozende bolle wangetjes en een glimmende kale kop. Nu pak ik dat beeld, en sla er een paar keer hard mee tegen de verwarming. Vervolgens ga ik er een keer of wat met de schuurmachien tegen te keer en smeer ik er ook nog een dikke laag paarse verf overheen.

Het is nog steeds een Antoniusbeeld. Of het nog als zodanig te herkennen is, is een ander verhaal.

Extreem voorbeeld? Helemaal niet! Dat is nu precies wat duisternis en kwaad, leugen, pijn, bedrog, jaloezie, woede, verwaandheid, vraatzucht, nieuwsgierigheid en trots in ons leven met ons doen.

Als wij zijn geschapen naar het beeld van God, maar zijn gelijkenis gedeeltelijk hebben verloren, dan is het onze taak om in ons leven die gelijkenis zo veel mogelijk te herstellen, om zoveel mogelijk onszelf te worden. Op eigen kracht kunnen wij dat niet, maar gelukkig komt God ons daarin tegemoet. Ten eerste door ons voortdurend in het bestaan en in het leven te houden. Onze existentie, ons leven is niet ons eigen bezit. We ontvangen het voortdurend uit God.

Ten tweede is Hij mens geworden in Christus, die zich helemaal in ons leven en mens-zijn uitstort. In het gebed en de Sacramenten mogen wij Hem dichter naderen dan onszelf.

De heiligen die wij vandaag vieren zijn simpelweg de gelovigen die ons daarin zijn voorgegaan, onze familie, onze context. Zij hebben God in deze wereld al eerder handen en voeten gegeven, zijn zijn beeld en gelijkenis geweest. Nu leven ze niet meer alleen bij Hem, maar nemen bovendien volmaakt deel aan de liefdesband die er is tussen de Personen van de Drieëenheid. Ze leven met God in een gemeenschap die hechter en heftiger is dan alles wat wij ons kunnen voorstellen.

God leeft in ons eigen hart, ook als Hij van ons niet altijd de gelegenheid krijgt dat te tonen. Wij zijn er om voor Hem een hemel te zijn om in te wonen, ook als wij Hem vaak een hel bereiden. Als wij Hem niet kunnen bereiken, omdat onze eigen obstakels dat soms onmogelijk maken, willen de heiligen helpen door hun gebed en nabijheid. Daarom is het zo wezenlijk voor een christen om een band op te bouwen met een paar van hen. Allereerst met Maria, natuurlijk, maar ook – en dat gebeurt tegenwoordig echt te weinig – met een paar van die andere. Wie precies? Lees eens een boek met heiligenlevens en kies er een paar uit. Jaloers worden ze niet in de hemel, dus het is niet nodig ze alle 30.000 (of zo) evenveel aandacht te geven.

Waarom alleen ploeteren als wij niet alleen elkaar gegeven zijn, maar ook nog eens een zolder vol vrienden en wijze raadgevers, de heiligen, in ons eigen hart met ons meedragen?

Kerstoverweging van broeder Hugo 2013

We leven in een babbelzieke tijd. Voortdurend worden wij van alles op de hoogte gebracht. Dat wordt ook wel eens een beetje veel van het goede. Daar klaagden de mensen twintig jaar geleden al over. ‘Weer een hond met twee staarten geboren. Het is komkommertijd,’ zeiden we dan. Sinds de uitvinding van het internet worden we ongeveer verzopen in de komkommers, en bedelven we ook anderen onder de komkommers. Kijk maar eens op je Facebook-pagina. ‘Vandaag heb ik een snotneus,’ meldt zich iemand. ‘Ik had een knoop in mijn veters, die ik er maar niet uitkreeg,’ zegt een ander. ‘Alweer aan het werk,’ ‘eindelijk weekend,’ ‘gootsteen verstopt,’ ‘kat aan de schijterij,’ ‘tuinkabouter omgewaaid,’ en natuurlijk: ‘lekker weertje vandaag,’ of, nog vaker: ‘snertweer.’ We wonen per slot van rekening in Nederland.

Het lijkt wel alsof sinds de eeuwwisseling ineens alles belangrijk genoeg is om gepubliceerd te worden. Aan de andere kant merken we ook heel goed dat wanneer alles belangrijk is, eigenlijk niets nog belangrijk is. Informatie lijdt aan inflatie, zouden we kunnen zeggen. Inflatie is eigenlijk Latijn, en betekent letterlijk opgeblazen. Duizend opgeblazen boodschappen worden samen één grote boodschap, maar dan in de figuurlijke zin van het woord. Het stinkt en je wordt er een beetje weeig van in je maag. Wat een bagger, allemaal. Wat een verspilde aandacht.

En je aandacht, dat ben jijzelf. Elke minuut dat jouw aandacht, jouw bewustzijn, zich met bagger bezighoudt, is het zelf ook bagger. Je ziet bagger. Je ruikt bagger. Je proeft bagger. Je bent bagger. ‘Je bent wat je eet,’ zegt het voedingscentrum. Dat zal wel zo zijn, maar in het hier en nu ben je toch vooral wat je ziet, leest, hoort, ruikt, proeft en voelt.

Op dit moment zit je in de kerstzangdienst in Warfhuizen, en ben je dus dennenboom, kerk, orgel, familie, lichtjes, Kindje Jezus, kerstlied, leuterende man in zwarte soepjurk, dorp, Maria, kaarsen. Zometeen, ik waarschuw maar alvast, ben je ‘Kijk uit, Dieuwer Mulder met collectezak.’ Daarna ben je warme chocolademelk. Je bent waar je je aandacht bij hebt. En jouw aandacht, daar moet je zuinig mee zijn, want je hebt er maar een beperkte hoeveelheid van. Een jaar of tachtig op zijn hoogst, de meesten van ons minder.

Tegenwoordig hebben de meesten van ons moeite met God. Zelfs de meest gelovige kerkgangers en meest doorgewinterde bidzielen kunnen Hem maar moeilijk omschrijven, ook al ervaren ze Hem, (of Haar, of zo,) iedere dag. ‘Dinges-van Dingetje,’ zoiets wordt het nogal eens.

Gelukkig heeft God zijn eigen Facebook-pagina. De Bijbel, noemen we dat. Die staat echter vooral vol met opmerkingen van anderen óver God. Daarbij is de pagina zo’n tweeduizend jaar geleden voor verdere bewerking gesloten, zodat de taal die erop gebezigd wordt wel eens wat onbegrijpelijk is geworden. ‘Je haar is als een kudde geiten,’ staat er bijvoorbeeld ergens op. Ik zou het niet aanraden als openingszin, beste heren hier aanwezig.

Berichten, in Facebooktaal ‘statussen,’ van God zelf, zijn op de pagina maar zeldzaam. In ieder geval zul je Hem (of Haar of Jeweetwel) niet zien schrijven: ‘zere teen vandaag,’ of ‘alweer een engel die zijn richtingaanwijzer niet kan vinden.’ Dat soort berichten vindt Hij onze aandacht gewoon niet waard.

‘Ik ben er voor jou,’ staat er wel ergens prominent op, en ‘wees niet bang,’ zelfs verschillende keren.

En nog vaker zegt Hij niks, maar is Hij er gewoon. Voor jou.

Deze nacht, de op één na belangrijkste van het jaar, is het feest dat we vieren dat Hij er, zomaar ineens gewoon is, en wel juist daar waar we Hem het minst verwachten. Een onderdrukt volk, arme mensen, nergens welkom, een stal, tussen de beesten, en daar is Hij. Hij, het Kindje in de kribbe, is de verwondering, de onverwachte zachtmoedigheid, de hulp die je niet aan ziet komen, de opluchting, de verzoening.

Wij zijn naar zijn beeld en gelijkenis geschapen, staat er helemaal vooraan op zijn Facebook-pagina. Dat wil niet zeggen dat de goede God een neus en oren heeft, en naar de wc moet. Dat wil wel zeggen dat de goede God ten diepste Aandacht is. Liefdevolle Aandacht. ‘Ik ben er.’ Ik ben niet aan het bellen, ik ben niet aan het twitteren, ik ben niet aan het werk en ik moet niet naar mijn volgende afspraak. Ik kijk niet met één oog naar het voetbal terwijl je tegen me praat, en ik denk niet aan hamlappen terwijl jij me iets probeert uit te leggen. Ik ben er, voor jou.

In deze nacht wordt Hij een Kind, één brok aandacht. Het ruikt alles, proeft alles, smaakt alles, hoort alles. Het is één en al openheid en kwetsbaarheid. Het ziet jou, ruikt jou, proeft jou en smaakt jou, en verlangt naar jou.

Je bent datgene waar je aandacht op gericht is, hadden we net vastgesteld. Welnu: het Kindje Jezus is jou.

 

 

 

Kerst 2013

Vanaf de vierde zondag van de advent is de kerk van de kluis al in kerstsfeer. Dat doen we vooral voor hen die van verre een kerstbedevaart willen maken, wat ieder jaar populairder lijkt te worden. Pas wel op: een aantal plechtigheden is juist op deze dagen niet openbaar.

- Dinsdag 24 december: 19:30 kerstzangdienst (Geen Eucharistieviering*, preek van broeder Hugo.)
- Woensdag 25 december: Geen openbare diensten, kerk wel open voor bezoekers kerststal, van ‘s morgens vroeg tot zonsondergang.
- Donderdag 26 december: Geen openbare diensten, kerk wel open voor bezoekers kerststal, van ongeveer 10.00 tot zonsondergang.
- Vrijdag 27 december: Sint-Jan, Kerk open vanaf 9:00, verder liturgie als gebruikelijk.
- Zaterdag 28 december: H.H. Onnozele kinderen, liturgie als gebruikelijk.
- Zondag 29 december: H. Familie, liturgie als gebruikelijk.
- Maandag 30 december: 6e dag van het kerstoctaaf, liturgie als gebruikelijk.
- Dinsdag 31 december: H. Sylvester, kerk sluit om 16:00.
- Woensdag 1 Januari: Maria Moeder Gods, kerk open om 9:00, verder liturgie als gebruikelijk.
- Zondag 5 Januari: Feest van de heilige Gerlachus van Houthem, kluizenaar. Plechtig lof met reliekverering om 16:00.
Dit is in de kluis een zogenaamde ‘gulden feestdag,’ wat betekent dat tijdens het lof alle kaarsen zullen branden. Voor liefhebbers van magische ervaringen van harte aanbevolen.
- Maandag 6 Januari: Epifanie, liturgie als gebruikelijk.

* Voor katholieken vervult deze dienst dus niet de zondagsplicht! Het gaat hier om een dienst die een vroegere Nederlands-Hervormde dienst op deze avond vervangt!

Nacht van Maria op 12 Oktober!

 

IMG_4552 cs3Op zaterdag 12 Oktober vieren we weer de ‘Nacht van Maria’ met een lichtprocessie en een Lof bij kaarslicht. Het programma ziet er als volgt uit:

Voor iedereen:

19.00 Aanvang processie bij de kluis/genadekapel van Onze Lieve Vrouwe van de Besloten Tuin in Warfhuizen (dus niet bij de parochiekerk in Wehe-den Hoorn). De processie loopt door de velden rond het dorp, waarschijnlijk naar een rustaltaar in de omgeving. Dit duurt ongeveer een kleine drie kwartier. Daarna is er in de kapel – die zoals gebruikelijk verlicht zal zijn met een zee van kaarsen – een plechtig Marialof.

Voor jong-volwassenen (18-35):

13:30: Ontvangst in het dorpshuis in Warfhuizen
14:00: Broeder Hugo geeft een inleiding over de praktische kant van geloven door de week. Wat kan ik tussen de zondagsmissen door met mijn geloof?
15:00: Moment van stilte en bezinning gevolgd door ‘buurten.’
16:00: Wandeling rond het dorp
17:45: Simpele maaltijd in het dorpshuis
19:00: We voegen ons bij de processie en het lof.

Zoals ook de vorige keer zullen de plechtigheden worden gecelebreerd door een versgewijde geestelijke, deze keer Sander Zwezerijnen uit ons eigen bisdom Groningen-Leeuwarden. Wie al eens is meegeweest weet hoezeer dit alles de moeite waard is. We hopen dus ook op jullie aller hulp bij de mond-op-mondreclame!

Evagrius voor dummies – VIII – Hoogmoed

Denk je dat je alles gehad hebt… Nee, dus!

De laatste van de acht verdorven gedachten is de hoogmoed, die inderdaad komt als je denkt dat je alles gehad hebt. Je bent de trotse bezitter van alle deugden, je hebt alle zeven onreine gedachten verslagen: Jij bent me er eentje!

In de vorige aflevering schreven we al over de ijdele roemzucht, die als het ware een afstapje is naar de hoogmoed. Maar de hoogmoed is subtieler, gewiekster en veel gevaarlijker. De ijdele roemzucht is heet, de hoogmoed ijskoud. De ijdele roemzucht schreeuwt zich de longen uit het lijf, schopt kabaal, eist fanfares en tralarie. De hoogmoed groeit zwijgend met de zogenaamd verworven deugden van zijn slachtoffer mee als een gezwel op de ziel, vol van etter. Als hij rijp is spettert hij walgelijk uit elkaar.

Vorige maand schreef ik als voorbeeldje bij de ijdele roemzucht een monoloog van een vrouw. Deze vrouw was ronduit lawaaiierig. Ze probeerde zichzelf te verkopen door haar prestaties en die van haar man breed uit te meten voor het hooggeëerd publiek. ‘Kijk eens, vind je ons niet leuk?’ Onzeker. Ordinair. zielig…

De hoogmoed is subtieler, maar ook venijniger. Ik probeer een concreet voorbeeld te geven.

Je wilt eens wat anders en gaat naar de Mis bij de charismaten of misschien juist bij de tradi’s (de basisgemeente hoef ik in dit blog niet te noemen, maar daar zou het zelfde voor gelden.) Iets aparts in ieder geval. Meestal is er niets aan de hand: je hebt veel devotie en gaat tevreden naar huis.

Soms gebeurt er helaas iets anders. Zonder dat je het aan kan wijzen is alles zó volmaakt en perfect, vroom en fijn dat je er een beetje unheimisch van wordt. Alles glittert zo door en door spik en span gepoetst dat je jezelf er een beetje een nepkatholiek van gaat voelen. Niet dat de mensen dat naar je uitstralen: God verhoede! Ze doen er juist alles aan om je je welkom te laten voelen. Maar de meisjes van de tradi’s zijn zo petite (met hun mantilla’s van Point d’Alençon) dat je je als gewoon katholiek meisje ineens een calvinistische luizenbos voelt. De kerels van de charismaten zijn zo zelfverzekerd (en krijgen zoveel verschijningen en visioenen achter elkaar die jij nou nooit krijgt) dat je als gewone katholieke vent ineens een gereformeerde hark ziet als je in de spiegel kijkt.

Ik geef twee ‘nieuwe bewegingen’ als voorbeeld omdat daar bij uitstek mensen hun uiterste best doen om heilig te worden. Wat hieronder staat kan echter elke christen overkomen: als je heel erg je best doet wil je ook wel eens wat bereikt hebben. Als je heel erg je best doet gebeurt er waarschijnlijk ook wat, zeker als je het samen doet met anderen die dezelfde inspiratie delen als jij. Het probleem ontstaat op het moment dat ‘Wij hebben, door Gods Genade, iets geweldigs mogen doen’ omslaat in: ‘Wij zijn geweldig!’

Want daarvoor moet er ook altijd iemand minder geweldig zijn…

God, bijvoorbeeld, en je naaste, en zo…

Nieuwe mantel voor de bedroefde moeder

foto2

 

De regel was altijd dat Maria na de Meimaand weer in het zwart werd gekleed. Het is nu eenmaal een moeder van smarten… Veel mensen waren het daar echter niet mee eens, en er waren al langer plannen om een nieuwe blauwe mantel te laten maken voor de zomermaanden. De staatsiemantel moet immers echt voor de meimaand blijven. Dankzij de nodige weldoeners is er dan nu een mantel gemaakt door het paramentenatelier van Karol Łopusiński. Persoonlijk vind ik hem misschien een tikje erg blauw, maar een aantal Mariavereerders hebben al laten weten dat zij er juist erg enthousiast over zijn. Wat vinden jullie? Voel je vrij te reageren!